Home
Actueel
Blogs
Techniek

Techniek

Donderdag 9 juni 2016. Geplaatst onder: Hersenen door Bart Chabot

Mei vorig jaar kreeg ik een brief. Nu ontvang ik wel vaker post, maar dit was een brief die afweek van wat ik gewoonlijk ontvang.

 

‘Beste Bart, het spijt me je dit te moeten schrijven. Frederik heeft een zeer snelle en agressieve hersenziekte. Hij zit nog een paar uur per dag in een rolstoel, de rest van de tijd ligt hij in bed. Hij is al ver weg, hij praat niet meer; maar als hij jou ziet zal hij glimlachen, vermoed ik.'

 

Twee dagen later ging ik bij hem langs, in zijn appartement in de Haagse binnenstad. Tiny deed open. Je bent net op tijd, er is bijna geen contact meer met hem mogelijk.' Ze ging me voor naar de slaapkamer.
‘Wil je koffie,' vroeg Tiny, ‘dan laat ik jullie even alleen. Als er iets is: ik ben in de keuken.'

 

Frederik had lang in dit appartement gewoond, met uitzicht op de Paleistuinen.
‘Fijn je te zien, Frederik,' begon ik, ‘hier in de Molenstraat, bij Paleis Noordeinde,' ervoor zorgend dat ik zoveel mogelijk hem vertrouwde namen van straten, cafés en restaurants in mijn zinnetjes verwerkte, en sommige - voor hem overbekende namen - herhaalde.
Het werkte.
Er verscheen een glimlach op zijn tot dan toe uitdrukkingsloze gelaat; een glimlach die aanhield tot ik afscheid van hem nam.

 

Bart Chabot is dichter, schrijver en theatermaker en zet zich elk jaar actief in voor de Hersenstichting. Sinds 2015 is hij ambassadeur.

Deze column is afkomstig uit het HersenMagazine van mei 2016.  


Meer artikelen in Hersenen

Reacties

1

Wat aardig van Bart C. om even langs te gaan bij een fan. Ja er zijn fans in alle soorten en maten. En een dag niet gelachen is een dag niet geleeft.


ing Jeroen MW van Dijk  |  01-10-2018 17:53 uur

Reageer op dit artikel