Home
Actueel
HersenMagazine
Dertig jaar strijden voor gezonde hersenen

Dertig jaar strijden voor gezonde hersenen

Aan de wieg van de Hersenstichting stond prof. Jan M. van Ree. Eind jaren tachtig maakte hij zich sterk voor het oprichten van een stichting voor de hersenen. Merel Heimens Visser, kersverse directeur van de Hersenstichting, gaat met de oprichter in gesprek. Samen blikken zij terug én vooruit.

Van Ree begon eind jaren tachtig als hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. ‘Ik streefde naar meer wetenschappelijk onderzoek naar behandeling van hersenziekten, en naar goede voorlichting. Ik sprak toen met mensen uit de wetenschap en uit de voorlichting. Samen wilden we fondsen werven voor wetenschappelijk onderzoek naar de hersenen, hoewel nog nauwelijks bekend was wat je kon onderzoeken.’
Heimens Visser: ‘Hoe keek men toen tegen hersenen en hersenonderzoek aan?’
Van Ree: ‘De hersenen werden gezien als een mysterieus orgaan waar we vanaf moesten blijven. Er waren nog nauwelijks onderzoekstechnieken voor de hersenen. Wel was er toen al een uitzending over de hersenen in het tv-programma Rondom 10, met het boekje Kijken in Hersenen erbij dat mensen konden kopen. Zij waren de eerste donateurs van de Hersenstichting.’

Rol artsen sterk veranderd

Van Ree: ‘In de maatschappij heerste destijds een groot taboe rond hersenen en hersenziekten. Te weinig liefde van de moeder werd gezien als oorzaak van autisme of schizofrenie bij een kind. Dat gaf moeders van deze kinderen een enorm schuldgevoel. Door meer kennis en goede voorlichting is dat beeld totaal veranderd.’
Heimens Visser: ‘Gelukkig wel! Bovendien is ook de maatschappij heel anders dan toen. We kijken nu anders aan tegen hersenziekten. In de voorlichting is veel meer ruimte gekomen voor ervaringen van patiënten zelf en ook de rol van artsen is sterk veranderd. Vroeger werd erg naar hen opgekeken, tegenwoordig zijn artsen veel meer gids van de patiënt.’
Van Ree vult aan: ‘Helaas zijn er nog niet veel effectieve behandelingen voor hersenziekten. De meeste medicijnen stammen nog uit de jaren zestig. De Hersenstichting is inmiddels wel een bekende organisatie, een vraagbaak en kenniscentrum. Desondanks is nog veel meer aandacht nodig voor hersenziekten. Er is al veel meer kennis over de hersenen en met beeldtechnieken kunnen we de hersenen in beeld brengen. Maar er is nog veel te ontdekken.’
Heimens Visser: ‘Hersenaandoeningen zijn hard op weg om volksziekte nummer 1 te worden. Onderzoek naar oplossingen blijft hard nodig.’

Brug

Heimens Visser: ‘Jan, jij was dagvoorzitter van de jaarlijkse en altijd succesvolle Publieksdag van de Hersenstichting.’
Van Ree: ‘Ja, die was bedoeld om een brug te slaan tussen onderzoekers, zorgprofessionals, patiëntenverenigingen en donateurs. Het was een goede manier om aan het publiek verantwoording af te leggen over de besteding van het geld. De bijeenkomsten hebben bovendien geholpen om hersenziekten bespreekbaar te maken.’
Heimens Visser: ‘Hersenziekten bespreekbaar maken is ontzettend belangrijk. Wij zetten ons hier nog steeds actief voor in. Zoals door het geven van voorlichting en campagnes.
Zelf heb ik niet alleen een professionele, maar ook een persoonlijke motivatie voor mijn werk. De afgelopen tien jaar heeft mijn moeder bij mij gewoond. Zij had alzheimer. Ik heb dus van dichtbij meegemaakt hoe verwoestend een hersenziekte kan zijn. Bovendien heeft mijn vader parkinson, ook een heel nare hersenziekte. Ik wil me er daarom voor inzetten dat hersenziekten veel hoger op de agenda komen, zowel bij professionals en het publiek als in de politiek.’

Merel Heimens Visser: ‘Ik wil met de Hersenstichting onder andere stimuleren dat wetenschappers meer gaan samenwerken in onderzoekteams.’

Teamscience

Van Ree: ‘Volgens huidige schattingen zal ongeveer een kwart van de bevolking een hersenziekte krijgen.’
Heimens Visser: ‘Deze ziekten kosten zo’n 25 miljard, dat is 27% van de totale jaarlijkse zorgkosten in Nederland!’ 
Van Ree: ‘Daarom is het belangrijk dat ook meer jonge mensen gefascineerd raken door de hersenen en interesse krijgen voor hersenonderzoek. Ik zou de Hersenstichting willen adviseren om ook daarop in te zetten, bijvoorbeeld via voorlichting op middelbare scholen. En jonge onderzoekers kunnen zich met steun van de Hersenstichting verder bekwamen. Veel van de huidige onderzoekers hebben aan het begin van hun carrière geld gekregen van de Hersenstichting en doen nu onderzoek.’
Heimens Visser: ‘Deze onderzoekers doen belangrijk werk! Maar ik wil met de Hersenstichting onder andere ook stimuleren dat wetenschappers meer gaan samenwerken in onderzoekteams. Want veel hersenziekten houden verband met elkaar. Onderzoek naar de ene aandoening kan oplossingen bieden voor de andere aandoening. Dus het is nuttig om kennis te delen via samenwerking, oftewel teamscience. De hersenen zijn zó complex dat je wel móet samenwerken. Alleen met zulke teamscience kunnen we doorbraken realiseren.’

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Aanmelden