Wat is dementie?

Dementie is een naam die voor meer soorten hersenziekten wordt gebruikt. Deze ziekten verschillen van elkaar, maar hebben ook een paar dezelfde kenmerken. Zo raken de hersenen beschadigd en dat wordt langzaam steeds erger. De klachten die je daardoor hebt, worden ook steeds erger.

In totaal vallen er meer dan vijftig hersenziekten onder de naam dementie. De meest voorkomende zijn:

  • De ziekte van Alzheimer

    Bij alzheimer hopen eiwitten zich op in de hersenen. Daardoor geven hersencellen steeds minder boodschappen aan elkaar door. Uiteindelijk sterven ze af. Je krijgt daardoor problemen met je geheugen en reageert traag. Soms zie of hoor je dingen die er niet zijn. Ook wordt het moeilijker om te plannen en overzicht te houden. Verder kan bewegen steeds lastiger worden. De ziekte van Alzheimer kan samen met een andere vorm van dementie voorkomen zoals bijvoorbeeld vasculaire dementie.

  • Lewy body dementie (DLB)

    Ook bij DLB spelen eiwitten een rol. Lewy-lichaampjes zijn ophopingen van eiwitten in de zenuwcellen van de hersenen. Dat maakt het voor hersencellen moeilijker om boodschappen door te geven. Je krijgt eerst problemen met opletten, het wordt moeilijker om je aandacht bij dingen houden. Ook weet je soms niet goed waar je bent of welke dag het is. Soms zie je dingen die er niet zijn. Daarnaast krijg je klachten die lijken op die van de ziekte van Parkinson: sommige delen van je lichaam beginnen te beven en worden stijf. Je beweegt traag, loopt moeilijk en je houding is gebogen.

  • Frontotemporale dementie (FTD)

    FTD komt vaak voor op jongere leeftijd. Bij deze aandoening ontstaat er schade aan de voorste delen van de hersenen. Deze delen helpen je met de iets moeilijkere denktaken. Zoals het plannen van dingen, je gevoelens en taal. Je klachten hebben daar dus ook mee te maken.

    Je bent bijvoorbeeld snel het overzicht kwijt, reageert prikkelbaar of komt moeilijk uit je woorden. Je neemt veel te veel hooi op je vork, of je hebt juist helemaal nergens zin in. Door al die dingen lijkt het voor andere mensen soms wel of je een andere persoon bent geworden.

  • Vasculaire dementie

    Deze vorm van dementie krijg je na meerdere herseninfarcten. Dit kunnen grote infarcten zijn, maar ook meerdere heel kleine herseninfarcten. Het hersenweefsel krijgt daardoor te weinig bloed en zuurstof en sterft af. De plek van de infarcten bepaalt ook van welke klachten je last hebt. Soms ga je langzamer praten en denken. Maar je kunt ook juist last krijgen van lichamelijke klachten, zoals moeite met lopen of verlamming. Op oudere leeftijd krijg je vaak vasculaire dementie tegelijk met de ziekte van Alzheimer.

Bij alzheimer hopen eiwitten zich op in de hersenen. Daardoor geven hersencellen steeds minder boodschappen aan elkaar door. Uiteindelijk sterven ze af. Je krijgt daardoor problemen met je geheugen en reageert traag. Soms zie of hoor je dingen die er niet zijn. Ook wordt het moeilijker om te plannen en overzicht te houden. Verder kan bewegen steeds lastiger worden. De ziekte van Alzheimer kan samen met een andere vorm van dementie voorkomen zoals bijvoorbeeld vasculaire dementie.

Ook bij DLB spelen eiwitten een rol. Lewy-lichaampjes zijn ophopingen van eiwitten in de zenuwcellen van de hersenen. Dat maakt het voor hersencellen moeilijker om boodschappen door te geven. Je krijgt eerst problemen met opletten, het wordt moeilijker om je aandacht bij dingen houden. Ook weet je soms niet goed waar je bent of welke dag het is. Soms zie je dingen die er niet zijn. Daarnaast krijg je klachten die lijken op die van de ziekte van Parkinson: sommige delen van je lichaam beginnen te beven en worden stijf. Je beweegt traag, loopt moeilijk en je houding is gebogen.

FTD komt vaak voor op jongere leeftijd. Bij deze aandoening ontstaat er schade aan de voorste delen van de hersenen. Deze delen helpen je met de iets moeilijkere denktaken. Zoals het plannen van dingen, je gevoelens en taal. Je klachten hebben daar dus ook mee te maken.

Je bent bijvoorbeeld snel het overzicht kwijt, reageert prikkelbaar of komt moeilijk uit je woorden. Je neemt veel te veel hooi op je vork, of je hebt juist helemaal nergens zin in. Door al die dingen lijkt het voor andere mensen soms wel of je een andere persoon bent geworden.

Deze vorm van dementie krijg je na meerdere herseninfarcten. Dit kunnen grote infarcten zijn, maar ook meerdere heel kleine herseninfarcten. Het hersenweefsel krijgt daardoor te weinig bloed en zuurstof en sterft af. De plek van de infarcten bepaalt ook van welke klachten je last hebt. Soms ga je langzamer praten en denken. Maar je kunt ook juist last krijgen van lichamelijke klachten, zoals moeite met lopen of verlamming. Op oudere leeftijd krijg je vaak vasculaire dementie tegelijk met de ziekte van Alzheimer.

Hoe herken je dementie?

Wanneer je steeds meer begint te vergeten, kan dat een eerste waarschuwing voor dementie zijn. Maar niet iedereen die dingen vergeet, wordt ook dement. Daarvoor moet je last hebben van meerdere klachten. Door deze klachten heb je steeds meer moeite met allerlei dingen in het dagelijkse leven.

Elke vorm van dementie heeft zijn eigen kenmerken. Bij alzheimer heb je bijvoorbeeld vaak last van je geheugen, of kun je moeilijk uit je woorden komen. Iemand met vasculaire dementie heeft weer moeite met het verwerken van informatie. De meeste klachten hebben te maken met denken, je geheugen, dingen doen en gevoelens.

Veel voorkomende kenmerken van dementie zijn:

  • de weg kwijtraken
  • spullen kwijtraken
  • moeite met praten
  • moeite met dagelijkse dingen
  • moeite met apparaten bedienen (mobiele telefoon, computer, etc.)
  • minder contact met anderen
  • verandering in gedrag (angstig, in de war of depressief).
  • de weg kwijtraken
  • spullen kwijtraken
  • moeite met praten
  • moeite met dagelijkse dingen
  • moeite met apparaten bedienen (mobiele telefoon, computer, etc.)
  • minder contact met anderen
  • verandering in gedrag (angstig, in de war of depressief).

Oorzaken van dementie

Bij dementie raken de hersenen steeds verder beschadigd. De manier waarop dat gebeurt is bij ieder ziektebeeld anders. Zo zijn er bij alzheimer te veel eiwitten op sommige plekken in de hersenen.

Bij vasculaire dementie raken bloedvaten in de hersenen beschadigd. Bijvoorbeeld door een herseninfarct, een beroerte of suikerziekte. Bij frontotemporale dementie zijn het de voorste delen van de hersenen die beschadigd raken.

De beschadigingen in de hersenen zorgen voor de klachten die bij dementie horen. Waardoor die beschadigingen ontstaan is minder duidelijk. Er zijn wel dingen die de kans op deze beschadigingen groter maken, zoals:

  • roken
  • diabetes
  • overgewicht
  • hoge bloeddruk
  • weinig bewegen
  • minder goed horen
  • te veel alcohol drinken
  • weinig contact met andere mensen

Erfelijkheid

Het lijkt erop dat erfelijkheid een rol speelt. Het is nog niet precies duidelijk hoe dit zit. Aanleg in de genen kan voor een deel bepalen of je dement wordt. Maar het is niet erfelijk zoals de blauwe ogen van je moeder dat bijvoorbeeld zijn.

Leeftijd

Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans is dat je dementie krijgt. Maar leeftijd is niet op zichzelf een oorzaak van dementie.

Hersenschade

Bij dementie raken de hersenen steeds verder beschadigd. Als je hersenen schade oplopen, wordt de kans op dementie groter. Bijvoorbeeld omdat je op jonge leeftijd al hersenschade hebt opgelopen. Of wanneer er daardoor littekenweefsel in de hersenen is ontstaan.

Ook sporten waarbij je hersenen regelmatig lichte of grote klappen krijgen, verhogen de kans op dementie. Denk aan sporten als boksen of rugby.

Let op bij deze kenmerken

Er zijn nog een paar dingen die te maken hebben met dementie. Het is alleen niet zeker dat ze ook dementie veroorzaken. Of hoe ze precies met elkaar te maken hebben.

 

Mensen die weinig bewegen hebben bijvoorbeeld meer kans om dement te worden. Dat geldt ook voor mensen die slecht horen.

 

Het idee is je hersenen minder actief worden als je slecht hoort. Of je praat bijvoorbeeld steeds minder met andere mensen omdat je ze moeilijk verstaat. Daardoor worden je hersenen minder geprikkeld en dat verhoogt de kans op dementie. Dat geldt ook voor mensen die weinig contact met anderen hebben.

Advies voor patiënten met dementie

Als je weet dat je dementie hebt, is het best moeilijk om te bedenken hoe je hiermee om moet gaan. Na de diagnose is het goed om hier met je omgeving over te praten. Over hoe je je voelt, maar bijvoorbeeld ook over waar je wel en niet mee geholpen wilt worden. Of welke behandelingen je wel of niet wilt ondergaan.

Ook is het verstandig om altijd een kaartje met je naam en adres bij je te dragen. Dan kunnen anderen je makkelijker helpen als je alleen naar buiten gaat en verdwaalt.

Tips voor patiënten met dementie

  • Probeer dingen zo veel mogelijk zelf te blijven doen.
  • Overleg met naasten waar je hulp bij nodig hebt.
  • Leg dingen op een vaste plek.
  • Blijf in beweging, door bijvoorbeeld te wandelen en te fietsen.
  • Blijf mentaal actief, door bijvoorbeeld je hobby’s te blijven doen.
  • Blijf in contact met anderen, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk te doen.
  • Zorg voor regelmaat en rust, bijvoorbeeld met een vaste indeling voor de dag.

Heb je vragen over (de gevolgen van) een hersenaandoening of over behandelingen? Onze medewerkers van de infolijn helpen je graag. Neem gerust contact op via mail of telefoon.

Advies voor naasten van patiënten met dementie

Voor partners en familie kan het net zo moeilijk zijn om met gevolgen van dementie om te gaan als voor de patiënt zelf. Een patiëntenvereniging als Alzheimer Nederland of een platform als dementie.nl is er voor mensen die hetzelfde meemaken (lotgenotencontact). Daar kun je met je familie terecht voor meer hulp en sociale steun.

Zorgen voor naasten, ook wel mantelzorg genoemd, is voor de meeste mensen logisch. Als één van je vrienden dementie heeft wil je natuurlijk graag helpen. Soms kun je meer doen dan je denkt, ook als collega of werkgever. Soms ben je partner of ouder van een patiënt met dementie. Dat is niet altijd even makkelijk. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan wat de overheid ‘gebruikelijke hulp’ noemt. Hieronder een paar tips.

Heeft je partner of iemand anders dicht bij je dementie? Dan kun je diegene op verschillende manieren helpen.

Als eerste is het belangrijk om te zorgen voor een rustige en vertrouwde omgeving. Je kunt bijvoorbeeld hulpbriefjes ophangen in huis. Ook het bijhouden van een grote agenda werkt goed voor iemand met dementie.

Zorg ook dat je goed weet wat er bij de ziekte van een naaste hoort. Het is vervelend om te zien hoe iemand met dementie verandert. Het kan helpen als je weet dat vreemd gedrag bij de ziekte hoort. Probeer je daarom te verdiepen in de vorm van dementie die je naaste heeft. Door er een boek over te lezen bijvoorbeeld, of door op internet informatie te zoeken.

Let er wel op dat je dit bij een betrouwbare bron doet, zoals Alzheimer Nederland. Bespreek deze informatie ook met je arts, zodat je weet dat het klopt.

Tips voor naasten van patiënten met dementie

  • Help de patiënt om in beweging te blijven door samen te wandelen of te tuinieren.
  • Praat in korte zinnen, of laat plaatjes zien als de patiënt je niet begrijpt.
  • Stel gesloten vragen: dus niet “Hoe voel je je?” maar “Voel je je goed?”
  • Maak contact als je iets wilt zeggen, leg je hand bijvoorbeeld op iemands arm.
  • Zorg voor structuur met een dagindeling en houd deze bij met een klok of agenda.
  • Plan ook rustmomenten in, zodat de patiënt informatie en prikkels kan verwerken.
  • Laat de patiënt in zijn of haar waarde, wees dus niet te betuttelend.

Tot slot is het ook belangrijk dat je als mantelzorger op je eigen gezondheid let. Let erop dat de zorg lichamelijk en mentaal niet te zwaar voor je wordt. Wacht niet te lang en vraag je arts om tips en advies.

Blog Sanne van der Woude

De vader van Sanne heeft frontotemporale dementie. “59 jaar… te jong om de wereld te verlaten. En dat kan en mag ook niet! Ik wil en kan niet zonder jou! Ik mis je nu al!”

Behandeling van dementie

Van dementie kun je niet genezen. Medicijnen en behandelingen kunnen wel helpen om minder last te hebben van klachten.

  • Medicijnen

    Medicijnen helpen vooral om de klachten van dementie minder erg te maken. Deze helpen je bijvoorbeeld om rustig te worden als je agressief of angstig bent. Ook zijn er medicijnen die ervoor zorgen dat je je minder somber voelt, of beter slaapt.

    Voor sommige vormen van dementie zijn er medicijnen die helpen om de ziekte te vertragen. Hoe eerder je ermee begint, hoe beter dus. De bijwerkingen kunnen vervelend zijn, maar zijn voor elk persoon anders. Vraag hier dus naar bij je arts.

    Ook is het goed om te weten dat medicijnen maar voor een deel helpen. De klachten gaan vaak niet helemaal over. Ook werken de medicijnen vaak maar voor een bepaalde tijd. Daarna kunnen de klachten weer terugkomen.

  • Ergotherapie

    Als je dementie hebt, kunnen gewone taken veel moeite kosten. Een kopje thee zetten of een douche nemen kan een hele uitdaging zijn. Een ergotherapeut helpt je om dit makkelijker te maken. Bijvoorbeeld door je te leren hoe je sommige dingen anders kunt doen. Of door je met hulpmiddelen weer op weg te helpen in huis.

  • Logopedie

    Een van de kenmerken van dementie is moeite met taal. Je hebt dan moeite om andere mensen te begrijpen, maar ook om te zeggen wat je wilt. Een logopedist helpt je hierbij. Bijvoorbeeld door op een andere manier dingen duidelijk te maken, zoals met een lijstje of agenda.

  • Bezig blijven

    Mensen met dementie gaan minder snel achteruit als ze bezig blijven. In beweging blijven is gezond, maar blijven nadenken ook. Zo is het goed om minstens 5 keer per week een halfuur matig intensief te bewegen. Je voelt je hartslag dan wel versnellen, maar raakt nog niet buiten adem.

    Als naaste van iemand met dementie is het goed om de patiënt mentaal bezig te houden. Ook is het belangrijk dat de patiënt contact blijft houden met andere mensen. Samen herinneringen ophalen heeft bijvoorbeeld een positief gevolg. Een spelletje spelen of puzzelen werkt vaak ook goed.

Medicijnen helpen vooral om de klachten van dementie minder erg te maken. Deze helpen je bijvoorbeeld om rustig te worden als je agressief of angstig bent. Ook zijn er medicijnen die ervoor zorgen dat je je minder somber voelt, of beter slaapt.

Voor sommige vormen van dementie zijn er medicijnen die helpen om de ziekte te vertragen. Hoe eerder je ermee begint, hoe beter dus. De bijwerkingen kunnen vervelend zijn, maar zijn voor elk persoon anders. Vraag hier dus naar bij je arts.

Ook is het goed om te weten dat medicijnen maar voor een deel helpen. De klachten gaan vaak niet helemaal over. Ook werken de medicijnen vaak maar voor een bepaalde tijd. Daarna kunnen de klachten weer terugkomen.

Als je dementie hebt, kunnen gewone taken veel moeite kosten. Een kopje thee zetten of een douche nemen kan een hele uitdaging zijn. Een ergotherapeut helpt je om dit makkelijker te maken. Bijvoorbeeld door je te leren hoe je sommige dingen anders kunt doen. Of door je met hulpmiddelen weer op weg te helpen in huis.

Een van de kenmerken van dementie is moeite met taal. Je hebt dan moeite om andere mensen te begrijpen, maar ook om te zeggen wat je wilt. Een logopedist helpt je hierbij. Bijvoorbeeld door op een andere manier dingen duidelijk te maken, zoals met een lijstje of agenda.

Mensen met dementie gaan minder snel achteruit als ze bezig blijven. In beweging blijven is gezond, maar blijven nadenken ook. Zo is het goed om minstens 5 keer per week een halfuur matig intensief te bewegen. Je voelt je hartslag dan wel versnellen, maar raakt nog niet buiten adem.

Als naaste van iemand met dementie is het goed om de patiënt mentaal bezig te houden. Ook is het belangrijk dat de patiënt contact blijft houden met andere mensen. Samen herinneringen ophalen heeft bijvoorbeeld een positief gevolg. Een spelletje spelen of puzzelen werkt vaak ook goed.

Gevolgen van dementie

Als je dementie krijgt, heeft dat gevolgen voor jou en je omgeving. Op de korte termijn, maar ook in de toekomst. Bij dementie gaan de hersenen steeds verder achteruit. Je klachten zullen dan ook erger worden.

Gevolgen voor de patiënt

Als je dementie hebt, wordt het steeds lastiger om dingen zelf te doen. Omdat je niet meer goed weet hoe je iets moet doen, of omdat je lichaam niet doet wat je wilt. Je stemming kan ook veranderen. Daardoor voel je je misschien verdrietig en heb je misschien geen zin meer om andere mensen te zien. Hoe langer je dement bent, hoe meer hulp van anderen je nodig hebt.

Gevolgen voor partner, familie en vrienden

Het is moeilijk om een naaste met dementie achteruit te zien gaan. Iemand kan steeds meer hulp nodig hebben, maar dit zelf helemaal niet nodig vinden. Daarnaast kan het karakter van een patiënt veranderen. Iemand kan achterdochtig naar familie en vrienden worden en deze uiteindelijk niet meer herkennen.

Folder | Leven met dementie

Dementie is een verzamelnaam voor verschillende ziekteverschijnselen die voorkomen bij diverse aandoeningen. Symptomen zijn bijvoorbeeld: een verstoord taalbegrip, meervoudige handelingen niet meer kunnen uitvoeren, geheugenstoornis. In de folder Leven met dementie gaan we kort in op wat…

Risico op dementie verkleinen

Ook als je kerngezond bent kun je dementie krijgen. Maar een gezonde manier van leven zorgt wel dat die kans kleiner wordt. Daar helpen de volgende tips bij:

  • niet roken
  • met mate drinken
  • genoeg bewegen
  • overgewicht voorkomen

Verder lijkt het erop dat slecht slapen de kans op dementie groter maakt. Zorg dus ook dat je genoeg slaapt. Dat geldt ook voor slecht horen. Ga met klachten over je gehoor dus naar je huisarts. Heb je een gehoorapparaat, gebruik deze dan ook.

Daarnaast helpt het ook om je hersenen actief te houden. Dat kun je doen door te blijven leren. Volg bijvoorbeeld een cursus of leer een nieuwe taal. Ook een instrument bespelen of spelletjes als dammen en schaken houden de hersenen scherp.

Afwisseling is daarbij belangrijk. Kook bijvoorbeeld eens een recept dat je nog nooit eerder hebt gemaakt. Of neem eens een andere route naar de supermarkt.

Ook is het belangrijk om in contact met anderen te blijven. Met vrienden en familie, of door aan vrijwilligerswerk te doen. Mensen met weinig sociale contacten hebben namelijk meer kans om dementie te krijgen.

Uit een toekomstverkenning van het RIVM voor 2040 komt naar voren dat er over twintig jaar 330.400 mensen aan dementie lijden.

Lees meer

Deze tekst over dementie is gemaakt in samenwerking met:

  • Prof. dr. Marcel Olde Rikkert, hoogleraar geriatrie, afd. Geriatrie & Radboudumc Alzheimer centrum te Nijmegen
  • Prof. dr. Philip Scheltens, neuroloog Amsterdam UMC & directeur Alzheimercentrum Amsterdam en bestuurslid KNAW

Gerelateerde blog berichten