Home
Onderzoek
Snel Beter Behandelen
Delen

Snel Beter Behandelen

Het nieuwe onderzoeksprogramma Snel Beter Behandelen van de Hersenstichting maakt onderzoek mogelijk dat bestaande behandelingen optimaliseert en nieuwe behandelingen ontwikkelt. De belangrijkste voorwaarde van de te steunen onderzoeken is dat die behandelingen binnen vijf jaar in de kliniek toegepast moeten kunnen worden. Door huidige behandelmogelijkheden voor (en met) patiënten met hersenaandoeningen te verbeteren kunnen we een zo groot mogelijke gezondheidswinst voor patiënten realiseren.

 

In december 2015 zijn de eerste onderzoeksvoorstellen voor dit programma gehonoreerd. Vijf onderzoeken kregen samen meer dan € 1,3 miljoen. Hieronder leest u een korte samenvatting van de onderzoeken. Inmiddels is ook een zesde onderzoeksvoorstel gehonoreerd.

Werkzame stof in de plaspil helpt misschien ook autisme-patiënten

Kinderen, jongeren en volwassenen met autismespectrumstoornissen (ASS) hebben doorgaans een andere zintuigelijke en sociale wereld. Ze verwerken en ervaren contact met de buitenwereld anders. Waarschijnlijk wordt een deel van de symptomen van ASS veroorzaakt door te weinig remming van hersenactiviteit. Een gezond brein heeft namelijk een goede balans nodig tussen stimulerende en remmende activiteit om te zorgen dat alle informatie en prikkels uit de buitenwereld goed kunnen worden verwerkt.

 

Deze balans wordt onder andere verzorgd door zogeheten neurotransmitters, stofjes die de overdracht in hersenactiviteit kunnen stimuleren of remmen. Nu is er slechts één neurotransmitter die kan remmen: GABA. Vele studies hebben aangetoond dat verzwakking van remming door GABA samenhangt met het ontstaan van ASS. Dit heeft echter nog niet tot een behandeling geleid.


Recent is mogelijk een doorbraak bereikt: er is aangetoond dat een medicijn voorheen bekend als plaspil, bumetanide genaamd, de remmende werking van GABA kan versterken. Deze studie wil bumetanide testen over het hele spectrum van ASS in verschillende type centra om zo te garanderen dat alle patiënten groepen kunnen gaan profiteren van deze veelbelovende, gerichte en relatief veilige behandeling.


Dr. Bruining, Universitair Medisch Centrum Utrecht Hersencentrum

 

Individuele dosering van medicijn bij multiple sclerosis

Multiple sclerose (MS) is een ziekte waarbij de bescherm- en isolatielaag rondom de zenuwen in de hersenen, ruggenmerg en oogzenuwen (het centrale zenuwstelsel) is beschadigd. Hierdoor kunnen onder andere problemen ontstaan met lopen, voelen en zien. Kenmerkend voor MS is dat de verschijnselen in het begin in aanvallen komen. Dit is zo omdat een beschadiging van de myelinelaag in korte tijd ontstaat, maar het lichaam tijd nodig heeft om de beschadiging te herstellen.

 

De aanvallen noemt men ‘relapses' of ‘schubs', de herstelfase de ‘remitting phase'. Men spreekt daarom van relapsing-remitting MS. Uit onderzoek naar het medicijn natalizumab, blijkt dat natalizumab relatief wordt overgedoseerd bij de meerderheid van patiënten met relapsing-remitting MS.


De onderzoekers willen onderzoeken of het effectief is om pas een volgende dosis natalizumab te geven als de spiegel in het bloed voldoende is gedaald. Dit kan leiden tot aanzienlijk minder ziekenhuisbezoeken en een forse afname in kosten van het medicijngebruik.


Dr. Killestein, VU medisch centrum, Amsterdam

Diepe hersenstimulatie-operatie bij ziekte van Parkinson kan patiëntvriendelijker

Bij patiënten met de ziekte van Parkinson kunnen diepe hersenelektroden worden geplaatst om symptomen als beven, traagheid en stijfheid tegen te gaan. Het eerste deel van de operatie wordt uitgevoerd onder plaatselijke verdoving. Patiënten moeten wakker zijn tijdens de operatie, omdat de optimale plaats van de elektroden te kunnen testen. De operatie is hierdoor zeer belastend voor patiënten.


Door de moderne beeldvormende technieken is het nu mogelijk om de beoogde plaats van de elektroden voldoende nauwkeurig te bepalen op basis van de MRI-scan. Het is dan niet meer nodig om tijdens de operatie testen te doen bij de patiënt. De hele operatie zou dan kunnen worden uitgevoerd onder algehele narcose. De onderzoekers willen weten of de operatie onder algehele narcose net zo effectief is als onder plaatselijke verdoving.

 

De verwachting is dat de operatie minder traumatiserend is, de operatieduur korter zal zijn, evenals de duur van de ziekenhuisopname, waardoor ook de wachttijd van twee jaar korter zal kunnen worden.

 

Prof. dr. Schuurman, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam

 

 

Een effectieve behandeling van beroerte tot 12 uur na begin van de klachten

Een beroerte door afsluiting van een hersenbloedvat, ook wel herseninfarct, komt in Nederland ruim 30.000 keer per jaar voor. Een nieuwe behandeling is de intra-arteriële behandeling, waarbij door middel van een klein slangetje het stolsel op mechanische wijze uit het bloedvat wordt verwijderd. Deze methode is veilig en effectief gebleken, mits uitgevoerd binnen 6 uur na het ontstaan van de klachten.


Echter, meer dan 25% van de patiënten met een herseninfarct arriveert te lang na het begin van de klachten in een ziekenhuis of wordt wakker met de verschijnselen van een herseninfarct zodat het tijdstip van het ontstaan van het infarct niet duidelijk is. Zij komen niet in aanmerking voor de intra-arteriële behandeling, omdat de kans op een effect van de behandeling in deze groep patiënten uiterst klein wordt geacht.


Er zijn aanwijzingen dat patiënten die binnen 6-12 uur na het begin van de klachten worden behandeld, beter herstellen dan patiënten die helemaal niet behandeld zijn. Dit onderzoek wil dat verder onderzoeken, zodat voor deze groep patiënten, die weliswaar te laat in het ziekenhuis komt, maar voldoet aan enkele specifieke criteria, er toch een effectieve behandelmogelijkheid komt.


Dr. Van Zwam, Maastricht University Medical Center

Snellere behandeling van beroerte

Hoe langer het duurt voor de behandeling begin na een beroerte, hoe meer hersencellen afsterven en hoe slechter de prognose is. Op het moment dat een patiënt met een beroerte medische hulp inroept gaat de zogenaamde totale systeemvertraging (TSV) lopen: de tijd totdat behandeling gestart wordt.

 

Om te onderzoeken hoe de TSV verkort kan worden, moet de TSV eerst kunnen worden geregistreerd. Dit onderzoek introduceert, door middel van een polsbandje met bluetoothsignaal, een innovatieve en patiëntvriendelijk manier om de TSV simpel, accuraat en automatisch te registreren. Dit wordt al succesvol toegepast bij patiënten met een acuut hartinfarct. Het signaal wordt automatisch geregistreerd op vooraf ingestelde locaties (b.v. de ambulance, de spoedeisende hulp, de CT-scan en de locatie van behandeling).


Om de TSV te bekorten krijgen de zorgverleners real-time visuele feedback over de actuele doorlooptijd van de patiënt. Via schermen op de vooraf ingestelde locaties krijgen ze te zien wat de actuele TSV is op dat moment, en via een kleurcodering (rood of groen) wordt weergegeven hoe de doorlooptijd zich verhoudt tot een gemiddelde doorlooptijd. Het is de verwachting dat de zorgverleners hierdoor efficiënter gaan werken en de TSV verkort wordt.


Dr. Kruyt, Leids Universitair Medisch Centrum

SMARD: smartphone-monitoring tegen terugval bij depressie

Het terugvallen in een depressie is een groot probleem dat bij 50 tot 75% van de mensen met depressie voorkomt. Als een depressie terugkeert veroorzaakt dat veel leed, verlies van sociale rollen, improductiviteit en hoge kosten, naast risico op zelfmoord en het chronisch worden van de depressie. Preventie van het terugkeren van depressieve episodes is erg belangrijk om deze negatieve gevolgen te voorkomen.

 

In dit project willen de onderzoekers aparte al bestaande smartphone-apps combineren en onderzoeken of dit leidt tot 30% minder terugval in depressie. De onderzoekers gaan via een smartphone-app een cognitieve en positieve aandachttraining aanbieden. Met een andere app (BeHapp) gaan ze op een objectieve wijze vroege signalen van een dreigende terugval monitoren om die eerder te kunnen herkennen.

 

Bij een vermoeden van een terugval kijken de onderzoekers met behulp van dagboekmetingen of dit een werkelijke depressie wordt. Als dat het geval is dan wordt de cognitieve en positieve aandachttraining direct weer gestart.

Met dit onderzoek willen ze het aantal terugvallen kunnen verminderen. Daarnaast hopen ze eerder te kunnen signaleren en zo eerder ingrijpen bij een dreigende terugval.

 

SMArtphone gebaseerde monitoring en modificatie van cognities tegen Recidivering van Depressie (SMARD)

Dr. Ruhé, UMC Groningen 

 

 

 

 

Dit is contactinfo