Home
Actueel
HersenMagazine
Hersenstichting steunt comaonderzoek
 

Hersenstichting steunt comaonderzoek

Als iemand na een hartstilstand in coma raakt, komen er allerlei vragen boven. Niet alleen over de behandeling en diagnose van de patiënt, maar ook voor familie en naasten. De Hersenstichting financiert verschillende projecten op het gebied van coma, een toestand van buiten bewustzijn waarin jaarlijks zo’n vijfduizend mensen na een hartstilstand belanden.

Dr. Jeannette Hofmeijer (neuroloog) en dr. Marianne Boenink (filosoof) werken beiden aan de Universiteit Twente. Ze doen daar onderzoek naar de vooruitzichten van mensen die na een hartstilstand in een coma belanden. Bij één van die projecten werken ze vanuit hun eigen expertiseveld samen.

 

‘Mensen die na een hartstilstand in coma raken, kennen onzekere vooruitzichten,’ licht Hofmeijer de aanleiding voor het project toe. ‘Sommige patiënten genezen, andere houden er een hersenbeschadiging aan over en blijven buiten bewustzijn. Dat kan lastige vragen opleveren over iemands kwaliteit van leven en de manier waarop iemand behandeld moet worden. Over dat laatste doen wij in het ziekenhuis al jaren onderzoek. We willen graag zo veel mogelijk weten over iemands herstelkansen, zodat een onnodig levensverlengende behandeling op de intensive care eventueel vermeden kan worden.’

Voorspellen

Hofmeijer en haar team bekeken daarvoor hersenfilmpjes (eeg’s) van comapatiënten en kunnen inmiddels op basis daarvan in meer dan de helft van de gevallen voorspellen of iemand wakker zal worden of niet. ‘Tussen de 50 en 60% is inmiddels te voorspellen. Dat doen we tegenwoordig niet alleen door zelf de hersenfilmpjes te beoordelen, maar ook via een computer-algoritme dat veel meer informatie uit een hersenfilmpje kan halen en zo bij meer patiënten een betrouwbare voorspelling kan doen.’

Grijs gebied

Bij mensen in coma is niet alleen de vraag of ze wakker zullen worden, maar ook in hoeverre hun kwaliteit van leven acceptabel zal zijn. Daar heeft niet iedereen dezelfde ideeën over. De één vindt bijvoorbeeld herkennen van familie belangrijk, de ander zelfstandig kunnen leven. Wie mag dan bepalen of iemands kwaliteit van leven na thuiskomst voldoende zal zijn? En wegen de kosten van doorbehandelen voor de samenleving wel op tegen de baten voor patiënt en familie?

 

Boenink houdt zich met deze aspecten van het onderzoek bezig: ‘Vanwege deze ethische problematiek draag ik als filosoof bij aan het onderzoek. Ik kijk naar vragen als: Onder welke voorwaarden is het ethisch acceptabel om te stoppen met behandelen? Wie mag beslissen of een prognose zo slecht is dat de behandeling gestaakt wordt? Met de eeg-techniek is vaak binnen 24 uur al vast te stellen wat iemands prognose is. Maar tijd speelt voor de familie en nabestaanden een heel belangrijke rol in het accepteren van of omgaan met die informatie. Moet familie dan niet meer tijd krijgen? Communicatie speelt ook een grote rol. Een vertwijfelde familie langzaam meenemen in het proces van besluiten over levensbeëindiging is vaak vruchtbaarder dan een snelle beslissing forceren.

 

Wij onderzoeken hoe de eeg-techniek het proces van besluitvorming beïnvloedt en hoe wenselijk dat is. En ook het feit dat er een computer-algoritme bij betrokken is, werpt nieuwe vragen op. Als een arts oordeelt dat behandeling medisch zinloos is, vertrouwen veel mensen daarop. Maar een computer die dat bepaalt op grond van berekeningen die de arts soms ook niet kan volgen, is voor veel mensen wellicht moeilijker te vertrouwen.’

Hersenen stimuleren

Hofmeijer is ook hoofdonderzoeker bij een ander onderzoek dat door de Hersenstichting gefinancierd wordt. ‘Het uitgangspunt voor het project Ghreline behandeling bij comateuze patiënten na een hartstilstand is dat er momenteel geen behandeling bestaat om het hersenherstel bij coma-patiënten te bevorderen. In gekweekte hersencellen, een soort mini-hersenen, doen wij onderzoek naar de effecten van ghreline op hersenen die zuurstoftekort na een hartstilstand hebben opgelopen.

 

Ghreline is een natuurlijk voorkomend hormoon dat de activiteit van hersencellen stimuleert. Die stimulatie beïnvloedt op haar beurt het herstel positief. Zenuwcellen worden weer actief en blijken minder beschadigd. Het stofje is inmiddels ook bij proefdieren getest. Het blijkt dat behandeling met ghreline werkt en dat er minder restschade overblijft, bijvoorbeeld op cognitief gebied zoals geheugentaken.

 

Ghreline testen we in comateuze patiënten na een hartstilstand op de intensive care van enkele ziekenhuizen. Alle comateuze patiënten worden vanaf oktober in het onderzoek betrokken, waarbij de helft ghreline krijgt toegediend en de andere helft een placebo. De hypothese is dat als mensen uit een coma ontwaken, ze minder restschade overhouden en beter herstellen na behandeling met ghreline.’ Hofmeijer hoopt binnen ongeveer twee jaar alle patiënten voor haar onderzoek te verzamelen, waarna er een periode van intensieve monitoring plaatsvindt. De eerste resultaten zijn over ongeveer drie jaar bekend.

Toekomstdroom

Neuroloog Jeannette Hofmeijer hoopt dat het in de toekomst mogelijk zal zijn om bij iedere comateuze patiënt na een hartstilstand betrouwbaar de prognose te bepalen en behandelingen toe te passen die helpen het herstel van de hersenen te bevorderen. Filosoof Marianne Boenink wil samen met collega’s uitwisseling tussen techniekontwikkelaars, patiënten, familieleden, zorgprofessionals en beleidsmakers bevorderen. ‘Zo hopen we in de toekomst eerder te zien waar ethische problemen spelen.’

 

Lees de toekomstdromen van Jeannette Hofmeijer en Marianne Boenink.

Tekst: Johan van Leipsig

Fotografie: Rikkert Harink

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Aanmelden