Alles op zijn tijd

Het leven met een partner met hersenletsel vraagt veel praktische aanpassingen. Dat is niet gemakkelijk, maar wel iets waar je je partner mee kunt helpen. Wat ik zelf moeilijker vindt is om te zien hoe mijn partner worstelt met het leven. Zo vindt Koos het moeilijk om niet kwaad te blijven over het verlies van zijn leven voor het herseninfarct. Hierin voel ik me machteloos. Ik kan niets concreets doen om hem hiermee om te laten gaan. Het is iets waar hij zelf doorheen moet.

Over het algemeen is Koos erg optimistisch ingesteld en bezit hij een grandioze hoeveelheid humor. De eerste dagen na het herseninfarct was daar weinig van terug te zien. Zijn gelaten houding, zijn verdriet, zijn onmacht. Ik kende hem niet meer. Hij was veranderd in een dood vogeltje. Het was hartverscheurend en beangstigend. Ik was bang dat hij niet meer de Koos zou worden die hij altijd was. Bang dat hij niet de kracht vond om hier bovenop te komen.

Toch vond hij van de ene op de andere dag de kracht om er bovenop te komen. Alsof hij een knop had gevonden om zijn verdriet uit te schakelen, was hij weer de grappenmaker en vond hij de energie om te vechten tegen zijn situatie. Hij werd bewonderd om zijn veerkracht en geprezen om zijn eindeloze motivatie om hier sterk weer uit te komen. Ik was zo trots op hem en probeerde om hem op alle mogelijke manieren te ondersteunen tijdens zijn revalidatie.

In diezelfde periode legde iemand in het revalidatiecentrum ons uit dat de fase waar wij doorheen gingen vergeleken kon worden met een rouwproces. Omdat we iets los moesten laten. Ik begreep het concept, in mijn hoofd. Maar ik voelde het op dat moment niet. Koos al helemaal niet. Onze aandacht ging op dat moment volledig naar het herstel en het vechten om zoveel mogelijk van ons oude leven vast te houden.

Dat is allemaal goed geweest. In de revalidatieperiode is die vechtlust keihard nodig. Zonder zijn vechtlust en veerkracht in die periode stonden wij niet waar we nu staan. Toch vraag ik me nu wel eens af of die sterke houding inmiddels niet teveel een masker is geworden. Zoveel als hij in de revalidatieperiode gevochten heeft voor behoud van zijn oude persoonlijkheid, zoveel moest hij loslaten in die periode daarna. Dag onvermoeibare man, dag man die alles kan doen wat hij maar wil, dag fantastische baan.

Het oude leven voor het infarct zullen we niet meer terug krijgen. Dat is een gegeven waar we allebei aardig mee om kunnen gaan. Maar afscheid nemen van de oude Koos is een onmogelijke opgave, vooral voor Koos zelf. Misschien is het nu tijd dat hij wel eens goed kwaad is, en zelfs een poosje blijft. Dat hij verdrietig is om het verlies van zijn oude ik. Nu voelt het alsof het er niet mag zijn. Maar het mag, en moet er zelfs zijn. Ik gun hem dat hij het zichzelf toestaat.