Een heilige ben ik niet. Verre van. Maar ik denk dat ik, terugkijkend, altijd een pleitbezorger van een inclusieve samenleving* ben geweest. Iets wat de politiek met de aanstelling van een minister van Gehandicaptenzaken promoot. Alhoewel die term vroeger niet bestond. En ik me evenmin bewust was van mijn gedachten daarover destijds.

Enkele voorbeelden. Als kind had ik tijdens vakanties in Nederland – waar we vlakbij Nijmegen een stacaravan hadden – jaren een vast vriendinnetje, Marie-Antoinette. Wij trokken veel met elkaar op. Zij had het syndroom van Down. Dat had ik als kind niet in de gaten. Positief, vind ik. Ik denk nog wel eens aan haar. Hoe zou het ermee zijn?

Een ander voorbeeld. Ik herinner me ook goed dat ik als puber met een stel klasgenoten net buiten onze middelbare school liep en we een man tegenkwamen. Hij was niet bepaald een hunk, zouden we tegenwoordig zeggen. Maar who cares. Ik weet dat de meiden om hem moesten lachen toen we langs hem liepen. En ook dat ik dat destijds stom van hen vond. Ik lachte dus ook niet mee. Vond het ondertussen wel sneu voor hem.

In hokjes denken

Maakt mij dit een heilige? Verre van. Ik besef: ook ik denk in hokjes. Heb mijn voorkeuren qua uiterlijk van mensen, hun manier van praten of van omgang. En dat bepaalt hoe ik met anderen omga. Dus heilig ben ik zeker niet. Maar discriminatie of afwijzen van mensen die anders zijn, heeft me altijd tegen de borst gestoten.

Iedereen is anders. Dat maakt de maatschappij ook mooi. Dat wil zeggen: de maatschappij zou mooi kunnen zijn… Denk ik als naïeveling. Of als hoopvolle sterveling.

Krukken, rollator of een rolstoel

Als ik naar mezelf kijk… Ik loop met krukken of een rollator, en een enkele keer zit ik in een rolstoel. Dus mensen kunnen zien dat er iets ’speelt’. Of dat ‘iets’ tijdelijk of permanent is, is niet te zien. Maar ik maak zelf alleen maar positieve dingen mee. Moeders die tegen hun kind zeggen even rekening met mij te houden, als ik met krukken langs hun loop. Of een man die even voor me afwijkt, omdat we allebei in een smal gangetje lopen en we liever bij elkaar uit de buurt blijven vanwege corona.

Dus, nee, ik heb geen negatieve ervaringen. Behalve die keer dat ik met mijn vriend jaren terug op vakantie was en een groep mannen lachte toen ik met mijn krukken langs hen liep. Misschien omdat ze dachten dat ik van wintersport terugkwam en mijn been had gebroken? Het speelde rond de tijd van de skivakanties… Mijn vriend was er niet blij mee, zei hij later tegen me. Maar eigenlijk had ik er geen last van

En natuurlijk weet je niet wat mensen achter je rug om zeggen. Evenmin weten zij wat ik van hen vind. Maar ik denk dat we met alle verschillen rekening moeten houden. Wel of geen beperking moet niet uitmaken voor de benadering van een ander. Een inclusieve samenleving heeft hier oog voor. Niet meer dan logisch, toch, dat we zo’n maatschappij zouden moeten willen?

* Een inclusieve maatschappij is een maatschappij waarin mensen met verschillende geloofsovertuigingen (of geen geloof), tegengestelde ideologieën, uit verschillende klassen of sociale groepen, met diverse seksuele oriëntaties, kunde of beperkingen zich ingesloten voelen. (Bron: demos.be)


Lees hier de vorige blog van Nicole