Ik ben sinds afgelopen december inwoonster van Friesland. Ik ben verhuisd naar Leeuwarden om, zoals mijn toenmalige buurvrouw zei, ‘te gaan wonen bij mijn scheet’.  

We besloten in augustus alvast zijn huis  het onze te maken door wat ruimtes onder handen te nemen en verandering aan te brengen. De slaapkamer op de zolder haalden we naar de eerste verdieping en creëerden daar ook in een aparte kamer een inloopkast/kleedkamer. Op zolder is nu een werkkamer.

Het klussen was best leuk samen, maar ook frustrerend door wat tegenslagen. Uiteindelijk hebben we er maanden over gedaan in plaats van weken.

Fysiek had ik het zwaar, maar ik deed het toch. Elk weekend, week in week uit was ik in Leeuwarden om te klussen. Doordeweeks was ik in Weesp en daar had ik natuurlijk ook nog mijn verplichtingen. Ik gunde mijzelf geen rust en negeerde de lichamelijke signalen. En dàt eiste op een gegeven moment zijn tol; op een middag barstte ik in tranen uit om een schroefje…

In tranen en boos

We waren het schoenenrek in elkaar aan het zetten in de kleedkamer. Een rek wat klemt tussen de vloer en het plafond met daarin wat planken. Het inschroeven van 12 kleine schroefjes voor de planken kostte mij moeite door de tremoren in mijn handen. Het schroefje viel voor de zoveelste keer.

Mijn emoties gingen van 0 naar 100 in een fractie van een seconde. Frustratie, verdriet, woede maar vooral oververmoeidheid. Hoogstwaarschijnlijk als ik de Hulk zou zijn geweest was dit het moment dat ik groen werd en uit mijn kleding scheurde. 

Ik liet alle andere dingen die ik nog vast had zo uit mijn handen kletteren, stampte over de kartonnen verpakkingen die zich hadden verzameld in de gang, knalde de tussendeur achter mij dicht en stormde de trap af naar beneden. De tranen liepen over mijn wangen met af en toe een uithaal. Het was zo’n typerende, lelijke huilsessie. Niet veel later hoor ik ‘mijn scheet’ in alle rust naar beneden komen. Hij wil mij troosten, maar ik loop heen en weer tussen de keuken en huiskamer omdat ik hem niet wil aankijken met mijn huilgezicht.

Half verstaanbaar, snotterend en met een trillende stem vertel ik hem dat ik boos ben op mezelf, dat rot lichaam dat niet wil functioneren en dat ik mij van tijd tot tijd nog steeds opgesloten voel. “Zo iets simpels en ik kan het niet!”

Het kusje

Hij kust mij op mijn hoofd, op mijn haar en strijkt mij over mijn rug en loopt weer de trap op. Hij weet heel goed wat ik op zo’n moment nodig heb en wat niet.

Terwijl hij terug naar boven loopt zegt hij ‘kijk maar of je zo weer naar boven komt of liever beneden blijft’. Ik knik en veeg ondertussen mijn snotneus en gezicht droog met mijn mouw.

Nadat ik nog even een paar minuten voor mezelf heb genomen om tot bedaren te komen, besloot ik terug naar boven te gaan.

Het kusje. Ik heb mij nog nooit zo verlossend, kwetsbaar doch veilig gevoeld als op dat moment. Het was oké dat het even niet oké was.


Lees hier de vorige blog van Aniek