Onderwerpen op deze pagina:

Synoniemen

Een brughoektumor wordt ook wel vestibularis schwannoom genoemd. De Engelse benaming is vestibular schwannomaacoustic neuroma of cerebellar pontine angle tumour.

Oorzaak

Waarom deze tumor precies op deze plaats ontstaat is (nog) niet bekend. Een dubbelzijdige brughoektumor ontstaat in het kader van een erfelijke aandoening genaamd Neurofibromatose type 2 (NF2).

Symptomen

Bijvoorbeeld als je na een ongeluk last hebt van bewusteloosheid of geheugenverlies. 
Maar ook ‘stil zijn’ na een ongeluk (dus juist niet huilen) is een kenmerk of hoofdpijn, verwardheid, sufheid, misselijkheid of braken, onzeker lopen, uitval in een arm of been, duizeligheid.

Heb je vragen over (de gevolgen van) een hersenaandoening of over behandelingen? Onze medewerkers van de infolijn helpen je graag. Neem gerust contact op via mail of telefoon.

Diagnose

Bij vermoeden van eenzijdige gehoorsvermindering en evenwichtsproblemen wordt door een KNO-arts een audiogram (gehoortest) gemaakt. Als de uitslag aanleiding geeft om een brughoektumor te vermoeden, wordt er een MRI-scan gemaakt. Ondanks dat een brughoektumor meestal niet kwaadaardig is, is een vroegtijdige opsporing belangrijk vanwege de centrale ligging in het hoofd. Naarmate de tumor groeit neemt de kans op schade van zenuwen en hersenstam toe. Ook worden de risico’s van een behandeling groter.

Behandeling

Doel van de behandeling is het zoveel mogelijk intact houden van de hersenfuncties voor de lange termijn, stoppen van de groei en/of verwijderen van de tumor. Na het stellen van de diagnose zijn er vier behandelopties, afhankelijk van klachten, grootte en leeftijd:

  • Wait & scan

    Bij een kleine brughoektumor wordt meestal eerst afgewacht en gekeken óf en hoe snel de tumor groeit. Dit gebeurt door na een jaar een MRI-scan te maken van de hersenen. Bij toename van de klachten volgt vaak op korte termijn behandeling. Indien er geen groei optreedt, wordt weer na een jaar een MRI herhaald. Bij grote brughoektumoren en jonge patiënten is deze strategie van wait & scan geen optie.

  • Operatie

    Een operatie wordt meestal gedaan als, door herhaald MRI-onderzoek, groei van de tumor is aangetoond of bij jonge patiënten met een grotere brughoektumor (> 2,5 centimeter) die al de nodige druk op de hersenstam veroorzaakt. Bij een operatie kan vaak het (rest)gehoor niet gespaard worden. Indien voor de operatie nog bruikbaar gehoor aanwezig is, wordt er wel naar gestreefd om gehoorsparend te opereren. Eenzijdige gehoorvermindering maakt het lokaliseren van omgevingsgeluid – zoals een rinkelende telefoon of aanstormend verkeer – moeilijker. Ook zijn er risico’s op schade aan de aangezichtszenuw, het gevoel in het gelaat en de slikfunctie.

    Theoretisch kunnen er beschadigingen optreden in het hersenweefsel rondom de tumor, met restschade tot gevolg. Er zijn een drietal routes door de schedel naar de tumor. Afhankelijk van de locatie, de klachten en de grootte van de tumor bepalen de neurochirurg en KNO-arts welke strategie wordt toegepast.

  • Bestralen

    Een alternatief voor opereren is een stereotactische bestraling. Met deze behandeling wordt de groei van de tumor gestopt. Bestraling wordt voornamelijk toegepast bij kleine en middelgrote tumoren waarbij door herhaalde MRI-groei is vastgesteld, bij oudere patiënten of als het gehoor nog bruikbaar is. De tumor kan wel kleiner worden, maar verdwijnt niet na de bestraling. Daarom is het na deze behandeling noodzakelijk is om jaarlijks een MRI-scan te maken om te kijken of de tumor niet gaat groeien. Vaak vermindert het gehoor in de loop van enkele jaren toch nog. Soms dient alsnog geopereerd te worden, als de tumor na bestraling toch doorgroeit.

  • Combinatie van opereren en bestralen

    Soms kan met een operatie niet al het tumorweefsel worden verwijderd en zal er naast opereren ook bestraald moeten worden. Bij grote, complexe brughoektumoren kan pas tijdens de operatie goed worden beoordeeld of volledig verwijderen van de tumor mogelijk is. Om geen onnodig risico te lopen wordt dan tijdens de operatie besloten om zo veel mogelijk tumorweefsel te verwijderen. Na de operatie wordt dan een MRI herhaald. Indien in de loop van de tijd blijkt dat het achtergebleven tumorweefsel gaat groeien, wordt dit bestraald.

Bij een kleine brughoektumor wordt meestal eerst afgewacht en gekeken óf en hoe snel de tumor groeit. Dit gebeurt door na een jaar een MRI-scan te maken van de hersenen. Bij toename van de klachten volgt vaak op korte termijn behandeling. Indien er geen groei optreedt, wordt weer na een jaar een MRI herhaald. Bij grote brughoektumoren en jonge patiënten is deze strategie van wait & scan geen optie.

Een operatie wordt meestal gedaan als, door herhaald MRI-onderzoek, groei van de tumor is aangetoond of bij jonge patiënten met een grotere brughoektumor (> 2,5 centimeter) die al de nodige druk op de hersenstam veroorzaakt. Bij een operatie kan vaak het (rest)gehoor niet gespaard worden. Indien voor de operatie nog bruikbaar gehoor aanwezig is, wordt er wel naar gestreefd om gehoorsparend te opereren. Eenzijdige gehoorvermindering maakt het lokaliseren van omgevingsgeluid – zoals een rinkelende telefoon of aanstormend verkeer – moeilijker. Ook zijn er risico’s op schade aan de aangezichtszenuw, het gevoel in het gelaat en de slikfunctie.

Theoretisch kunnen er beschadigingen optreden in het hersenweefsel rondom de tumor, met restschade tot gevolg. Er zijn een drietal routes door de schedel naar de tumor. Afhankelijk van de locatie, de klachten en de grootte van de tumor bepalen de neurochirurg en KNO-arts welke strategie wordt toegepast.

Een alternatief voor opereren is een stereotactische bestraling. Met deze behandeling wordt de groei van de tumor gestopt. Bestraling wordt voornamelijk toegepast bij kleine en middelgrote tumoren waarbij door herhaalde MRI-groei is vastgesteld, bij oudere patiënten of als het gehoor nog bruikbaar is. De tumor kan wel kleiner worden, maar verdwijnt niet na de bestraling. Daarom is het na deze behandeling noodzakelijk is om jaarlijks een MRI-scan te maken om te kijken of de tumor niet gaat groeien. Vaak vermindert het gehoor in de loop van enkele jaren toch nog. Soms dient alsnog geopereerd te worden, als de tumor na bestraling toch doorgroeit.

Soms kan met een operatie niet al het tumorweefsel worden verwijderd en zal er naast opereren ook bestraald moeten worden. Bij grote, complexe brughoektumoren kan pas tijdens de operatie goed worden beoordeeld of volledig verwijderen van de tumor mogelijk is. Om geen onnodig risico te lopen wordt dan tijdens de operatie besloten om zo veel mogelijk tumorweefsel te verwijderen. Na de operatie wordt dan een MRI herhaald. Indien in de loop van de tijd blijkt dat het achtergebleven tumorweefsel gaat groeien, wordt dit bestraald.