Home
Actueel
Blogs
Claustrofobisch

Claustrofobisch

Maandag 4 juli 2016. Geplaatst onder: Ziekte van Lyme door Esmee Kamphuis

Wat ben ik moe! Zó ver-schrik-ke-lijk moe. Het voelt alsof al het leven uit mijn lichaam gezogen is. Als iemand mij vraagt hoe het gaat, lukt het me niet om dit onderwerp aan te snijden. Waarom? Dat is iets wat ik mijzelf de laatste tijd continu afvraag. Waarom lukt me dat toch niet?

 

Slapen
Misschien ben ik bang om te breken wanneer ik zeg: ‘ik ben zo moe', omdat de lading zo veel groter is dan alleen de chronische vermoeidheid waarmee mijn lichaam kampt. Ik ben niet alleen fysiek moe. Ik ben moe van het ziek zijn. Moe van het feit dat ik geen deel meer uitmaak van de maatschappij. Moe van het constant ‘nee' zeggen tegen dingen waar ik graag ‘ja' tegen zou willen zeggen. Ik word er moe van constant om hulp te moeten vragen. Zelfs van nadenken over mijn toekomst word ik moe. 'De toekomst', kom ik daar ooit? Ik word moe van mijn gekoesterde hoop en de teleurstellingen die daar het gevolg van zijn. Moe van de pijn. Moe van het vechten op alle fronten. Zó moe dat ik mijzelf betrapte op de gedachte dat ik het niet erg zou vinden als ik in slaap zou vallen en nooit meer wakker zou worden. Het liefst met behoud van mijn dromen, want in mijn
dromen lééf ik tenminste.

 

Droom
Onlangs droomde ik nog dat ik met mijn vriend op survival was in de ruige bossen en bergen van Noorwegen. We klauterden over boomstammen en rotsen met een tent en kookgerei op onze rug. Het was fantastisch om samen op avontuur te zijn. Samen namen we de prachtige natuur om ons heen in ons op en we genoten van elke stap die we zetten. De bundels gouden zonnestralen die hier en daar tussen de bomen door de grond raakten, verraadden dat we de rand van het bos naderden. Voor we uit de schaduw van de bomen stapten klauterden we nog langs een groot hol dat van Lynxen bleek te zijn. Hoe we dat wisten? We zagen ze op veilige afstand lopen! We sidderden van spanning en enthousiasme tegelijk. Eenmaal bij de bosrand aangekomen verwarmden de zonnestralen van de koele Noorse zomer onze ontblote armen. De zon en koele lucht waren zo perfect in balans dat we ons niet in het zweet hoefden werken met alle activiteiten die we -bepakt en bezakt- ondernamen. Onze rugzakken waren zwaar, maar ik voelde me zo licht als een veertje. Voor ons lag een groene heuvel met hoog gras en pluimen die zacht dansten in de wind. Daarachter doemden steile bergen op. We deden een wedstrijdje. ‘Wie het eerst boven op deze heuvel is!', riep ik naar mijn vriend, terwijl ik hem al een paar passen voor was. Ik voelde me intens gelukkig.

 

Nachtmerrie
Plotseling schrok ik wakker. Uit mijn droom ontwaakt, belandde ik in een nachtmerrie. Ik was vermoeider en had meer pijn dan voor ik ging slapen. Niet alleen fysiek was de pijn heftiger. Ik voelde een snijdende pijn van verlangen. Ik verlangde terug naar mijn droom die in de realiteit zo ver weg is. Waar ben ik nog zonder mijn dromen? De laatste tijd laat mijn lichaam me compleet in de steek en lukt het me zelfs niet er aan te ontsnappen in mijn dromen. Op zulke momenten is er geen uitlaatklep. Vluchten kan niet, want ik zit gevangen in mijn lichaam. Dat voelt claustrofobisch en uitzichtloos. Paniek, boosheid, onmacht, teleurstelling, somberheid, intens verdriet en een overheersende vermoeidheid zijn tegelijk aanwezig in een kleine ruimte. In mij. Bij een gevecht dat zo zwaar is, ontkom ik er niet aan dat ik af en toe denk aan opgeven. Niet dat ik dat van plan ben, nee, er zijn te veel dromen om voor te vechten. Daarom moet ik leren mijn claustrofobie te overwinnen. Ik moet leren vrij te zijn in gevangenschap.

 

Esmee

 

Lees hier de vorige blog van Esmee

 

Esmee is ook blogger voor Gezondheid & Co. Lees hier haar verhaal.  


Meer artikelen in Ziekte van Lyme

Reageer op dit artikel