Home
Actueel
Blogs
Collector’s item

Collector’s item

Dinsdag 3 februari 2015. Geplaatst onder: Collecte door Ricky van Dijk

Dit is het jaar waarin ik knopen doorhak. Volgende week met de nieuwe deeltijdbaan beginnen. Volgende maand komen de studieboeken op tafel. Nu ga ik even naar de bibliotheek voor een boek voor op de bank. Ik zie dat de Stichting Vrijwilligerswerk in het pand naast de bibliotheek is getrokken. Zou ik naar binnen gaan? Dit is niet het moment voor een vrijwilligersbaan maar toch...
Ik blader door de vacatures: wandelingen maken met een blinde man. Werken in een dierenasiel of kringloopwinkel. Misschien kan ik later iets betekenen...

 

Later was vroeger dan ik dacht. Vriend Davy vroeg mij collectant te worden voor de Hersenstichting. Hij kreeg, net zoals mijn broer Peter, van de ene op de andere dag een hersentumor. De anders zo bedachtzame ik had deze keer geen bedenktijd nodig. Ik ging op pad en loste een stilzwijgende belofte in.

 

Hartje winter. Een beetje onwennig was het wel. Wat ga ik zeggen als de voordeur open gaat? Als ik me maar niet verspreek. ‘Goedenavond, ik kom hier corrigeren eh collecteren namens de Hart-, eh Nier- eh Hersenstichting'.

 

Mijn vuurdoop houd ik in mijn eigen straatje. De vertrouwde omgeving versterkt ‘het gevoel dat u gaat geven'. Een kind maakt de voordeur open, ziet me staan en spreekt nu eenmaal de waarheid: ‘ze moet geld hebben'.

 

De timing is niet altijd even goed. Vlak voordat ik aanbel zie ik dat een dorpsgenoot zich net in zijn luie stoel laat zakken. Ik vraag me af waarom ik uitgerekend nu hier ben. Hij veert op, begroet me en keert spontaan zijn portemonnaie binnenste buiten. Het resultaat: één shell zegeltje. Daarna doorzoekt hij alle jassen. Tevergeefs. Dan gaat hij over op het noodscenario en leent geld uit de spaarpot van de kinderen.

 

Een bejaarde man kijkt quasi onopvallend tussen de luxaflex door. Hij herkent mij niet en doet de deur niet open. Ik geef hem geen ongelijk. Hij kan niet weten dat ik wel babbels heb maar geen trucs.

Met sommige mensen moet je wat geduld hebben. Het kan soms even duren voordat alle sloten ontgrendeld zijn. Gelukkig staan er vaak potjes met kleingeld binnen handbereik in de hal. Uit voorgevoel.


De jogger die ik steeds tegenkom onderweg kan ik hier niet thuisbrengen. ‘Jij? Hier?' Hij geeft dit huis niet alleen een gezicht maar ook een heerlijke ovenschotelgeur. Het water loopt me in de mond. Ik maak dat ik wegkom.

 

De meeste buurtbewoners ken ik niet bij naam. Maar gelukkig hebben we de naambordjes nog. Ik lees dat René en Cindy hier wonen. Ik begroet René met een ‘Hoi René'. Zijn vragende blik spreekt boekdelen.

Op deze manier kom ik overal. Er gaan deuren open die anders gesloten zouden zijn gebleven. De meesten vinden dat ik goed bezig ben. ‘Zo, dus ze hebben jou gestrikt'. ‘Iemand moet het doen'.
Een enkeling doet het met de computer of heeft er nu even geen zin in.

 

Hier waakt een hond. Het klinkt als Senna. Maar ze woont hier niet.
Een dronken man is niet van plan om geld te geven. Hij waarschuwt mij voor zijn valse tekkel terwijl ik weet dat hij een rottweiler heeft. Ik wacht. Uiteindelijk komt hij terug en doet alsnog een duit in het zakje.

 

Als ik bij goede bekenden aankom zeg ik: ‘Je raadt nooit wat ik aan het doen ben!'. Als vanzelf doen ze wat muntjes in de collectebus. Ik dek de voorkant van de collectebus af met mijn hand. ‘Waarvoor denk je dat ik collecteer?'. Hij zit ernaast: geen nieuwe bril!

 

Een dame nodigt me uit om binnen te komen en biedt me een stoel en warme chocomel aan. Ze vertelt over haar zwager die een herseninfarct heeft gehad. Een van haar buurvrouwen komt naar buiten en ziet me verder gaan. Ze vraagt: ben je nu pas hier?

 

Steeds wanneer er iemand geld in de collectebus stopt wend ik mijn blik discreet af. Bij het horen vallen van zo veel munten reageer ik blij; ‘dat klinkt goed!'. Deze gulle gever zwakt het af met: ‘het zijn maar kleine munten'. Ondertussen worden mijn armen langer en langer.

 

Vrolijk word ik van de man die zingend de voordeur open doet.
Een linkshandige kok goochelt met plakkerige muntjes.
Kleuterknuistjes wurmen de muntjes enthousiast in de collectebus. De moeder legt uit: ‘het gaat net zoals bij de spaarpot'.

 

Ik loop verder in de regen. In mijn hand de groene spaarpot van de Hersenstichting. Deze bewoonster vraagt waarom ik mijn onafscheidelijke hond niet bij me heb. Ze staat er op dat ik haar paraplu meeneem.

 

Dan slaat de vermoeidheid toe. Ik heb het koud en verlang naar mijn pittenkussen. Nog één straat te gaan. Als ik ook ergens aan begin...

 

Bij het laatste huis houd ik niet alleen de collectebus maar ook mijn andere lege hand op. Ik hoor mezelf zeggen dat ik aan het collecteren ben voor de Herstensichting.


Ricky van Dijk


Meer artikelen in Collecte

Reacties

3

Wat een ontzettende leuke reacties van jullie Sandy en Marijke! Bedankt.


Hersenstichting  |  06-02-2015 09:04 uur

Ook ik loop al jaren voor de hersenstichting de collecte, en ook die van de nierstichting. Mensen herkennen je en vaak leggen ze zelfs al geld klaar. Meestal ga ik rond etenstijd (wel eerst zelf eten want al die lekkere luchten maken je hongerig!) of juist op vrijdagmiddag als iedereen lekker thuis is gekomen voor het weekend, meestal vrolijk gestemd en dus gul! Dit jaar liep ik voor het eerst in onze nieuwe straat, en ik kreeg meerdere malen te horen " ooo, jij bent die nieuwe" …. Onze nog jonge kat dartelde met mij mee van huis naar huis en ook hij deed de harten open gaan voor het goede doel! Ik word altijd blij van collecteren, ondanks de kou word ik warm van binnen!


Marijke  |  05-02-2015 19:46 uur

Hallo Ricky,
Erg herkenbaar. Ik ben vorig jaar begonnen in de wijk waar mijn ouderlijk huis was. Mensen herkende me gelukkig, maar dat maakt het niet altijd makkelijker....
Onze zoon, toen 5 jaar, deed het woord en op de vraag wat we hebben met de hersenstichting gaf hij het beste en meest ontroerende antwoord:" Dan gaat mijn ADHD weg!"
Ook dit jaar zetten we ons weer in. 'We' omdat ik simpelweg vind dat dit ook bij de opvoeding hoort. We lopen nu de straat waarin we wonen en het enthousiasme waarin we bedreven zijn inmiddels werken goed. De bittere kou maakt ons meer gedreven en zoonlief ( impulsief als hij is) doet het verhaal met als toegift dat het niet uitmaakt wat mensen geven, dat we blij zijn met iedere eurocent....leuk om dat gevoel van "we" te lezen in jouw ervaring.
WE kunnen het!!!


sandy  |  04-02-2015 16:18 uur

Reageer op dit artikel