Wat is een depressie?

Als je een depressie hebt, betekent het dat je geestelijk lijdt. Je hebt er elke dag last van. Depressie is een ingewikkelde ziekte waarbij verschillende delen van je hersenen betrokken zijn.

Er zijn verschillende depressies. Bij een lichte depressie kun je met weinig hulp toch functioneren. Een huisarts of praktijkondersteuner kan je vaak al in een paar gesprekken helpen. Bij een ernstige depressie heb je meer klachten, die bovendien vaak ernstiger zijn. Vaak is dan snel professionele hulp nodig. Soms gaat een depressie niet in één keer weg, dat heet een ‘chronische’ depressie.

Hoe lang duurt een depressie?

Een depressie kan een paar weken of zelfs maanden duren. Sommige mensen raken in hun leven één keer depressief, andere mensen krijgen vaker last van een depressie. Bij ongeveer 50% van de mensen duurt een depressieve periode korter dan drie maanden. Bij 15 tot 20% van de patiënten is de depressie chronisch, dat wil zeggen dat de depressie wel meerdere jaren kan duren. Periodes met zware klachten worden dan soms afgewisseld met periodes waarin het beter gaat.

De kans dat een depressie terugkomt is groot. Daarom is er nu bij de behandeling steeds meer aandacht voor het voorkomen van een terugval.

Andere soorten depressie

Naast lichte, een zware en chronische depressies zijn er nog andere soorten van depressie.

  • Er zijn seizoensgebonden depressies, zoals herfst- of winterdepressie.
  • Er zijn post-natale depressies vlak na een bevalling (‘post partum depressie’).
  • Er zijn psychotische depressies die voortkomen uit een hele zware depressie. Je bent dan niet alleen heel somber maar ervaart dan ook hallucinaties en gedachten die niet kloppen met de werkelijkheid. Je lijdt aan waanbeelden.
    Een psychose is meestal een beangstigende ervaring wanneer het je overkomt. Eén op de vijf patiënten die vanwege een depressie worden opgenomen in een kliniek heeft ook psychotische kenmerken.
  • Er zijn depressies die ontstaan door extreme stemmingswisselingen bij mensen met een bipolaire stoornis (‘manisch-depressief’).
    Iedereen heeft weleens last van stemmingswisselingen. De ene keer zie je alles somber, de andere keer ben je heel vrolijk en opgewekt. Maar de pieken en dalen zijn bij mensen met een bipolair depressieve stoornis veel erger. De invloed daarvan op het leven en werken van hun omgeving daarom ook.

Folder | Leven met depressie

In de folder ‘Leven met een depressie’ lees je onder andere over de symptomen, oorzaken en verschillende behandelingen van deze complexe hersenaandoening.

Wanneer ga je hulp zoeken?

Als je veel last hebt van een sombere stemming is het verstandig naar je huisarts te gaan. Bespreek waar je last van hebt en kijk je samen hoe je er beter mee om kan leren gaan.

Dan stelt de huisarts een behandelplan op en kijkt wat hij of zij zelf kan doen. Klachten ontstaan vaak geleidelijk. Als je er vroeg bij bent kan de huisarts je klachten met hulp van een praktijkondersteuner of van een psycholoog al verhelpen.

Is het zo dat een depressie je leven blijft beheersen kan de huisarts je doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater, liefst één die werkzaam is in een multidisciplinair behandelteam. Vaak zijn er verschillende behandelingen mogelijk die elkaar ondersteunen.

Waarschuwing

Soms kun je je zo slecht voelen dat je niet verder wil leven. Praat er over met je huisarts, vraag bijvoorbeeld om een dubbele afspraak buiten het spreekuur, dan heb je meer tijd.

Heb je last van zelfmoordgedachten: bel meteen de hulplijn 0900-0113. Daar is iemand met wie je kan praten en die je kan helpen. Praten over zelfdoding kan bij deze landelijke hulplijn voor zelfmoordpreventie. Of kijk op www.113.nl.

Waaraan herken je een depressie?

Iedereen heeft wel eens last van een sombere periode. Een depressie is meer dan vaak somber zijn.

De klachten verschillen per persoon, maar een depressie heeft vaak grote invloed. Vaak heb je helemaal nergens energie voor, heb je veel meer moeite met je werk. Je kunt het bijna niet opbrengen om te gaan. Je ziet overal tegenop. Je hebt de neiging om het huishouden en jezelf te verwaarlozen. Je sport minder, eet minder gezond. Ook zoek je minder contact met je vrienden, je trekt je steeds meer terug. Daardoor kom je steeds meer alleen te staan: dat versterkt dan weer je negatieve gevoel over jezelf. Het is alsof je in een groot zwart gat zit.

Kinderen, jongeren of ouderen hoeven niet persé somber te zijn, bij hen uit depressief gedrag zich bijvoorbeeld in een prikkelbare stemming die dagenlang terugkomt. 

Lijst kenmerken depressie

Als je last hebt van een depressie heb je altijd last van:

  • Een somber gevoel
  • Minder plezier in de dingen, minder interesse in alles
  • Een somber gevoel
  • Minder plezier in de dingen, minder interesse in alles

En er zijn nog meer kenmerken. Als je een depressie hebt, herken je vast een aantal van de volgende klachten:

  • Concentratieproblemen of besluiteloosheid
  • Een gevoel van dat je niks waard bent, of schuldgevoelens
  • Vermoeidheid en verlies van energie
  • Duidelijke verandering in gewicht, veel meer eten of juist veel minder
  • Vaak terugkerende negatieve gedachten, veel piekeren
  • Geen zin hebben in seks
  • Slaapproblemen: meer of juist minder slapen
  • Voortdurende lichamelijke onrust of juist traagheid
  • Concentratieproblemen of besluiteloosheid
  • Een gevoel van dat je niks waard bent, of schuldgevoelens
  • Vermoeidheid en verlies van energie
  • Duidelijke verandering in gewicht, veel meer eten of juist veel minder
  • Vaak terugkerende negatieve gedachten, veel piekeren
  • Geen zin hebben in seks
  • Slaapproblemen: meer of juist minder slapen
  • Voortdurende lichamelijke onrust of juist traagheid

Annemiek lijdt sinds haar 15e aan zware depressies

Annemiek & haar vriend Thom vertellen over de zware depressies van Annemiek. Zij beschrijft ze als een gevoel van diepe rouw.

550.000

In 2016 waren er  550.000 mensen met een depressie in Nederland.

25-45 jaar

Depressie komt voor bij alle leeftijden, maar openbaart zich meestal tussen de 25 en 45 jaar. Depressies komen twee keer zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen.

Oorzaken

Er is niet één speciale oorzaak voor het ontstaan van een depressie. Het is vrijwel altijd het gevolg van een combinatie van biologische, sociale en psychische factoren.

  • Door je lichaam

    Erfelijkheid is de belangrijkste biologische factor. In sommige families komen depressies vaker voor dan in andere. Bij vrouwen komt een depressie twee keer zo vaak voor als bij mannen. Andere mogelijke biologische factoren zijn een ontregeld stress-, hormoon- of immuunsysteem. Maar ook het gebruik van medicijnen, alcohol en drugs kunnen bijdragen aan het ontstaan van een depressie. Tenslotte bestaat er een verhoogde kans op een depressie voor mensen die lijden aan een andere hersenaandoening of chronische lichamelijke ziekte, zoals dementie, de ziekte van Parkinson of na een beroerte.

  • Door je omgeving

    Ook een ingrijpende gebeurtenis kan een depressie veroorzaken. Bijvoorbeeld het overlijden van je naaste, een echtscheiding of een ontslag. De depressie treedt dan niet altijd meteen na de gebeurtenis op, maar enige tijd later.

    Seksuele, lichamelijke of geestelijke mishandeling in je jeugd kan je soms jaren later in je leven depressief maken.

    Een depressie kan ook erin sluipen. Mensen die zich bijvoorbeeld langdurig eenzaam voelen en/of een klein sociaal netwerk hebben, lopen ook extra risico op het ontwikkelen van een depressie.

  • Door je denken

    Gevoeligheid voor een depressie kan ook te maken hebben met psychische factoren: bepaalde persoonlijke eigenschappen of karaktertrekken. Faalangst, weinig zelfvertrouwen en moeite om steun te vragen kunnen bijvoorbeeld het risico verhogen.

    Een depressie kan veel oorzaken hebben, maar kan ook ‘zomaar’ voorkomen. Juist omdat er vaak geen duidelijke reden of aanleiding is kan het extra frustrerend zijn als je in een depressie zit. Een depressie kun je meestal niet makkelijk aan de buitenkant van iemand zien. Daarom kan je je met een depressie vaak zo onbegrepen en alleen voelen.

Erfelijkheid is de belangrijkste biologische factor. In sommige families komen depressies vaker voor dan in andere. Bij vrouwen komt een depressie twee keer zo vaak voor als bij mannen. Andere mogelijke biologische factoren zijn een ontregeld stress-, hormoon- of immuunsysteem. Maar ook het gebruik van medicijnen, alcohol en drugs kunnen bijdragen aan het ontstaan van een depressie. Tenslotte bestaat er een verhoogde kans op een depressie voor mensen die lijden aan een andere hersenaandoening of chronische lichamelijke ziekte, zoals dementie, de ziekte van Parkinson of na een beroerte.

Ook een ingrijpende gebeurtenis kan een depressie veroorzaken. Bijvoorbeeld het overlijden van je naaste, een echtscheiding of een ontslag. De depressie treedt dan niet altijd meteen na de gebeurtenis op, maar enige tijd later.

Seksuele, lichamelijke of geestelijke mishandeling in je jeugd kan je soms jaren later in je leven depressief maken.

Een depressie kan ook erin sluipen. Mensen die zich bijvoorbeeld langdurig eenzaam voelen en/of een klein sociaal netwerk hebben, lopen ook extra risico op het ontwikkelen van een depressie.

Gevoeligheid voor een depressie kan ook te maken hebben met psychische factoren: bepaalde persoonlijke eigenschappen of karaktertrekken. Faalangst, weinig zelfvertrouwen en moeite om steun te vragen kunnen bijvoorbeeld het risico verhogen.

Een depressie kan veel oorzaken hebben, maar kan ook ‘zomaar’ voorkomen. Juist omdat er vaak geen duidelijke reden of aanleiding is kan het extra frustrerend zijn als je in een depressie zit. Een depressie kun je meestal niet makkelijk aan de buitenkant van iemand zien. Daarom kan je je met een depressie vaak zo onbegrepen en alleen voelen.

Tips voor mensen met een depressie

Dit kun je doen om depressieve klachten te verminderen.

  • Goed slapen

    Zorg voor een goede nachtrust, werk aan je ‘slaaphygiene’. Verdiep je eens in manieren om beter te leren slapen. Slecht en kort slapen kan op de lange termijn het risico op depressie vergroten of de depressie verergeren. Gebruik niet langdurig slaap- en kalmeringsmiddelen (benzo’s).

  • Lekker bewegen

    Regelmatig bewegen en sporten kan je depressieve klachten verminderen. Begin maar eens met gewoon een beetje wandelen. Lichaamsbeweging wordt met succes toegepast in verschillende therapieën.

Goed slapen

Zorg voor een goede nachtrust, werk aan je ‘slaaphygiene’. Verdiep je eens in manieren om beter te leren slapen. Slecht en kort slapen kan op de lange termijn het risico op depressie vergroten of de depressie verergeren. Gebruik niet langdurig slaap- en kalmeringsmiddelen (benzo’s).

Lekker bewegen

Regelmatig bewegen en sporten kan je depressieve klachten verminderen. Begin maar eens met gewoon een beetje wandelen. Lichaamsbeweging wordt met succes toegepast in verschillende therapieën.

Nog meer tips

  • Voor patiënten

    1. Bel de hulplijn 0900-0113 als je in een negatieve spiraal raakt van gedachten aan zelfmoord en de dood. Daar zijn fijne mensen die graag met je willen praten.
    2. Zoek hulp. Ga naar je huisarts of bespreek je gevoelens met je partner of vrienden en vraag hen je te helpen.
    3. Gun jezelf de tijd om te herstellen.
    4. Hou je aan een vaste dagindeling en zorg voor voldoende nachtrust. Volg daarbij bijvoorbeeld de online cursus iSleep.
    5. Eet regelmatig en gezond en beweeg regelmatig, ga wandelen.
    6. Hoe moeilijk ook, probeer afleiding te zoeken: zoek contact met anderen, ga naar buiten, doe dingen waar je eerder ook plezier uit haalde.
    7. Ga een dagboek bijhouden. Sta daarbij elke dag even stil bij drie dingen waar je dankbaar voor bent en benoem de kleine positieve momenten.
    8. Geef jezelf iedere dag een compliment. Kijk daarbij in de spiegel en zeg het hardop.
    9. Probeer bij jezelf na te gaan wat de depressie heeft veroorzaakt, ook om eventuele terugval te voorkomen.
  • Voor mantelzorgers & naasten

    1. Bied steun door niet te oordelen, maar te luisteren.
    2. Dring niet aan op gesprekken als de ander hier (nog) geen behoefte aan heeft.
    3. Word niet boos om vergeetachtigheid, vermoeidheid en slecht luisteren, dit zijn symptomen van de depressie.
    4. Een kritische houding kan voor iemand met depressie extra pijnlijk zijn.
    5. Zorg zodra het iets beter gaat met je naaste voor afleiding en stimuleer activiteit, vooral beweging; ga mee wandelen bijvoorbeeld.
    6. Blijf positief en complimenteer met (kleine) vooruitgangen, maar vermijd te veel goedbedoelde adviezen. Vaak hebben mensen allang iets geprobeerd maar lukt het ze niet, juist omdat ze ziek zijn.
    7. Wees alert op gedachten over zelfmoord bij je naaste. Geef ruimte en vertrouwen om deze te bespreken. Voor advies kun je terecht bij hulplijn 0900-0113, ook als naaste! Of kijk op www.113.nl
    8. Zorg ook goed voor je zelf: bewaak je eigen grenzen en zorg voor ontspanning. Je bent veelal de spil en het anker voor je naaste, dat moet je kunnen volhouden. Vraag ook anderen familie of vrienden, om mee te helpen bij de zorg voor je naaste of eventueel voor je kinderen.
  • Voor zorgprofessionals & werkgevers

    1. Bijna alle tips voor mantelzorgers en naasten zijn van toepassing.
    2. Wees je ervan bewust dat bij een depressie de aandacht van de patiënt beperkt is. Houd daarom de aandachtsboog klein en overzichtelijk.
    3. Voorkom dat een patiënt meerdere taken tegelijk moet uitvoeren.
    4. Geduld en empathie helpen iemand vooruit, daarmee voorkom je onnodige faalervaringen en stress.

Voor patiënten

  1. Bel de hulplijn 0900-0113 als je in een negatieve spiraal raakt van gedachten aan zelfmoord en de dood. Daar zijn fijne mensen die graag met je willen praten.
  2. Zoek hulp. Ga naar je huisarts of bespreek je gevoelens met je partner of vrienden en vraag hen je te helpen.
  3. Gun jezelf de tijd om te herstellen.
  4. Hou je aan een vaste dagindeling en zorg voor voldoende nachtrust. Volg daarbij bijvoorbeeld de online cursus iSleep.
  5. Eet regelmatig en gezond en beweeg regelmatig, ga wandelen.
  6. Hoe moeilijk ook, probeer afleiding te zoeken: zoek contact met anderen, ga naar buiten, doe dingen waar je eerder ook plezier uit haalde.
  7. Ga een dagboek bijhouden. Sta daarbij elke dag even stil bij drie dingen waar je dankbaar voor bent en benoem de kleine positieve momenten.
  8. Geef jezelf iedere dag een compliment. Kijk daarbij in de spiegel en zeg het hardop.
  9. Probeer bij jezelf na te gaan wat de depressie heeft veroorzaakt, ook om eventuele terugval te voorkomen.

Voor mantelzorgers & naasten

  1. Bied steun door niet te oordelen, maar te luisteren.
  2. Dring niet aan op gesprekken als de ander hier (nog) geen behoefte aan heeft.
  3. Word niet boos om vergeetachtigheid, vermoeidheid en slecht luisteren, dit zijn symptomen van de depressie.
  4. Een kritische houding kan voor iemand met depressie extra pijnlijk zijn.
  5. Zorg zodra het iets beter gaat met je naaste voor afleiding en stimuleer activiteit, vooral beweging; ga mee wandelen bijvoorbeeld.
  6. Blijf positief en complimenteer met (kleine) vooruitgangen, maar vermijd te veel goedbedoelde adviezen. Vaak hebben mensen allang iets geprobeerd maar lukt het ze niet, juist omdat ze ziek zijn.
  7. Wees alert op gedachten over zelfmoord bij je naaste. Geef ruimte en vertrouwen om deze te bespreken. Voor advies kun je terecht bij hulplijn 0900-0113, ook als naaste! Of kijk op www.113.nl
  8. Zorg ook goed voor je zelf: bewaak je eigen grenzen en zorg voor ontspanning. Je bent veelal de spil en het anker voor je naaste, dat moet je kunnen volhouden. Vraag ook anderen familie of vrienden, om mee te helpen bij de zorg voor je naaste of eventueel voor je kinderen.

Voor zorgprofessionals & werkgevers

  1. Bijna alle tips voor mantelzorgers en naasten zijn van toepassing.
  2. Wees je ervan bewust dat bij een depressie de aandacht van de patiënt beperkt is. Houd daarom de aandachtsboog klein en overzichtelijk.
  3. Voorkom dat een patiënt meerdere taken tegelijk moet uitvoeren.
  4. Geduld en empathie helpen iemand vooruit, daarmee voorkom je onnodige faalervaringen en stress.

Depressies gaan soms vanzelf over, vaker als je klachten licht zijn. Het is bij een depressie belangrijk dat je steun krijgt vanuit je omgeving, dat je goed voor jezelf zorgt, voldoende beweegt (regelmatig sporten) en dat je ontspant. Heb je toch professionele behandeling nodig, laat dan een arts bekijken welke behandeling jij nodig hebt.

Behandeling van depressie

Een behandeling kan bijvoorbeeld bestaan uit coachende begeleiding, psychotherapie en/of antidepressiva. Er zijn ook heel specialistische behandelingen voor mensen met een langdurig ernstige depressie.

  • Eenvoudige hulp

    De eerste stap is eenvoudige hulp bij een lichte depressie. Voorbeelden zijn zelfhulp, online tools (e-health) en begeleiding om dagelijks activiteiten te ondernemen en te bewegen of sporten.

  • Psychotherapeutische hulp

    Psychotherapeutische hulp als er sprake is van een zware en/of terugkerende depressie. De huisarts verwijst je door. Bij een psychotherapeutische behandeling leer je manieren om beter met je depressie om te gaan en je kwetsbaarheid ervoor te verminderen. Er zijn verschillende soorten:

    • Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT): een kortdurende, heel gerichte, steunende gesprekstherapie die speciaal bedoeld is voor de behandeling van depressieve patiënten. Je gaat heel concreet met één, hooguit twee probleemgebieden aan de slag die je recent uit balans hebben gebracht.
    • Cognitieve Gedragstherapie (CGT): een therapie waarbij je leert om sombere gedachten om te zetten in ‘helpende’ gedachten. Door je gedachten te veranderen en oefeningen te doen kun je je gedrag en gevoel veranderen. Je gaat actief, met verschillende huiswerkopdrachten aan de slag.
    • Kortdurende Psychoanalytische Steungevende Psychotherapie (KPSP): een therapie die helpt depressieve klachten verminderen. Tijdens de behandeling verandert ook de manier waarop je naar jezelf en anderen kijkt. Het verbetert je zelfvertrouwen en je relaties met anderen worden plezieriger. Zo kun je voorkomen dat stress of een tegenslag in je leven weer leidt tot een depressie.
  • Antidepressiva

    Antidepressiva kan de arts je ook adviseren. Dit zijn medicijnen die je helpen te herstellen. In onze hersenen zijn boodschapperstoffen (neurotransmitters) actief, die zorgen dat de hersenen goed met elkaar communiceren. Serotonine en noradrenaline zijn boodschapperstoffen die belangrijk zijn bij angst en somberheid. Antidepressiva beïnvloeden deze neurotransmitters en kunnen verbetering van de klachten geven. Soms schrijft een arts medicatie voor in combinatie met psychotherapie.

  • Transcraniële magnetisch stimulatie (TMS)

    Transcraniële magnetisch stimulatie (TMS) is een nieuwe behandeling. Dit is een manier om de hersenen te beïnvloeden zonder met apparatuur in het lichaam binnen te gaan. Met hulp van wisselende magnetische velden wordt geprobeerd een elektrisch veld in de hersenen op te wekken. Dit zorgt voor meer activiteit in de hersenen, wat een betere communicatie tussen zenuwcellen teweeg kan brengen.

  • Deep Brain Stimulation (DBS)

    Deep Brain Stimulation (DBS) kan een arts overwegen bij een langdurig ernstige depressie. Dit is een diepe hersenstimulatie via een hersenoperatie. Met behulp van een stimulator probeert de arts dan bepaalde gebieden in de hersenen te beïnvloeden. Een gespecialiseerd neurochirurg brengt elektroden via een klein boorgaatje in de schedel naar dieper gelegen hersengebieden om deze gebieden meer te activeren zodat ze weer beter gaan werken.

  • Electro Convulsie Therapie (ECT)

    Electro Convulsie Therapie (ECT) kan bij een ernstige depressie uitkomst bieden. Vroeger werd dit ook wel elektroshock genoemd. Het is een effectieve behandeling voor een langdurig ernstige depressie. De behandeling gebeurt onder narcose. Op de korte termijn werkt ECT erg goed, wel 50 tot 70% van de therapieresistente depressieve patiënten hebben er baat bij.

De eerste stap is eenvoudige hulp bij een lichte depressie. Voorbeelden zijn zelfhulp, online tools (e-health) en begeleiding om dagelijks activiteiten te ondernemen en te bewegen of sporten.

Psychotherapeutische hulp als er sprake is van een zware en/of terugkerende depressie. De huisarts verwijst je door. Bij een psychotherapeutische behandeling leer je manieren om beter met je depressie om te gaan en je kwetsbaarheid ervoor te verminderen. Er zijn verschillende soorten:

  • Interpersoonlijke Psychotherapie (IPT): een kortdurende, heel gerichte, steunende gesprekstherapie die speciaal bedoeld is voor de behandeling van depressieve patiënten. Je gaat heel concreet met één, hooguit twee probleemgebieden aan de slag die je recent uit balans hebben gebracht.
  • Cognitieve Gedragstherapie (CGT): een therapie waarbij je leert om sombere gedachten om te zetten in ‘helpende’ gedachten. Door je gedachten te veranderen en oefeningen te doen kun je je gedrag en gevoel veranderen. Je gaat actief, met verschillende huiswerkopdrachten aan de slag.
  • Kortdurende Psychoanalytische Steungevende Psychotherapie (KPSP): een therapie die helpt depressieve klachten verminderen. Tijdens de behandeling verandert ook de manier waarop je naar jezelf en anderen kijkt. Het verbetert je zelfvertrouwen en je relaties met anderen worden plezieriger. Zo kun je voorkomen dat stress of een tegenslag in je leven weer leidt tot een depressie.

Antidepressiva kan de arts je ook adviseren. Dit zijn medicijnen die je helpen te herstellen. In onze hersenen zijn boodschapperstoffen (neurotransmitters) actief, die zorgen dat de hersenen goed met elkaar communiceren. Serotonine en noradrenaline zijn boodschapperstoffen die belangrijk zijn bij angst en somberheid. Antidepressiva beïnvloeden deze neurotransmitters en kunnen verbetering van de klachten geven. Soms schrijft een arts medicatie voor in combinatie met psychotherapie.

Transcraniële magnetisch stimulatie (TMS) is een nieuwe behandeling. Dit is een manier om de hersenen te beïnvloeden zonder met apparatuur in het lichaam binnen te gaan. Met hulp van wisselende magnetische velden wordt geprobeerd een elektrisch veld in de hersenen op te wekken. Dit zorgt voor meer activiteit in de hersenen, wat een betere communicatie tussen zenuwcellen teweeg kan brengen.

Deep Brain Stimulation (DBS) kan een arts overwegen bij een langdurig ernstige depressie. Dit is een diepe hersenstimulatie via een hersenoperatie. Met behulp van een stimulator probeert de arts dan bepaalde gebieden in de hersenen te beïnvloeden. Een gespecialiseerd neurochirurg brengt elektroden via een klein boorgaatje in de schedel naar dieper gelegen hersengebieden om deze gebieden meer te activeren zodat ze weer beter gaan werken.

Electro Convulsie Therapie (ECT) kan bij een ernstige depressie uitkomst bieden. Vroeger werd dit ook wel elektroshock genoemd. Het is een effectieve behandeling voor een langdurig ernstige depressie. De behandeling gebeurt onder narcose. Op de korte termijn werkt ECT erg goed, wel 50 tot 70% van de therapieresistente depressieve patiënten hebben er baat bij.

Bij specifieke vormen van depressie worden ook andere behandelmethoden gebruikt. Zo helpt lichttherapie bij mensen met seizoensgebonden depressie. Lichttherapie zorgt ervoor dat de slaapbehoefte afneemt. Ook nemen andere klachten af, waardoor je veel beter kunt functioneren. En hierdoor voel je je beter.

Gevolgen voor mensen met depressie

Een depressie kan ingrijpende gevolgen hebben voor je dagelijkse leven. Je kunt vaak nog maar gedeeltelijk of zelfs niet meer werken, voor je gezin zorgen of onderwijs volgen. Vaak zijn er ook lichamelijke klachten die je leven en je naaste omgeving ontregelen.

Voorbeelden zijn een verstoord slaapritme, energieverlies, veranderde eetlust, obstipatie of geen zin in sex. Bovendien kunnen gevoelens van angst, somberheid, wanhoop en uitzichtloosheid zo ondraaglijk zijn dat mensen zelfmoord overwegen. Tenslotte hebben mensen met een depressie een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Voor mensen die een depressie krijgen zonder een verdrietige of stressvolle aanleiding, is het soms moeilijk om erkenning te krijgen. Zelfs bij psychiaters bestaat er soms nog de overtuiging dat mensen niet depressief kunnen zijn zonder een sociale aanleiding in hun leven.

Gevolgen voor de omgeving

Samenleven met iemand met een depressie is zwaar. De partner, kinderen en andere naaste familie en vrienden staan extra onder druk door het somber zijn. Met zoveel negatieve signalen is het voor de mensen in de omgeving ook moeilijk om positief te blijven en begrip te blijven tonen. Daardoor kunnen zij ook zich machteloos, gefrustreerd, eenzaam en wanhopig voelen.

Verklein het risico op depressie

  • Versterk je mentale kracht, leer om te gaan met teleurstelling en tegenslagen. Dit kan door je te verdiepen in ‘mentale hygiëne’.
  • Wijk in een wat lastige periode vol stress niet af van je dagelijkse patronen en houd je aan een vast dag- en nachtritme.
  • Ook gezond eten en regelmatig buiten bewegen houdt een depressie buiten de deur.
  • Onderhoud regelmatig je sociale contacten, ook als je het wat moeilijker hebt. Zij vormen je vangnet. En praat met je partner, ook als je verdrietig bent.