Wat is een angststoornis?

Er bestaan verschillende soorten angststoornissen. 

  • Paniekstoornis

    Bij een paniekstoornis heb je regelmatig last van paniekaanvallen: een korte, hevige angst die vaak onverwachts optreedt. Je hebt naast het angstige gevoel ook lichamelijke klachten waar je inéén keer en tegelijk last van krijgt:

    • hartkloppingen
    • ademnood
    • zweten
    • een beklemmend gevoel op de borst
    • trillen of beven
    • duizeligheid
    • misselijkheid en opvliegers
    • of koude rillingen

    Soms zijn al deze klachten zo intens dat je bang bent om de controle over jezelf te verliezen, gek te worden, flauw te vallen of zelfs dood te gaan. Hierdoor ontstaat angst voor angst.

    Lees hier meer over paniekstoornis

  • Sociale angststoornis

    Bij een sociale angststoornis ben je in het algemeen bang voor sociale situaties. Je durft bijvoorbeeld niet een presentatie te houden of bij iemand op visite te gaan. Je kunt bijvoorbeeld heel bang zijn om dingen te doen in het bijzijn van anderen. De angst om ‘af te gaan’ of in verlegenheid te worden gebracht is zo groot, dat je zulke situaties probeert uit de weg te gaan. Bij een sociale angststoornis ben je bang voor het negatief oordeel van anderen. En bijna altijd onderschat je de ernst van je probleem.

    Ook in de samenleving worden sociale angststoornissen onderschat. Mensen met een sociale angststoornis vragen veel te weinig hulp aan anderen. Terwijl er wel goede hulp voor ze is.

  • Piekerstoornis

    Bij een piekerstoornis ben je op elk moment gespannen. Dit heet ook een gegeneraliseerde angststoornis. Je maakt je druk over gewone dingen. Je piekert over je gezondheid bijvoorbeeld, of over je werk. Je bent bang dat er iets vreselijks zal gebeuren, ook al is hier geen enkele aanleiding voor. 

    Heb je deze vorm van angststoornis, dan heb je ook vaak last van de lichamelijke klachten die bij een paniekaanval horen. Je hebt dezelfde klachten, maar minder heftig en tijdens een langere periode.

  • Dwangstoornis

    Bij een dwangstoornis heb je last van dwanggedachten en dwanghandelingen. Dit heet een Obsessieve-Compulsieve Stoornis (OCS). Dwanggedachten, ook wel obsessies genoemd, kunnen heel verschillend zijn. Een voorbeeld van een dwanggedachte is dat je de steeds terugkerende gedachte hebt dat je moeder een ongeluk krijgt. Je weet dat het vreemd en niet logisch is, maar je schaamt je ervoor omdat je de gedachte niet kunt onderdrukken. De gedachte gaat maar niet weg.

    Om een dwanggedachte te laten verdwijnen, uit het hoofd te krijgen, kun je dwanghandelingen ontwikkelen. Dit zijn handelingen of gedachten die je vaak moet herhalen, zoals ‘tot 100 tellen’. Dit herhalend gedrag heet ook wel compulsie. Het is gedrag waarvan je het gevoel hebt dat het écht moet, omdat er anders iets ernstigs gebeurt. Je denkt bijvoorbeeld dat je tot 100 moet tellen. Omdat je moeder anders écht een ongeluk zal krijgen.

    Lees hier meer over dwangstoornis

  • Posttraumatische stressstoornis (PTSS)

    Bij een Posttraumatische stressstoornis (PTSS) heb je een schokkende, traumatische gebeurtenis meegemaakt. Mishandeling bijvoorbeeld, oorlogsgeweld, seksueel geweld of een auto-ongeluk. Wie zoiets niet goed verwerkt, kan er voor lange tijd geestelijke en lichamelijke klachten aan overhouden.

    Je maakt dan de traumatische gebeurtenis steeds opnieuw mee. Je krijgt telkens weer angstige of pijnlijke herinneringen. Deze laten een diepe indruk bij je achter, zoals nachtmerries en flashbacks.

    Lees hier meer over PTSS

  • Fobie

    Bij een fobie ben je bang voor specifieke dingen, dieren of omstandigheden en vermijd je deze dingen of situaties. Het woord fobie komt van het Griekse woord ‘fobos’, dit betekent vlucht of angst.

    Vaak weet je dan wel dat de angst overdreven en ongegrond is, maar toch wint de angst bijna altijd van dit besef. Als je een fobie hebt doe je er alles aan om de gevreesde situatie te vermijden. Mislukt dit, dan ontstaat een paniekaanval of extreme angst, met bijbehorende lichamelijke klachten. Enkele voorbeelden van fobieën:

    ● Agorafobie: bang zijn een paniekaanval te krijgen in situaties waar je bang bent geen hulp te kunnen krijgen -wanneer dat nodig mocht zijn- of waarin je je schaamt voor je gedrag tijdens een paniekaanval. Je bent bang zijn om je vertrouwde en veilige omgeving te verlaten. Je vermijdt dan allerlei situaties, zoals bijvoorbeeld drukke winkels of het openbaar vervoer. Ongeveer de helft van de mensen met paniekaanvallen lijdt aan agorafobie. Agora is Grieks voor ‘markt’.

    ● Specifieke fobie: bang zijn voor specifieke situaties zoals, dieren, insecten, de tandarts, medische ingrepen, kleine ruimten, grote hoogten en vliegen in vliegtuigen. Je angst voor de tandarts kan zo groot zijn dat je nooit naar een tandarts gaat. Hierdoor wordt je gebit steeds slechter en krijgt je onnodig veel gaatjes en pijn in je mond.

    Lees hier meer over fobie

Bij een paniekstoornis heb je regelmatig last van paniekaanvallen: een korte, hevige angst die vaak onverwachts optreedt. Je hebt naast het angstige gevoel ook lichamelijke klachten waar je inéén keer en tegelijk last van krijgt:

  • hartkloppingen
  • ademnood
  • zweten
  • een beklemmend gevoel op de borst
  • trillen of beven
  • duizeligheid
  • misselijkheid en opvliegers
  • of koude rillingen

Soms zijn al deze klachten zo intens dat je bang bent om de controle over jezelf te verliezen, gek te worden, flauw te vallen of zelfs dood te gaan. Hierdoor ontstaat angst voor angst.

Lees hier meer over paniekstoornis

Bij een sociale angststoornis ben je in het algemeen bang voor sociale situaties. Je durft bijvoorbeeld niet een presentatie te houden of bij iemand op visite te gaan. Je kunt bijvoorbeeld heel bang zijn om dingen te doen in het bijzijn van anderen. De angst om ‘af te gaan’ of in verlegenheid te worden gebracht is zo groot, dat je zulke situaties probeert uit de weg te gaan. Bij een sociale angststoornis ben je bang voor het negatief oordeel van anderen. En bijna altijd onderschat je de ernst van je probleem.

Ook in de samenleving worden sociale angststoornissen onderschat. Mensen met een sociale angststoornis vragen veel te weinig hulp aan anderen. Terwijl er wel goede hulp voor ze is.

Bij een piekerstoornis ben je op elk moment gespannen. Dit heet ook een gegeneraliseerde angststoornis. Je maakt je druk over gewone dingen. Je piekert over je gezondheid bijvoorbeeld, of over je werk. Je bent bang dat er iets vreselijks zal gebeuren, ook al is hier geen enkele aanleiding voor. 

Heb je deze vorm van angststoornis, dan heb je ook vaak last van de lichamelijke klachten die bij een paniekaanval horen. Je hebt dezelfde klachten, maar minder heftig en tijdens een langere periode.

Bij een dwangstoornis heb je last van dwanggedachten en dwanghandelingen. Dit heet een Obsessieve-Compulsieve Stoornis (OCS). Dwanggedachten, ook wel obsessies genoemd, kunnen heel verschillend zijn. Een voorbeeld van een dwanggedachte is dat je de steeds terugkerende gedachte hebt dat je moeder een ongeluk krijgt. Je weet dat het vreemd en niet logisch is, maar je schaamt je ervoor omdat je de gedachte niet kunt onderdrukken. De gedachte gaat maar niet weg.

Om een dwanggedachte te laten verdwijnen, uit het hoofd te krijgen, kun je dwanghandelingen ontwikkelen. Dit zijn handelingen of gedachten die je vaak moet herhalen, zoals ‘tot 100 tellen’. Dit herhalend gedrag heet ook wel compulsie. Het is gedrag waarvan je het gevoel hebt dat het écht moet, omdat er anders iets ernstigs gebeurt. Je denkt bijvoorbeeld dat je tot 100 moet tellen. Omdat je moeder anders écht een ongeluk zal krijgen.

Lees hier meer over dwangstoornis

Bij een Posttraumatische stressstoornis (PTSS) heb je een schokkende, traumatische gebeurtenis meegemaakt. Mishandeling bijvoorbeeld, oorlogsgeweld, seksueel geweld of een auto-ongeluk. Wie zoiets niet goed verwerkt, kan er voor lange tijd geestelijke en lichamelijke klachten aan overhouden.

Je maakt dan de traumatische gebeurtenis steeds opnieuw mee. Je krijgt telkens weer angstige of pijnlijke herinneringen. Deze laten een diepe indruk bij je achter, zoals nachtmerries en flashbacks.

Lees hier meer over PTSS

Bij een fobie ben je bang voor specifieke dingen, dieren of omstandigheden en vermijd je deze dingen of situaties. Het woord fobie komt van het Griekse woord ‘fobos’, dit betekent vlucht of angst.

Vaak weet je dan wel dat de angst overdreven en ongegrond is, maar toch wint de angst bijna altijd van dit besef. Als je een fobie hebt doe je er alles aan om de gevreesde situatie te vermijden. Mislukt dit, dan ontstaat een paniekaanval of extreme angst, met bijbehorende lichamelijke klachten. Enkele voorbeelden van fobieën:

● Agorafobie: bang zijn een paniekaanval te krijgen in situaties waar je bang bent geen hulp te kunnen krijgen -wanneer dat nodig mocht zijn- of waarin je je schaamt voor je gedrag tijdens een paniekaanval. Je bent bang zijn om je vertrouwde en veilige omgeving te verlaten. Je vermijdt dan allerlei situaties, zoals bijvoorbeeld drukke winkels of het openbaar vervoer. Ongeveer de helft van de mensen met paniekaanvallen lijdt aan agorafobie. Agora is Grieks voor ‘markt’.

● Specifieke fobie: bang zijn voor specifieke situaties zoals, dieren, insecten, de tandarts, medische ingrepen, kleine ruimten, grote hoogten en vliegen in vliegtuigen. Je angst voor de tandarts kan zo groot zijn dat je nooit naar een tandarts gaat. Hierdoor wordt je gebit steeds slechter en krijgt je onnodig veel gaatjes en pijn in je mond.

Lees hier meer over fobie

Herkennen van een angststoornis 

Iedereen voelt zich wel eens angstig. Bang zijn is niet meteen een stoornis. Wanneer angst je dagelijks leven regelmatig flink verstoort dan is het wel echt een stoornis. Dus als een angst vaak terugkeert in jouw persoonlijk leven en je relaties of je werk beïnvloedt, dan moet je dit serieus nemen en naar je huisarts gaan. Dan is er bij jou misschien sprake van een angststoornis.

Kenmerken van een angststoornis

Los van de specifieke symptomen van specifieke angststoornissen hebben mensen vaak last van:

  • hoofdpijn
  • buikpijn
  • slaapproblemen
  • gebrek aan eetlust
  • concentratieproblemen
  • een bang voorgevoel
  • prikkelbaarheid
  • nervositeit
  • spanning en onrust
  • angst voor allerlei klachten
  • hoofdpijn
  • buikpijn
  • slaapproblemen
  • gebrek aan eetlust
  • concentratieproblemen
  • een bang voorgevoel
  • prikkelbaarheid
  • nervositeit
  • spanning en onrust
  • angst voor allerlei klachten

Beluister de podcastserie Donkergrijze cellen over angsten en depressie

Donkergrijze cellen is een 6-delige podcastserie van de Hersenstichting over angsten en depressie. Annemiek Lely gaat als trotse ambassadeur van de Hersenstichting in de afleveringen in gesprek met gasten die meer kunnen vertellen over angsten en depressies. Hoe dat bijvoorbeeld voelt, of hoe de processen in je brein precies werken.

Beluister iedere donderdag een nieuwe aflevering op ons podcastkanaal Hoofdzaken, via je favoriete podcast-app!

Beluister de podcasts via Spotify, Apple Podcasts of Google podcasts.

Oorzaken van een angststoornis 

Angst is een normaal gevoel, dat we nodig hebben om te overleven. Bij een angststoornis is het gevoel in de war.

Gewone angst voorkomt ongelukken

Niemand kan overleven zonder angst – stel je maar eens voor dat je zonder angst door een drukke stad zou fietsen. Je zou binnen de kortste keren ergens tegenaan rijden omdat je niet oplet. Angst en onze reactie op de angst komen uit het centraal zenuwstelsel dat heel belangrijke zaken voor ons lichaam regelt, zoals honger, dorst en ademhaling. Dit gebeurt in onze hersenen.

Verwerking angstsignalen uit balans

Wat er precies misgaat bij mensen met een angststoornis, is nog niet duidelijk. Het verschilt ook een beetje per type angststoornis. Uit onderzoek blijkt in ieder geval dat het ingebouwde ‘angstcircuit’ in de hersenen niet goed werkt.

Hersengebieden sturen elkaar signalen om te remmen of aan te moedigen. In goed werkende hersenen zijn alle signalen in balans met elkaar. Je kunt goed inschatten wanneer iets gevaarlijk is, zodat je inderdaad een angstige reactie moet hebben en wanneer niet. Bij patiënten met een angststoornis zijn sommige hersengebieden te actief of te te inactief, waardoor er niet de juiste balans bestaat.

Boodschappen in je hersenen

Als je angstig bent heb je als het ware je antennes uitstaan zodat je bij dreigend gevaar direct kunt reageren. Dat komt door stoffen die boodschappen overbrengen van de ene naar de andere hersencel: boodschapperstoffen (neurotransmitters). Boodschapperstoffen als serotonine, dopamine, noradrenaline, glutamaat en gamma-aminoboterzuur (GABA) maken dat je waakzaam bent voor mogelijk gevaarlijke situaties.

Iedereen heeft een ingebouwd angstsysteem van vechten, vluchten of bevriezen: ‘Fight-Flight-Freeze’. Dit is de automatische reactie van je hersenen bij gevaar.

Door boodschapperstoffen wordt een angstimpuls van de ene hersencel naar de andere overgebracht. Het gaat met name om drie hersengebieden: de amygdala, de hippocampus en de prefrontale cortex. Deze gebieden vormen het ‘angstcircuit’ in de hersenen. In de amygdala vindt de emotionele informatieverwerking plaats. Als je gevaar of angst beleeft verwerken je hersenen de informatie daarover allereerst op die plaats. Vervolgens geeft de hippocampus er betekenis aan.

Bij veel angststoornissen lijkt de verbinding tussen de hypothalamus, de hypofyse en de bijnierschors in de war te zijn. Deze verbinding is belangrijk bij de stressreactie van ons lichaam.

Een voorbeeld van het ‘angstcircuit’: op het zebrapad

Je loopt op een zebrapad en ziet: ‘Er komt een snel rijdende auto op mij af’. Dat betekent: ‘Gevaar!’


De auto stopt en de prefrontale cortex houdt de angstreactie onder controle, dus die maakt de angst weer kleiner. De automobilist heeft voor je geremd is en je hebt veilig kunnen oversteken. Geen reden meer voor de angst. Je kunt veilig oversteken.


Als je boodschapperstoffen niet goed werken kan je hierna nog steeds bang blijven, terwijl het gevaar alweer voorbij is.

Mogelijke oorzaken van een angststoornis

Voor een angststoornis is niet één oorzaak aan te wijzen. Zowel lichamelijke als sociale en psychische factoren spelen een rol.

  • Erfelijkheid

    Erfelijkheid speelt een rol. Bij de ene soort angststoornis is erfelijkheid belangrijker dan de andere, zoals bij een dwangstoornis. Daarom komen stoornissen in sommige families vaker voor dan in andere. De ene persoon heeft dus meer aanleg om in situaties met angst te reageren dan de ander. Ook lijden vrouwen vaker aan angststoornissen dan mannen.

  • Boodschapperstoffen werken niet goed

    Boodschapperstoffen (neurotransmitters) spelen een grote rol in het angstcircuit in de hersenen. Het gaat vooral om de stoffen serotonine, dopamine en noradrenaline. Bij mensen met een angststoornis werken deze boodschapperstoffen niet goed.

    Dan is de verwerking van angstsignalen uit balans. Dan is er bijvoorbeeld een teveel aan glutamaat – de belangrijkste stimulerende boodschapperstof – en juist een tekort aan GABA – de rustgevende boodschapperstof. Hierdoor reageert iemand in sommige situaties sneller en heftiger. Bij angst kan er ook tijdelijk teveel cortisol zijn, dit is een van de belangrijkste stresshormonen.

  • Ingrijpende gebeurtenissen

    Als je een gebeurtenis in je leven meemaakt die stress geeft, zoals een overlijden of geboorte, werkeloos worden, je huis verbouwen of naar ander werk overstappen, heb je meer kans op een angststoornis.

    Ook langer bestaande zaken spelen bij het ontstaan van angststoornissen een rol. Denk aan een laag inkomen, lage opleiding, eenzaamheid of een gebrek aan sociale steun.

    In de jeugd kunnen zich situaties voordoen die de kans op een angststoornis in het latere leven vergroten. Denk bijvoorbeeld aan je vaak buitengesloten voelen, regelmatig gepest worden, verwaarlozing, mishandeling of seksueel misbruik. Het telkens weer meemaken hiervan doet iets met je. Het kan je gevoelig maken voor het ontwikkelen van een angststoornis en zo kunnen klachten ontstaan.
    De invloed van opvoeding lijkt minder groot te zijn. Te beschermende, angstige of kritische opvoedstijlen lijken het ontstaan van een latere angststoornis minder te bepalen.

  • Karakter

    Sommige karaktertrekken, bijvoorbeeld introvert zijn, kunnen het risico op een angststoornis verhogen. Introverte mensen letten namelijk erg op de eigen gevoelens en gedachten, zijn snel bezorgd en reageren snel met emoties als angst en somberheid. Je karakter ontstaat deels uit hoe je genetisch bent gemaakt, maar ook door de ervaringen die je in je leven hebt meegemaakt, en dingen die je jezelf hebt aangeleerd.

    De interactie tussen al deze zaken maakt dat iemand een angststoornis kan krijgen.

Erfelijkheid speelt een rol. Bij de ene soort angststoornis is erfelijkheid belangrijker dan de andere, zoals bij een dwangstoornis. Daarom komen stoornissen in sommige families vaker voor dan in andere. De ene persoon heeft dus meer aanleg om in situaties met angst te reageren dan de ander. Ook lijden vrouwen vaker aan angststoornissen dan mannen.

Boodschapperstoffen (neurotransmitters) spelen een grote rol in het angstcircuit in de hersenen. Het gaat vooral om de stoffen serotonine, dopamine en noradrenaline. Bij mensen met een angststoornis werken deze boodschapperstoffen niet goed.

Dan is de verwerking van angstsignalen uit balans. Dan is er bijvoorbeeld een teveel aan glutamaat – de belangrijkste stimulerende boodschapperstof – en juist een tekort aan GABA – de rustgevende boodschapperstof. Hierdoor reageert iemand in sommige situaties sneller en heftiger. Bij angst kan er ook tijdelijk teveel cortisol zijn, dit is een van de belangrijkste stresshormonen.

Als je een gebeurtenis in je leven meemaakt die stress geeft, zoals een overlijden of geboorte, werkeloos worden, je huis verbouwen of naar ander werk overstappen, heb je meer kans op een angststoornis.

Ook langer bestaande zaken spelen bij het ontstaan van angststoornissen een rol. Denk aan een laag inkomen, lage opleiding, eenzaamheid of een gebrek aan sociale steun.

In de jeugd kunnen zich situaties voordoen die de kans op een angststoornis in het latere leven vergroten. Denk bijvoorbeeld aan je vaak buitengesloten voelen, regelmatig gepest worden, verwaarlozing, mishandeling of seksueel misbruik. Het telkens weer meemaken hiervan doet iets met je. Het kan je gevoelig maken voor het ontwikkelen van een angststoornis en zo kunnen klachten ontstaan.
De invloed van opvoeding lijkt minder groot te zijn. Te beschermende, angstige of kritische opvoedstijlen lijken het ontstaan van een latere angststoornis minder te bepalen.

Sommige karaktertrekken, bijvoorbeeld introvert zijn, kunnen het risico op een angststoornis verhogen. Introverte mensen letten namelijk erg op de eigen gevoelens en gedachten, zijn snel bezorgd en reageren snel met emoties als angst en somberheid. Je karakter ontstaat deels uit hoe je genetisch bent gemaakt, maar ook door de ervaringen die je in je leven hebt meegemaakt, en dingen die je jezelf hebt aangeleerd.

De interactie tussen al deze zaken maakt dat iemand een angststoornis kan krijgen.

Tips voor mensen met een angststoornis

  • Probeer een goed beeld te krijgen van je angsten. Houd bijvoorbeeld een dagboek bij. Probeer bijvoorbeeld antwoord te geven op vragen als ‘Waar ben ik bang voor?’ ‘Hoe beïnvloeden deze angsten mijn leven?’ ‘Hoe reageert mijn lichaam op (beginnende) angst of paniek? Wat doe ik dan?’
  • Praat over je angsten met je partner of mensen die belangrijk voor je zijn. Zij zullen je beter gaan begrijpen en je voelt je minder alleen. Je schaamt je niet meer zo.
  • Probeer moeilijke situaties niet te vermijden. Door de strijd met je angst in kleine stapjes aan te gaan zul je zien dat je angst steeds iets minder kan worden.
  • Ga sporten, liefst een sport zoals zwemmen, fietsen, wandelen. Ga naar buiten: frisse lucht en zonlicht doet je goed.
  • Wees vooral matig met alcohol en gebruik geen drugs. Het kalmerende effect en de vermindering van je angst is maar tijdelijk. Op de lange termijn kan alcohol je gevoelens van angst juist versterken. XTC en cocaïne (coke) kunnen zelfs paniek en angst bij je veroorzaken.
  • Drink niet te veel dranken met cafeïne, zoals koffie of cola. Deze kunnen een (nieuwe) paniekaanval bij je teweeg brengen.

Tips voor naasten, zorgprofessionals en de omgeving van patiënten met een angststoornis

Zorgen voor een ander is voor de meeste mensen vanzelfsprekend. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan wat de overheid ‘gebruikelijke hulp’ noemt. Hieronder een paar tips.

  • Tips voor mantelzorgers en naasten

    • Toon begrip. Zeg niet tegen je naaste dat hij of zij rustig moet worden of dat de angst niet terecht is. Dit zal niet helpen.
    • Stimuleer je naaste om hulp te zoeken, schakel op tijd professionele hulp voor iemand in.
    • Blijf aandacht houden voor het complimenteren van succes, hoe klein ook. Dit is de beste manier om gewenst gedrag te versterken. Ook ontstaat er zo meer wederzijds vertrouwen en een prettige manier van communicatie.
    • Probeer je in je naaste te verplaatsen: verzamel zoveel mogelijk informatie, zoek online of er in jouw omgeving voorlichtingsbijeenkomsten of zelfs cursussen worden aangeboden.
    • Vraag of, en zo ja hoe je kunt helpen. Maar pas tegelijkertijd op dat de angststoornis niet ook jouw leven gaat beheersen. Bespreek hoe je sámen met de angst om kunt gaan.
    • Ga bijvoorbeeld regelmatig samen sporten, kies een sport die je allebei leuk vindt en trek de ander daarmee over de drempel.
    • Zorg goed voor jezelf. Blijf je eigen dingen doen. Je bent veelal de spil en het anker voor je naaste, dat moet je kunnen volhouden. Vraag ook anderen familie of vrienden, om mee te helpen de zorg voor je naaste te organiseren.
  • Tips voor zorgprofessionals

    • Voorkom dat een patiënt twee dingen tegelijk moet uitvoeren.
    • Geduld en empathie helpen iemand vooruit, daarmee voorkom je onnodige negatieve ervaringen, angst en stress.
    • Als je weinig ervaring hebt met de behandeling van angststoornissen, verwijs dan patiënten met een angststoornis door naar een gespecialiseerd centrum.
  • Tips voor collega’s, werkgevers, UWV & bedrijfsarts

    • Geef, indien nodig, aanwijzingen om de taak op een rustige manier uit te voeren. Zo kan de patiënt de taak uitvoeren, zonder dat hij of zij het gevoel heeft iets fout te doen.
    • Bekijk ook video’s en ervaringsverhalen om je in te leven in de wereld van de patiënt.
    • Voor werkgevers van mensen die een risicoberoep uitoefenen is het verstandig om extra alert te zijn op deze hersenaandoening. Wees dus terughoudend in het snel weer inzetten van mensen. Het is beter om iemand wat langer de tijd te geven voor herstel.

Tips voor mantelzorgers en naasten

  • Toon begrip. Zeg niet tegen je naaste dat hij of zij rustig moet worden of dat de angst niet terecht is. Dit zal niet helpen.
  • Stimuleer je naaste om hulp te zoeken, schakel op tijd professionele hulp voor iemand in.
  • Blijf aandacht houden voor het complimenteren van succes, hoe klein ook. Dit is de beste manier om gewenst gedrag te versterken. Ook ontstaat er zo meer wederzijds vertrouwen en een prettige manier van communicatie.
  • Probeer je in je naaste te verplaatsen: verzamel zoveel mogelijk informatie, zoek online of er in jouw omgeving voorlichtingsbijeenkomsten of zelfs cursussen worden aangeboden.
  • Vraag of, en zo ja hoe je kunt helpen. Maar pas tegelijkertijd op dat de angststoornis niet ook jouw leven gaat beheersen. Bespreek hoe je sámen met de angst om kunt gaan.
  • Ga bijvoorbeeld regelmatig samen sporten, kies een sport die je allebei leuk vindt en trek de ander daarmee over de drempel.
  • Zorg goed voor jezelf. Blijf je eigen dingen doen. Je bent veelal de spil en het anker voor je naaste, dat moet je kunnen volhouden. Vraag ook anderen familie of vrienden, om mee te helpen de zorg voor je naaste te organiseren.

Tips voor zorgprofessionals

  • Voorkom dat een patiënt twee dingen tegelijk moet uitvoeren.
  • Geduld en empathie helpen iemand vooruit, daarmee voorkom je onnodige negatieve ervaringen, angst en stress.
  • Als je weinig ervaring hebt met de behandeling van angststoornissen, verwijs dan patiënten met een angststoornis door naar een gespecialiseerd centrum.

Tips voor collega’s, werkgevers, UWV & bedrijfsarts

  • Geef, indien nodig, aanwijzingen om de taak op een rustige manier uit te voeren. Zo kan de patiënt de taak uitvoeren, zonder dat hij of zij het gevoel heeft iets fout te doen.
  • Bekijk ook video’s en ervaringsverhalen om je in te leven in de wereld van de patiënt.
  • Voor werkgevers van mensen die een risicoberoep uitoefenen is het verstandig om extra alert te zijn op deze hersenaandoening. Wees dus terughoudend in het snel weer inzetten van mensen. Het is beter om iemand wat langer de tijd te geven voor herstel.

Behandeling van een angststoornis

Angststoornissen verdwijnen meestal niet vanzelf, maar je kunt je er goed voor laten behandelen.

Aanpak vanuit meerdere wetenschappen

Een behandeling start meestal met cognitieve gedragstherapie als basis. Je behandelaar kijkt naar je gedrag en naar je gedachten, fantasieën, herinneringen en opvattingen (‘cognities’) en emoties. Met bepaalde oefeningen kun je het negatieve denkpatroon doorbreken, waardoor ook het gedrag dat erbij hoort zal veranderen.

Een veelgebruikte behandeling is om onder begeleiding je angsten ‘op te zoeken’. Je wordt dan in de werkelijkheid blootgesteld aan datgene wat jou angstig maakt. Als je bang bent voor bepaalde dieren neemt de therapeut je mee naar een omgeving waar die dieren zijn en leert je daar om te gaan met je angst. Daarmee verander je het gedrag waarin je situaties bent gaan vermijden.

Medicatie

Als gedragstherapie onvoldoende werkt kun je baat hebben bij medicijnen die helpen tegen angst. Bovendien kunnen ze je lichamelijke klachten en slaapproblemen voor een bepaalde periode oplossen. Bij sommige mensen werkt een combinatie van cognitieve gedragstherapie en medicatie het best, zeker als er ernstige klachten zijn.

De medicijnen tegen depressie helpen ook bij angststoornissen, vandaar dat de arts meestal antidepressiva voorschrijft bij een angststoornis. Tegenwoordig zijn artsen voorzichtig met het lange tijd voorschrijven van medicijnen en kijken ze ook of er ter ondersteuning andere behandelingen zijn die je kunnen helpen.

Mocht gedragstherapie niet werken, dan kun je bijvoorbeeld eerst beginnen met medicatie, waardoor je je al minder angstig gaat voelen. Dan kun je daarna opnieuw beginnen met gedragstherapie, waardoor je nieuwe patronen in je leven leert in te bouwen en je angstgevoelens verdwijnen. Zo kun je op een dag misschien stoppen met medicatie en je goed blijven voelen.

Andere behandelingen

Bij de posttraumatische stressstoornis bestaan ook andere behandelingen dan gedragstherapie en medicatie die effectief zijn, zoals Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR). Deze behandeling zorgt ervoor dat je minder angstgevoelens hebt als je aan de nare ervaring terugdenkt.

Bij een ernstige dwangstoornis kan een operatie zoals diepe hersenstimulatie Deep Brain Stimulation (DBS) worden toegepast, als andere behandelingen geen effect hebben. 
Het is diepe hersenstimulatie via een hersenoperatie. Met behulp van een stimulator probeert de arts dan bepaalde gebieden in de hersenen te beïnvloeden. Een gespecialiseerd neurochirurg brengt elektroden via een klein boorgaatje in de schedel naar dieper gelegen hersengebieden om deze gebieden meer te activeren zodat ze weer beter gaan werken.

Online behandelingen

Tegenwoordig kun je ook online een cognitieve gedragstherapie starten om van je angststoornis af te komen. Dit is als eerste stap prima aan te bevelen. Soms kun je dit ook gebruiken in de fase tussen het contact met je psycholoog of psychiater in. Terwijl je wacht op je volgende afspraak hoef je dan niet stil te zitten. Omdat angststoornissen te maken hebben met situaties in het echte leven is nog niet helemaal zeker of je er met een online behandeling alleen wel helemaal van af komt.

Mensen met redelijk lichte klachten kunnen hier zeker baat bij hebben. Voor mensen met ernstige klachten kan het een goede eerste stap zijn op weg naar de behandelaar.

Folder | Leven met een angststoornis

Angststoornissen hebben hun oorsprong in de hersenen. Iedereen is wel eens angstig. Maar als je angstig bent zonder aanleiding, of als de angst je dagelijkse leven beheerst, is er sprake van een angststoornis.Deze folder gaat…

Gevolgen van een angststoornis

Als je niets doet aan een angststoornis gaat deze vaak niet vanzelf over. De kans bestaat dat je er ook een depressie bij krijgt. Denk daarom niet te snel ‘het gaat wel weer over’.

Ook als je in behandeling bent is het verstandig deze net zo lang te ondergaan tot je alle angstreflexen of negatief gedrag maximaal uit je gedrag of denken hebt weten om te zetten naar positief gedrag en positief denken.

Risico op een angststoornis verkleinen

Hoe kun je gezond blijven en het risico op een angststoornis kleiner maken?

Tips

  1. Beweeg of sport regelmatig, denk aan wandelen, fietsen, hardlopen, zwemmen.
  2. Beoefen het sporten buiten, dan heb je ook meteen de positieve invloed van frisse lucht en het zonlicht erbij. Zo zorg je goed voor jezelf.

Deze tekst over Angststoornissen is gemaakt in samenwerking met:

  • Prof. dr. Koen R.J. Schruers, psychiater, Universiteit Maastricht en Mondriaan
  • Prof. dr. Ton J.L.M. van Balkom, psychiater, Amsterdam UMC en GGZ inGeest Amsterdam