Wat is een slaapstoornis?

Heb je al langere tijd last van problemen met slapen? Dan kun je een slaapstoornis hebben. Er zijn verschillende soorten slaapstoornissen.

  • 1. Slapeloosheid (insomnie)

    Slapeloosheid is de meest voorkomende slaapstoornis. Dit wordt ook wel insomnie genoemd. Hierbij heb je moeite met inslapen en lig je vaak lang wakker. Ook kun je bijvoorbeeld tijdens de nacht één of meerdere keren heel lang wakker zijn. Of je wordt veel te vroeg wakker worden, waarna het helemaal niet meer lukt om weer in slaap te komen.

    Heb je meer dan 3 nachten per week last van deze problemen? En duurt dit langer dan 3 maanden? Dan is er sprake van chronische slapeloosheid. Heb je er minder vaak last van of verdwijnen de klachten binnen 3 maanden? Dan heeft je slapeloosheid misschieneen andere oorzaak, bijvoorbeeld stress.

    Slapeloosheid bij kinderen

    Slapeloosheid komt ook veel bij kinderen voor. Ze worden bijvoorbeeld  ‘s nachts vaker wakker dan volwassenen. Ze moeten dan nog leren dat er niets aan de hand is en ze gewoon rustig verder kunnen slapen. Als ze ouder worden, leren ze dat ze zich om kunnen draaien en verder slapen. Andere oorzaken zijn gevoeligheid voor prikkels, spanningen, angst en veel piekeren.

  • 2. Slaapapneu en andere ademhalingsstoornissen

    Als je niet goed ademhaalt tijdens het slapen kun je daar zelf wakker van worden. Je ademt dan onregelmatig, waarbij je soms even stopt met ademhalen. Soms wel 10 tot 40 keer per uur. Daarbij stop je af en toe met ademhalen. Dat kan wel 10 seconden tot een hele minuut duren.

    Dat wissel je dan weer af met heel diep snurken. Het kan zijn dat je hier zelf niks van merkt, maar het zorgt er wel voor dat je niet in een diepe slaap terechtkomt.

    Daardoor rust je niet goed uit en kun je ’s ochtends heel moe wakker worden. Ook de rest van de dag voel je je vaak nog erg slaperig. Je kunt moeite hebben met concentreren en soms kan het zelfs leiden tot een depressie.

    Slaapapneu bij kinderen

    Slaapapneu kan ook bij kinderen voorkomen. Bijvoorbeeld door te grote amandelen, de bouw van het hoofd, of zwakke spieren. Overgewicht is ook een oorzaak van slaapapneu bij kinderen.

  • 3. Slaperigheid overdag (hypersomnie)

    Voel je je overdag heel erg slaperig, terwijl je wel de hele nacht in bed hebt gelegen? Dat kan een teken zijn van verschillende slaapstoornissen, waaronder hypersomnie. Je hebt dan overdag last van slaapaanvallen.

    Bij milde aanvallen merk je bijvoorbeeld dat je even helemaal afwezig bent, terwijl je wel doorgaat met wat je op dat moment aan het doen was. Bij zware aanvallen val je helemaal in slaap, meestal niet langer dan een halfuur. Deze slaapstoornis heet narcolepsie. Je kunt de slaapaanval dan niet tegenhouden. Daardoor val je ook in gezelschap van anderen of op je werk in slaap.

  • 4. Een verstoord dag-nachtritme (biologische klokstoornissen)

    Als mens heb je een natuurlijk dag- en nachtritme, je biologische klok. Hierbij ben je overdag wakker en slaap je ’s nachts. Deze biologische klok vertelt je dus wanneer het tijd is om te gaan slapen of wakker te worden.

    Als je biologische klok in de war raakt, kun je last krijgen van slaapstoornissen. Je valt dan bijvoorbeeld erg laat in slaap en slaapt dan goed. Maar omdat je ’s ochtends wel gewoon naar je werk of school moet, ben je niet goed uitgerust als de wekker gaat. Het omgekeerde bestaat ook: je wilt dan al heel vroeg naar bed, maar wordt daardoor ook veel te vroeg wakker.

  • 5. Ongewoon gedrag tijdens het slapen (parasomnie)

    Misschien heeft je partner je wel eens verteld dat je aan het praten was tijdens je slaap. Daar is niets geks aan. Maar bij sommige slaapstoornissen doe je vreemdere dingen tijdens het slapen. Voor iemand anders lijkt het alsof je weet wat je doet. Maar dat is niet zo, je hebt er geen controle over. Denk bijvoorbeeld aan:

    • Slaapwandelen (somnambulisme): dit komt onder kinderen vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Volwassenen die slaapwandelen hebben dat als kind meestal ook gedaan.
    • Angstaanvallen (pavor nocturnus): je gilt of schreeuwt in je slaap maar wordt niet echt wakker, net zoals bij slaapwandelen. Meestal slaap je daarna gewoon weer verder. Deze aanvallen komen ook vaak bij jonge kinderen voor.
    • Bewegen tijdens het slapen: zowel volwassenen als kinderen kunnen zich in hun slaap ongewoon bewegen. Bijvoorbeeld door met je tanden te knarsen, te bonken met je hoofd, of met je hele lijf heen en weer te bewegen.
  • 6. Rusteloze benen (RLS)

    Bij het Restless Legs Syndrome (RLS) heb je last van een rusteloos gevoel in je benen. Je hebt vooral het gevoel dat je benen steeds jeuken. Ook wil je steeds met je benen bewegen. De klachten worden ‘s avonds vaak erger, waardoor je slecht slaapt.

    Als je RLS hebt, heb je daarnaast soms ook nog last van schokken in je armen of benen tijdens de slaap (PLMD). Daar merk je zelf niet zoveel van in je slaap, maar je partner wel. Je rust hierdoor ook minder goed uit in je slaap.

Slapeloosheid is de meest voorkomende slaapstoornis. Dit wordt ook wel insomnie genoemd. Hierbij heb je moeite met inslapen en lig je vaak lang wakker. Ook kun je bijvoorbeeld tijdens de nacht één of meerdere keren heel lang wakker zijn. Of je wordt veel te vroeg wakker worden, waarna het helemaal niet meer lukt om weer in slaap te komen.

Heb je meer dan 3 nachten per week last van deze problemen? En duurt dit langer dan 3 maanden? Dan is er sprake van chronische slapeloosheid. Heb je er minder vaak last van of verdwijnen de klachten binnen 3 maanden? Dan heeft je slapeloosheid misschieneen andere oorzaak, bijvoorbeeld stress.

Slapeloosheid bij kinderen

Slapeloosheid komt ook veel bij kinderen voor. Ze worden bijvoorbeeld  ‘s nachts vaker wakker dan volwassenen. Ze moeten dan nog leren dat er niets aan de hand is en ze gewoon rustig verder kunnen slapen. Als ze ouder worden, leren ze dat ze zich om kunnen draaien en verder slapen. Andere oorzaken zijn gevoeligheid voor prikkels, spanningen, angst en veel piekeren.

Als je niet goed ademhaalt tijdens het slapen kun je daar zelf wakker van worden. Je ademt dan onregelmatig, waarbij je soms even stopt met ademhalen. Soms wel 10 tot 40 keer per uur. Daarbij stop je af en toe met ademhalen. Dat kan wel 10 seconden tot een hele minuut duren.

Dat wissel je dan weer af met heel diep snurken. Het kan zijn dat je hier zelf niks van merkt, maar het zorgt er wel voor dat je niet in een diepe slaap terechtkomt.

Daardoor rust je niet goed uit en kun je ’s ochtends heel moe wakker worden. Ook de rest van de dag voel je je vaak nog erg slaperig. Je kunt moeite hebben met concentreren en soms kan het zelfs leiden tot een depressie.

Slaapapneu bij kinderen

Slaapapneu kan ook bij kinderen voorkomen. Bijvoorbeeld door te grote amandelen, de bouw van het hoofd, of zwakke spieren. Overgewicht is ook een oorzaak van slaapapneu bij kinderen.

Voel je je overdag heel erg slaperig, terwijl je wel de hele nacht in bed hebt gelegen? Dat kan een teken zijn van verschillende slaapstoornissen, waaronder hypersomnie. Je hebt dan overdag last van slaapaanvallen.

Bij milde aanvallen merk je bijvoorbeeld dat je even helemaal afwezig bent, terwijl je wel doorgaat met wat je op dat moment aan het doen was. Bij zware aanvallen val je helemaal in slaap, meestal niet langer dan een halfuur. Deze slaapstoornis heet narcolepsie. Je kunt de slaapaanval dan niet tegenhouden. Daardoor val je ook in gezelschap van anderen of op je werk in slaap.

Als mens heb je een natuurlijk dag- en nachtritme, je biologische klok. Hierbij ben je overdag wakker en slaap je ’s nachts. Deze biologische klok vertelt je dus wanneer het tijd is om te gaan slapen of wakker te worden.

Als je biologische klok in de war raakt, kun je last krijgen van slaapstoornissen. Je valt dan bijvoorbeeld erg laat in slaap en slaapt dan goed. Maar omdat je ’s ochtends wel gewoon naar je werk of school moet, ben je niet goed uitgerust als de wekker gaat. Het omgekeerde bestaat ook: je wilt dan al heel vroeg naar bed, maar wordt daardoor ook veel te vroeg wakker.

Misschien heeft je partner je wel eens verteld dat je aan het praten was tijdens je slaap. Daar is niets geks aan. Maar bij sommige slaapstoornissen doe je vreemdere dingen tijdens het slapen. Voor iemand anders lijkt het alsof je weet wat je doet. Maar dat is niet zo, je hebt er geen controle over. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Slaapwandelen (somnambulisme): dit komt onder kinderen vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Volwassenen die slaapwandelen hebben dat als kind meestal ook gedaan.
  • Angstaanvallen (pavor nocturnus): je gilt of schreeuwt in je slaap maar wordt niet echt wakker, net zoals bij slaapwandelen. Meestal slaap je daarna gewoon weer verder. Deze aanvallen komen ook vaak bij jonge kinderen voor.
  • Bewegen tijdens het slapen: zowel volwassenen als kinderen kunnen zich in hun slaap ongewoon bewegen. Bijvoorbeeld door met je tanden te knarsen, te bonken met je hoofd, of met je hele lijf heen en weer te bewegen.

Bij het Restless Legs Syndrome (RLS) heb je last van een rusteloos gevoel in je benen. Je hebt vooral het gevoel dat je benen steeds jeuken. Ook wil je steeds met je benen bewegen. De klachten worden ‘s avonds vaak erger, waardoor je slecht slaapt.

Als je RLS hebt, heb je daarnaast soms ook nog last van schokken in je armen of benen tijdens de slaap (PLMD). Daar merk je zelf niet zoveel van in je slaap, maar je partner wel. Je rust hierdoor ook minder goed uit in je slaap.

Herkennen van een slaapstoornis

Als je langere tijd last hebt van slaapproblemen, kun je een slaapstoornis hebben. De klachten houden dan enkele weken, maanden of zelfs jaren aan. Ga daarom naar de huisarts als je problemen hebt bij het slapen.

Bij kinderen

Slecht slapen kan ervoor zorgen dat kinderen zich minder goed ontwikkelen en minder goed groeien. Ook kunnen ze andere klachten krijgen, zoals hoofdpijn of buikpijn. Het is dus belangrijk dit op tijd te herkennen en ermee naar de huisarts te gaan.

Kinderen met slaapproblemen gedragen zich vaak drukker. Ook hebben ze problemen met concentratie. Deze klachten lijken op die van ADHD. 

Als een kinderarts of psychiater je kind onderzoekt voor ADHD, zal er vaak ook advies aan een slaapexpert worden gevraagd. De behandeling voor een slaapstoornis is namelijk heel anders dan die voor ADHD. Het is dus belangrijk dat de goede diagnose wordt gesteld, zodat je kind de juiste behandeling krijgt.

Oorzaken van slaapstoornissen

Er zijn veel verschillende slaapstoornissen, die verschillende oorzaken kunnen hebben. Je huisarts of specialist zal door onderzoek deze oorzaak proberen te vinden.

  • Lichamelijke oorzaken

    Bij slaapapneu stop je tijdens je slaap kort met ademen. Dat kan komen omdat je spieren verslappen. Je tong kan dan de ademhaling blokkeren.

    Ook kun je slaapproblemen hebben doordat je veel beweegt in je slaap. Een voorbeeld daarvan is de REM-slaapgedragsstoornis. Normaal gesproken zijn je spieren verlamd tijdens de REM-slaap. Stel je voor dat je droomt dat je aan het timmeren bent. Deze verlamming zorgt ervoor dat je niet écht gaat slaan terwijl je ligt te slapen. Bij een REM-slaapgedragsstoornis gebeurt dit wel, omdat je spieren niet verlamd zijn.

    Ook gaan sommige lichamelijke ziektes samen met slaapstoornissen. Dit komt vooral voor bij mensen met obesitas, diabetes of een schildklieraandoening. Ook bij een hersenaandoening als parkinson, dementie of multiple sclerose kun je last krijgen van een slaapstoornis.

  • Mentale oorzaken

    Stress is meestal een belangrijke oorzaak van slaapproblemen. Meestal slaap je vanzelf weer beter wanneer de oorzaak van de stress voorbij is. Bijvoorbeeld omdat het weer wat rustiger wordt op je werk. Of omdat die verjaardag waar je tegenop zag voorbij is. Als je last hebt van een depressie, psychose of angststoornis slaap je vaak ook slecht.

  • Verstoren van de biologische klok

    Als je biologische klok in de war raakt, kun je last krijgen van slaapstoornissen. Het verstoren van die klok kan op verschillende manieren gebeuren:

    • reizen naar een andere tijdzone (jetlag)
    • verzetten van de klok (winter-en zomertijd)
    • werken in nachtdiensten
    • tot diep in nacht opblijven (bijvoorbeeld pubers die uitgaan).

Bij slaapapneu stop je tijdens je slaap kort met ademen. Dat kan komen omdat je spieren verslappen. Je tong kan dan de ademhaling blokkeren.

Ook kun je slaapproblemen hebben doordat je veel beweegt in je slaap. Een voorbeeld daarvan is de REM-slaapgedragsstoornis. Normaal gesproken zijn je spieren verlamd tijdens de REM-slaap. Stel je voor dat je droomt dat je aan het timmeren bent. Deze verlamming zorgt ervoor dat je niet écht gaat slaan terwijl je ligt te slapen. Bij een REM-slaapgedragsstoornis gebeurt dit wel, omdat je spieren niet verlamd zijn.

Ook gaan sommige lichamelijke ziektes samen met slaapstoornissen. Dit komt vooral voor bij mensen met obesitas, diabetes of een schildklieraandoening. Ook bij een hersenaandoening als parkinson, dementie of multiple sclerose kun je last krijgen van een slaapstoornis.

Stress is meestal een belangrijke oorzaak van slaapproblemen. Meestal slaap je vanzelf weer beter wanneer de oorzaak van de stress voorbij is. Bijvoorbeeld omdat het weer wat rustiger wordt op je werk. Of omdat die verjaardag waar je tegenop zag voorbij is. Als je last hebt van een depressie, psychose of angststoornis slaap je vaak ook slecht.

Als je biologische klok in de war raakt, kun je last krijgen van slaapstoornissen. Het verstoren van die klok kan op verschillende manieren gebeuren:

  • reizen naar een andere tijdzone (jetlag)
  • verzetten van de klok (winter-en zomertijd)
  • werken in nachtdiensten
  • tot diep in nacht opblijven (bijvoorbeeld pubers die uitgaan).

Advies voor patiënten met een slaapstoornis

Als je last hebt van slaapproblemen, denk je al snel aan een slaappil. Maar daarmee los je de oorzaak van je slaapstoornis niet op. Het is dus belangrijk om je arts te raadplegen. Die onderzoekt de oorzaak en zorgt voor een behandeling die daarbij past. Wel kunnen de volgende tips ervoor zorgen dat je minder last hebt van je slaapstoornis.

  • Ga elke dag op dezelfde tijd naar bed.
  • Sta elke dag op dezelfde tijd weer op.
  • Blijf fit en beweeg regelmatig.
  • Sport overdag, niet ‘s avonds voor je gaat slapen.
  • Ontspan voordat je gaat slapen (een boek lezen, muziek luisteren, mediteren)
  • Drink niets met cafeïne na 15:00 uur.
  • Drink geen alcohol voordat je gaat slapen.
  • Eet niet te veel voordat je gaat slapen.
  • Zorg voor een koele, stille slaapkamer.
  • Beperk je schermtijd voordat je gaat slapen (smartphone, laptop).

Overdag slapen is meestal niet goed voor mensen met slapeloosheid. Dit zorgt er namelijk voor dat je slaapdruk minder wordt. Dat is de hoeveelheid slaap die je hersenen nodig hebben.

Slaapdruk werkt als een zandloper. Overdag loopt de zandloper leeg en wordt je slaapdruk groter. Als je gaat slapen draai je de zandloper om en wordt je slaapdruk weer kleiner. Als je overdag slaapt draai je de zandloper te vroeg om. Je slaapdruk is dan nog niet groot genoeg als je naar bed gaat. Daardoor kom je moeilijk in slaap.

Dat geldt niet voor narcolepsie. Als je narcolepsie hebt, word je overdag overvallen door slaap. Als je overdag op vaste momenten korte dutjes doet, maakt dat de kans op slaapaanvallen kleiner.

Folder | Hersenen en slaap

Slapen doet iedereen. Maar wat is slaap eigenlijk? En wat hebben de hersenen ermee te maken? Hoewel slaaponderzoekers nog volop discussiëren over de functie van slaap, zijn ze het erover eens dat slaap essentieel is…

Advies voor naasten van patiënten met een slaapstoornis

Voor partners en familie kan het net zo moeilijk zijn om met gevolgen van slaapstoornis om te gaan als voor de patiënt zelf. Een patiëntenvereniging is er voor mensen die hetzelfde meemaken (‘lotgenotencontact’). Daar kun je met je familie terecht voor meer hulp en sociale steun.

Zorgen voor naasten, ook wel mantelzorg genoemd, is voor de meeste mensen logisch. Als één van je vrienden een slaapstoornis heeft wil je natuurlijk graag helpen. Soms kun je meer doen dan je denkt, ook als collega of werkgever. Soms ben je partner of ouder van een patiënt met een slaapstoornis. Dat is niet altijd even makkelijk. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan wat de overheid ‘gebruikelijke hulp’ noemt. Hieronder een paar tips.

Tips voor mantelzorgers en naasten

Als je partner slecht slaapt, merk je dat zelf meestal ook. Je kunt wakker worden doordat iemand naast je ligt te woelen. Of je merkt dat je naaste overdag moe of prikkelbaar is.

Iemand met een slaapstoornis kun je op verschillende manieren helpen. Door samen op vaste tijden te gaan slapen en weer op te staan bijvoorbeeld. Of door samen rustgevende dingen te doen voor je gaat slapen. Zoals een boek lezen, of naar rustige muziek luisteren. Heb je lastige of moeilijke dingen te bespreken? Doe dat dan niet ‘s avonds, maar overdag.

Ook is het goed om begrip te tonen voor de slaapstoornis. Als iemand overdag moe en prikkelbaar is, kan dat komen door te weinig slaap. Word dus zelf niet boos als je partner kortaf is. Dat kan voor meer stress en dus meer slaapproblemen zorgen.

Heb je vragen over (de gevolgen van) een hersenaandoening of over behandelingen? Onze medewerkers van de infolijn helpen je graag. Neem gerust contact op via mail of telefoon.

Behandeling van slaapstoornissen

Hoe je slaapstoornis het beste behandeld kan worden, hangt van de diagnose af.

  • 1. Je gedrag veranderen

    Bij de diagnose van je slaapstoornis wordt altijd goed gekeken naar je gedrag en gewoontes. Vaak is de slaapstoornis namelijk het gevolg van je gedrag. Je gedrag veranderen is dan de oplossing. Minder koffie en alcohol drinken kan bijvoorbeeld al veel helpen.

    In koffie zit cafeïne. Deze stof zorgt ervoor dat je hersenen, hartslag en ademhaling allemaal wat sneller werken. Daardoor kom je moeilijker in slaap. Alcohol kan helpen om sneller in slaap te vallen. Je slaapt alleen onrustig en minder diep, waardoor je minder uitgerust wakker wordt.

    Oefeningen

    Als je slaapstoornis met stress te maken heeft, kan de arts je bepaalde oefeningen leren. Deze helpen je om te ontspannen, of je ademhaling onder controle te krijgen. Vaak kun je daarna makkelijker in slaap komen.

    Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGTi)

    Soms zijn een paar oefeningen niet genoeg.  Bij insomnie helpt therapie vaak om toch van de slaapstoornis af te komen. Je leert dan eigenlijk weer hoe je moet slapen.

    Bijvoorbeeld door weer uit bed te stappen als je langer dan een kwartier wakker ligt. Je mag dan pas weer naar bed als je slaperig bent. Door dit steeds opnieuw te doen, leer je je lichaam en gedachten: het bed hoort alleen bij slapen.

    Hulpmiddelen

    Als je last hebt van slaapapneu kan de arts je aanraden om een hulpmiddel te gebruiken tijdens het slapen. Dat kan een mondbeugel zijn, waardoor je genoeg ruimte hebt om te blijven ademen. Ook zijn er maskers voor op je neus of mond om je helpen bij het ademen.

  • 2. Medicijnen

    Er zijn verschillende soorten slaapmedicijnen. Sommige helpen om in slaap te komen, andere om door te slapen. De oorzaak van de slaapstoornis gaat er niet door weg. Op de lange termijn heeft het gebruik van slaapmiddelen dan ook verschillende nadelen. Je hebt steeds hogere doses nodig en kunt eraan verslaafd raken. Gebruik deze medicijnen daarom alleen onder begeleiding van een arts.

  • 3. Melatonine

    Melatonine wordt in de vorm van tabletten ook gebruikt bij slaapproblemen. Het is belangrijk om te weten dat melatonine geen slaapmiddel is. Het is een hormoon in je lichaam, dat belangrijk is voor het bijhouden van je biologische klok.

    Veel mensen denken dat je sneller in slaap valt als je melatonine slikt. Dat klopt niet. Wel kan melatonine helpen om je biologische klok weer goed te zetten. Bijvoorbeeld als je lang in nachtdiensten hebt gewerkt.

    Melatonine helpt alleen als je het op een precies op jou afgestemd moment neemt. Als je melatonine verkeerd gebruikt kunnen je slaapproblemen juist erger worden. Gebruik het daarom alleen in overleg met je (huis)arts.

    Voor het goed zetten van je biologische klok werkt helder licht beter dan melatonine slikken. Als je overdag genoeg daglicht ziet, maakt je lichaam ‘s nachts zelf beter melatonine aan. Daardoor slaap je weer beter.

  • 4. Operatie

    In je mond, keel en neus kan er te weinig ruimte zijn om goed te ademen als je slaapt. Als een beugel of masker niet helpt, kan de arts aanraden om je te laten opereren. Er worden dan bijvoorbeeld wat zachte delen uit je keel verwijderd. Een andere mogelijkheid is het verplaatsen van je kaken, waardoor er meer ruimte ontstaat.

Bij de diagnose van je slaapstoornis wordt altijd goed gekeken naar je gedrag en gewoontes. Vaak is de slaapstoornis namelijk het gevolg van je gedrag. Je gedrag veranderen is dan de oplossing. Minder koffie en alcohol drinken kan bijvoorbeeld al veel helpen.

In koffie zit cafeïne. Deze stof zorgt ervoor dat je hersenen, hartslag en ademhaling allemaal wat sneller werken. Daardoor kom je moeilijker in slaap. Alcohol kan helpen om sneller in slaap te vallen. Je slaapt alleen onrustig en minder diep, waardoor je minder uitgerust wakker wordt.

Oefeningen

Als je slaapstoornis met stress te maken heeft, kan de arts je bepaalde oefeningen leren. Deze helpen je om te ontspannen, of je ademhaling onder controle te krijgen. Vaak kun je daarna makkelijker in slaap komen.

Cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGTi)

Soms zijn een paar oefeningen niet genoeg.  Bij insomnie helpt therapie vaak om toch van de slaapstoornis af te komen. Je leert dan eigenlijk weer hoe je moet slapen.

Bijvoorbeeld door weer uit bed te stappen als je langer dan een kwartier wakker ligt. Je mag dan pas weer naar bed als je slaperig bent. Door dit steeds opnieuw te doen, leer je je lichaam en gedachten: het bed hoort alleen bij slapen.

Hulpmiddelen

Als je last hebt van slaapapneu kan de arts je aanraden om een hulpmiddel te gebruiken tijdens het slapen. Dat kan een mondbeugel zijn, waardoor je genoeg ruimte hebt om te blijven ademen. Ook zijn er maskers voor op je neus of mond om je helpen bij het ademen.

Er zijn verschillende soorten slaapmedicijnen. Sommige helpen om in slaap te komen, andere om door te slapen. De oorzaak van de slaapstoornis gaat er niet door weg. Op de lange termijn heeft het gebruik van slaapmiddelen dan ook verschillende nadelen. Je hebt steeds hogere doses nodig en kunt eraan verslaafd raken. Gebruik deze medicijnen daarom alleen onder begeleiding van een arts.

Melatonine wordt in de vorm van tabletten ook gebruikt bij slaapproblemen. Het is belangrijk om te weten dat melatonine geen slaapmiddel is. Het is een hormoon in je lichaam, dat belangrijk is voor het bijhouden van je biologische klok.

Veel mensen denken dat je sneller in slaap valt als je melatonine slikt. Dat klopt niet. Wel kan melatonine helpen om je biologische klok weer goed te zetten. Bijvoorbeeld als je lang in nachtdiensten hebt gewerkt.

Melatonine helpt alleen als je het op een precies op jou afgestemd moment neemt. Als je melatonine verkeerd gebruikt kunnen je slaapproblemen juist erger worden. Gebruik het daarom alleen in overleg met je (huis)arts.

Voor het goed zetten van je biologische klok werkt helder licht beter dan melatonine slikken. Als je overdag genoeg daglicht ziet, maakt je lichaam ‘s nachts zelf beter melatonine aan. Daardoor slaap je weer beter.

In je mond, keel en neus kan er te weinig ruimte zijn om goed te ademen als je slaapt. Als een beugel of masker niet helpt, kan de arts aanraden om je te laten opereren. Er worden dan bijvoorbeeld wat zachte delen uit je keel verwijderd. Een andere mogelijkheid is het verplaatsen van je kaken, waardoor er meer ruimte ontstaat.

Gevolgen van slaapstoornissen

Als je slecht slaapt, ben je overdag moe. Dat heeft invloed op je dagelijks leven. De meeste mensen met slaapstoornissen hebben last van een of meer nadelige gevolgen. Van sommige heb je vooral nu last, van andere ook later in je leven.

  • Gevolgen op korte termijn:

    • concentratieproblemen
    • een slecht humeur
    • minder controle over je gevoelens
    • meer risico’s in het verkeer.
  • Gevolgen op lange termijn:

    • verminderde weerstand
    • meer kans op depressie
    • meer kans op dementie
    • meer kans op hart- en vaatziekten.
  • Gevolgen voor kinderen:

    • problemen in groei en ontwikkeling
    • problemen met leren en concentreren op school
    • druk gedrag (niet te verwarren met ADHD)
    • last van hoofdpijn of buikpijn
    • onrust in het hele gezin.

Gevolgen op korte termijn:

  • concentratieproblemen
  • een slecht humeur
  • minder controle over je gevoelens
  • meer risico’s in het verkeer.

Gevolgen op lange termijn:

  • verminderde weerstand
  • meer kans op depressie
  • meer kans op dementie
  • meer kans op hart- en vaatziekten.

Gevolgen voor kinderen:

  • problemen in groei en ontwikkeling
  • problemen met leren en concentreren op school
  • druk gedrag (niet te verwarren met ADHD)
  • last van hoofdpijn of buikpijn
  • onrust in het hele gezin.

Risico verkleinen op een slaapstoornis

Gezond leven maakt de kans op een slaapstoornis kleiner. Roken en drinken wordt dus afgeraden, veel lichaamsbeweging is juist goed. Maar je kunt nog meer doen voor een gezonde nachtrust:

  • Ga elke dag op dezelfde tijd naar bed.
  • Sta elke dag op dezelfde tijd weer op.
  • Blijf fit en beweeg regelmatig.
  • Sport overdag, niet ‘s avonds voor je gaat slapen.
  • Ontspan voordat je gaat slapen.
  • Drink niets met cafeïne na 15:00 uur.
  • Drink geen alcohol voordat je gaat slapen.
  • Eet niet te veel voordat je gaat slapen.
  • Zorg voor een koele, stille slaapkamer.
  • Beperk je schermtijd voordat je gaat slapen (smartphone, laptop).

Risico verkleinen bij kinderen

Kinderen moeten eigenlijk ‘leren’ slapen. Rust en regelmaat zijn hierbij belangrijk. De hiervoor genoemde slaaptips zijn daarom ook belangrijk voor kinderen.

Daarnaast is het goed om je kind voor te bereiden op het slapen. Dat doe je door elke dag samen wat rustige dingen te doen voor je kind gaat slapen. Denk aan voorlezen terwijl je kind in bed ligt. Of samen even de dag bespreken.

Verder is het goed om je kind te laten plassen voor het slapen. Ook de slaapkamer is belangrijk. Deze is het liefst stil en koel. Het is niet verstandig om een televisie of spelcomputer op de slaapkamer te hebben. Zorg in ieder geval dat je kind vanaf een uur voor bedtijd niet naar een beeldscherm kijkt.

De Hersenstichting heeft bij het opstellen van deze tekst dankbaar gebruik gemaakt van adviezen van:

  • Prof. dr. Eus J.W. van Someren, hoogleraar Integratieve neurofysiologie, Nederlands Herseninstituut, Vrije Universiteit en Amsterdam UMC
  • Prof. dr. Ysbrand D. van der Werf, hoogleraar Functionele anatomie, Amsterdam UMC
  • Drs. Nicole G.J. Wolters, kinderarts en somnoloog, Ziekenhuisgroep Twente