Onderwerpen op deze pagina:

Oorzaak

Een AVM in de hersenen is vrijwel altijd aangeboren. Onderzoekers denken dat het ontstaat doordat er tijdens de ontwikkeling van het bloedvaatstelsel in de 2e tot 3e zwangerschapsweek iets mis gaat. Waardoor dat gebeurt is niet bekend. Een AVM in de hersenen is op zich niet erfelijk, maar komt wel bij een aantal erfelijke syndromen voor zoals onder andere syndroom van Klippel-Trenaunay, de ziekte van Rendu-Osler-Weber en de ziekte van Von Hippel-Lindau.

Symptomen

Naar schatting heeft 88% van de mensen met een AVM  geen last ervan en krijgen ze nooit klachten; bij hen komt de AVM per toeval, of pas na overlijden, aan het licht. Meestal wordt een AVM pas ontdekt als er een bloeding optreedt of de patiënt andere neurologische symptomen heeft, zoals epilepsie of verlammingen. Dit komt vermoedelijk vanwege een zuurstoftekort dat optreedt in het gebied rondom de AVM. Er is vanwege de ‘kortsluiting’ van de bloedvaten in dit geval onvoldoende gelegenheid om het hersenweefsel in voldoende mate van zuurstof te voorzien.

Aangezien de vaatwand van een ader niet is gemaakt om een hoge druk te weerstaan, worden de aders in een AVM op den duur uitgerekt. Daardoor ontstaan er verwijdingen van deze vaten en op andere plaatsen vernauwingen. Bij de verwijdingen ontstaan dan zwakke plekken in de vaatwand, waardoor er uiteindelijk een scheurtje in kan ontstaan. Het gevolg is dan een hersenbloeding, een vorm van beroerte.

Deze bloedingen bevinden zich meestal in het hersenweefsel (intracerebrale bloeding), maar soms ook tussen de hersenvliezen (subarachnoïdale bloeding of SAB).

De gevolgen van de bloeding hangen sterk af van de plaats in de hersenen waar de bloeding zich bevindt en van de uitgebreidheid van de bloeding. Er zijn patiënten die alleen maar (acute) hoofdpijn hebben, maar er kunnen ook verlammingsverschijnselen, bewusteloosheid of epilepsie aanvallen optreden ten gevolge van de bloeding. Bij ernstige bloedingen kan de patiënt zelfs acuut overlijden.

Diagnose

Wanneer een patiënt met acute verschijnselen wordt opgenomen, zal meestal in eerste instantie een CT-scan (Computer Tomografie) van de hersenen worden gemaakt. Aan de hand van die foto kan dan worden gezien of er een hersenbloeding is opgetreden. 
Het precies aantonen van een AVM is met een gewone CT-scan echter niet goed mogelijk. Het enige onderzoek dat optimale informatie geeft over de aanwezigheid van een AVM is de angiografie. Hierbij wordt via een slangetje dat in de liesslagader wordt opgeschoven een contrastvloeistof in het vaatstelsel van de patiënt gespoten, waardoor het mogelijk is om met behulp van röntgenfoto’s de hersenvaten af te beelden. Op die manier kan een abnormaal verloop van de bloedvaten van de hersenen worden opgespoord.

Een schema van een AVM. Het zuurstofrijke bloed in de slagaderen is rood, het afgevoerde bloed blauw. De doorstroming direct van ader naar slagader draagt niet bij aan de doorbloeding van het hersenweefsel. (bron afbeelding: www.nvvn.org)

Een vaatonderzoek (angiografie) van de hersenen in een zij-aanzicht. De zwarte kluwen is de arterio-veneuze malformatie. Let ook op de opvallend dikke toevoerende vaten. Door de aanzuigende werking van de AVM zijn deze veel dikker dan normaal.(bron afbeelding: www.nvvn.org)

Heb je vragen over (de gevolgen van) een hersenaandoening of over behandelingen? Onze medewerkers van de infolijn helpen je graag. Neem gerust contact op via mail of telefoon.

Behandeling

Behandeling van een AVM van de hersenen is niet altijd noodzakelijk, en in bepaalde gevallen is het zelfs niet wenselijk. Er zijn verschillende factoren die een rol spelen bij de beslissing om al dan niet over te gaan tot behandeling van een hersen-AVM: zoals de gezondheidstoestand, leeftijd, conditie en wensen van de patiënt, de plaats en grootte van de AVM.

De enige definitieve behandeling van een AVM is de totale uitschakeling van de vaatmisvorming. Er zijn tegenwoordig verscheidene behandelingstechnieken beschikbaar:

  • Operatieve behandeling. Tijdens de operatie wordt met behulp van de operatiemicroscoop de vaatmisvorming geheel verwijderd. Een risico van een operatie aan een AVM is beschadiging van de hersenen.
  • Endovasculaire behandeling (embolisatie). Via een in de liesslagader ingebracht slangetje, dat tot in de vaatafwijking wordt opgeschoven, wordt de AVM dichtgeplakt met lijm en/of opgevuld met platina spiraaltjes (coils).
  • Stereotactische bestraling (LINEAC, Gamma-knife). Bij bestraling wordt de wand van de bloedvaten van de AVM van buitenaf bestraald, waardoor vaatvernauwing en een vertraging van de bloedstroom optreedt. Op den duur ontstaan er bloedstolsels in de AVM, met als gevolg dichtstollen (tromboseren) van de vaatjes. Het duurt twee tot vier jaar voordat het effect van deze behandeling merkbaar is.
  • Combinatiebehandeling. Door gebruik te maken van een combinatie van de hierboven beschreven technieken is het tegenwoordig mogelijk om AVM’s die vroeger onbehandelbaar en ‘inoperabel’ waren, alsnog uit te schakelen.

Welke behandeling wordt gekozen hangt steeds af van de individuele situatie van de patiënt. Het is lang niet altijd mogelijk of noodzakelijk, de AVM helemaal te verwijderen. Helaas wordt in de praktijk nogal eens gezien dat gedeeltelijk uitgeschakelde AVM’s na verloop van tijd weer groter worden, waarschijnlijk omdat zich weer nieuwe kanaaltjes vormen waarlangs de bloedstroom gaat plaatsvinden. De keuze van de juiste/beste behandeling is steeds weer ‘maatwerk’ waarover het behandelteam van neurochirurgen, neuroradiologen en radiotherapeuten beslist. Op voorhand is nooit met zekerheid te zeggen of de behandeling zal slagen.