Wat is een beroerte?

Van de ene op het andere moment niet meer kunnen praten of lopen. Het is bijna niet voor te stellen. Als je zo’n beroerte overleeft ziet je leven er daarna vaak heel anders uit. Er blijft schade in de hersenen met ernstige, soms onzichtbare gevolgen. Maar wat is een beroerte precies? Wat zijn de oorzaken en risico’s? En waarom moet je snel naar het ziekenhuis?

Een beroerte is een hersenaandoening die enorme gevolgen kan hebben voor jou als patiënt en voor je familie. Vaak is er blijvende schade en heb je als patiënt hulp nodig van anderen.

Herseninfarct

Bij de meeste patiënten gaat het bij een beroerte om een herseninfarct. Een heel systeem van (kleine) slagaders zorgt ervoor dat zuurstofrijk bloed in alle delen van de hersenen komt. Bij een herseninfarct raakt zo’n slagader in de hersenen vernauwd of verstopt. Dit komt vaak door slagaderverkalking.

Slagaderverkalking komt vooral voor bij ouderen. Waarschijnlijk spelen een ongezonde manier van leven en erfelijke aanleg ook een rol. Bij het verkalken van de slagaderen hopen vetachtige stoffen zoals cholesterol zich op in de vaatwand. Hierdoor slibt de slagader dicht. Ook raakt de wand beschadigd. Daar kunnen zich bloedstolsels aan vast hechten. Een stukje van dit stolsel kan losraken en een kleinere slagader verderop in de hersenen blokkeren (embolie). Het hersengebied dat achter de verstopping ligt krijgt zo niet voldoende zuurstof. Als dit zuurstoftekort te lang duurt sterft er hersenweefsel af. Daarom is het belangrijk dat er snel iets gebeurt.

Hersenbloeding

Een hersenbloeding is een andere vorm van een beroerte. Bij een hersenbloeding scheurt er een bloedvat. Hierdoor kan er bloed in en rondom de hersenen stromen. Het bloed drukt een deel van het hersenweefsel weg. Dit raakt hierdoor beschadigd. Zwakke plekken in de wand van het bloedvat kunnen ontstaan door bijvoorbeeld een hoge bloeddruk en slagaderverkalking. Zo’n zwakke plek kan ook uitgroeien tot een uitstulping, een aneurysma. Aneurysma’s hebben een dunne wand in het bloedvat en daardoor een grotere kans om te scheuren.

Figuur Beroerte: a) TIA is een tijdelijke verstopping van de bloedcirculatie. b) een herseninfarct is een blijvende verstopping van de bloedsomloop. c) een hersenbloeding is een lekkage van het bloedvat, die het rondpompen van bloed in de hersenen verstoort.

Een TIA als waarschuwing

Bij een TIA (Transient Ischaemic Attack) kunnen dezelfde symptomen optreden als bij een herseninfarct, maar deze klachten verdwijnen binnen 24 uur.

Bij een TIA komt er tijdelijk minder bloed via de slagaderen in de hersenen. De drie belangrijkste tekens hiervoor zijn: een scheve mond, verwarde spraak en een verlamde arm. Dit duurt meestal korter dan 30 minuten, maar kan ook wel 24 uur duren. Als iemand een TIA krijgt is dat een belangrijke waarschuwing, er kunnen er meer volgen. Zoek daarom zo snel mogelijk medische hulp.

Figuur Beroerte: a) TIA is een tijdelijke verstopping van de bloedcirculatie. b) een herseninfarct is een permanente verstopping van de bloedcirculatie. c) een hersenbloeding is een lekkage van het bloedvat, waardoor de bloedcirculatie wordt verstoord.

Waarschuwing

Als je een beroerte bij iemand herkent zorg dan dat de patiënt zo snel mogelijk in het ziekenhuis komt. Bij een beroerte telt vaak elke seconde, bel daarom alarmnummer 112.

 

Wanneer je zelf kenmerken van een beroerte krijgt, bel dan zelf direct alarmnummer 112. Het is namelijk belangrijk dat je zo snel mogelijk met deze klachten in het ziekenhuis wordt geholpen. Artsen kunnen proberen de bloeding in de hersenen te stoppen of een verstopping van een bloedvat te repareren.

 

Als iemand een TIA krijgt is dat een belangrijke waarschuwing, er kunnen er meer volgen. Zoek daarom ook na een TIA zo snel mogelijk medische hulp, bijvoorbeeld bij de huisarts.

Herkennen van een beroerte

Waarom is het zo belangrijk om een beroerte te herkennen meteen als het gebeurt? Omdat artsen dan zo snel mogelijk met een behandeling kunnen starten. Zo kunnen ze het stolsel in de slagader laten oplossen met medicijnen. Of ze kunnen het verwijderen met een katheter via de lies. Op deze manier kan de zuurstoftoevoer naar de hersenen herstellen. Zo kan de schade in de hersenen beperkt worden.

Om een beroerte snel en goed te herkennen is er een ezelsbruggetje:mond-spraak-arm beroerte alarm. Met de volgende opdrachten zijn de klachten bij een beroerte namelijk te herkennen:

  1. Vraag iemand om te lachen of de tanden te laten zien en kijk dan of de mond scheef hangt (Mond).
  2. Laat iemand een paar zinnen zeggen en luister dan of zijn spraak in de war is of dat het niet goed verstaanbaar is (Spraak).
  3. Laat iemand beide armen naar voren te strekken en de binnenkant van de handen naar boven te draaien. Kijk of een arm wegzakt naar beneden (Arm).

Zie je minimaal een van deze klachten of kenmerken, handel dan direct en bel alarmlijn 112 of de spoedlijn van de huisarts.

Kenmerken van een beroerte

De meest voorkomende kenmerken van een beroerte zijn:

  • een scheve mond door (halfzijdige) verlamming in je gezicht
  • warrig spreken en denken
  • verlamming in een arm of been.

Andere kenmerken kunnen zijn:

  • plotselinge ongewoon hevige hoofdpijn
  • tintelingen of gevoelloosheid in delen van je lichaam
  • duizeligheid
  • misselijkheid of braken
  • slikproblemen
  • problemen met je coördinatie of evenwicht
  • verlies van gezichtsvermogen (dubbel zien, wazig zien, blindheid)
  • niet meer kunnen praten of de woorden niet meer begrijpen
  • ongewone smaak in je mond.

42.300 mensen

kregen in 2016 in Nederland, volgens de huisartsenregistratie, een CVA (herseninfarct of hersenbloeding). Dit waren 20.900 mannen en 21.400 vrouwen.

55.000 mensen

kregen in 2016 in Nederland, volgens de huisartsenregistratie, een TIA. Dit ging om 25.700 mannen en 29.300 vrouwen.

Oorzaken van een beroerte

Bijna driekwart van de mensen die een beroerte krijgt, is ouder dan 65 jaar.

De oorzaak van een beroerte is meestal een slechte kwaliteit van de binnenwand van de bloedvaten. In de loop van de jaren raakt de binnenwand van de bloedvaten langzaam aan beschadigd. Hierdoor wordt de wand dikker. Dit proces van slijtage heet slagaderverkalking. Door ouderdom kunnen bloedvaten verkalken.

Ook een ongezonde levensstijl, zoals roken, kan zorgen voor slijtage van de bloedvaten. Dit kan ook gebeuren als je suikerziekte hebt, of een te hoge bloeddruk of een te hoog cholesterolgehalte.

In sommige families komen hart- en vaatziekten vaker voor dan in andere families.

Tips voor patiënten met een beroerte

  1. Gebruik de medicijnen waarmee je gestart bent om een herhaling te voorkomen consequent.
  2. Stop met roken, hoe moeilijk het ook is.
  3. Gebruik geen drugs en drink geen alcohol, of in ieder geval niet meer dan één glas per dag.
  4. Eet gezond en eet verschillende dingen: veel verse groenten en fruit, onverzadigde vetten (zoals Omega 3) in vis, en plantaardige olie, minder zout, voldoende vitamines.
  5. Voorkom overgewicht.
  6. Zorg voor regelmatige beweging, bouw het langzaam op.
  7. Gebruik weinig suiker, voorkom suikerziekte (diabetes).
  8. Laat regelmatig je bloeddruk en je cholesterolgehalte controleren.
  9. Zorg ervoor dat je voldoende en goed slaapt.
  10. Neem de tijd en rust om beter te worden, voorkom dat je jezelf overbelast. Neem je klachten serieus, ga niet over je grenzen heen.
  11. Zoek op Harteraad naar behandelaars in je buurt met ervaring met jouw ziekte.
  12. Zoek een zinvolle tijdsbesteding en ga uit van je eigen kracht (positieve gezondheid).
  13. Met een beroerte kun je en mag je soms niet meer deelnemen in het verkeer. Daarom gelden er voor het besturen van bijvoorbeeld een auto speciale regels.

Folder | Leven na een beroerte

Jaarlijks krijgen meer dan 40.000 Nederlanders een beroerte. Dat zijn meer dan honderd mensen per dag! Een beroerte kan zowel een herseninfarct als een hersenbloeding zijn. In beide gevallen gaat er iets mis met de…

Advies voor naasten, zorgprofessionals en de omgeving van patiënten met een beroerte

Voor partners en familie kan het net zo moeilijk zijn om met gevolgen van een beroerte om te gaan als voor de patiënt zelf. Een patiëntenvereniging als Hersenletsel.nl is er voor mensen die hetzelfde meemaken (‘lotgenotencontact’). Daar kun je met je familie terecht voor meer hulp en sociale steun.

Zorgen voor naasten, ook wel mantelzorg genoemd, is voor de meeste mensen logisch. Als één van je vrienden een beroerte heeft gehad wil je natuurlijk graag helpen. Soms kun je meer doen dan je denkt, ook als collega of werkgever. En ben je partner van een patiënt met een beroerte dan is het niet altijd even makkelijk. Mantelzorg is hulp die verder gaat dan wat de overheid ‘gebruikelijke hulp’ noemt. Hieronder een paar tips.

  • Tips voor mantelzorgers en naasten

    • Houd een dagboek bij waarin je samen met de patiënt het herstelproces beschrijft. Hierin kun je ook bijhouden wanneer bijzondere gedragsproblemen gebeuren. Daar kun je dan weer wat beter rekening mee houden.
    • Ga samen bewegen en oefenen, zo kun je tot steun zijn bij het revalidatieproces.
    • Goed met elkaar praten kan soms lastig zijn. Vat daarom informatie samen, herhaal belangrijke informatie en schrijf het als het niet anders kan op in een notitieblokje.
    • Zoek samen naar een oplossing. Praat met elkaar als er onprettige situaties zijn gebeurd.
    • Stimuleer dat de patiënt zich kan redden. Zeker na verloop van tijd is het belangrijk dat de patiënt weer zelf dingen gaat oppakken.
    • Geef complimenten bij succes, hoe klein ook. Dit is de beste manier om gewenst gedrag te laten groeien. Ook ontstaat er zo meer vertrouwen over en weer en een prettige manier van communicatie.
    • Plan vooral ook tijd voor jezelf in. Het helpen tijdens de revalidatie kan ook invloed hebben op je eigen (mentale) gezondheid.
    • Leg bij problemen met het denkvermogen iets op een makkelijke, heldere manier uit. Geef de ander tijd om te begrijpen en wacht even met verder praten. Geef je naaste tijd om te reageren.
    • Wees bij problemen met het denken praktisch in wat je zegt. Maak duidelijk wat je verwacht.
    • Let erop dat de patiënt vooral routinematige taken uitvoert. Vermijd taken of bezigheden die zorgen voor frustratie omdat het niet ‘goed’ gaat.
    • Zorg goed voor jezelf. Blijf je eigen dingen doen. Je bent meestal het middelpunt en het anker voor je naaste. Dat moet je kunnen volhouden. Vraag daarom ook andere familieleden of vrienden, om mee te helpen bij de zorg voor de patiënt.
    • Bekijk eens of een partner-patiënt educatie programma iets voor jou is.
  • Tips voor zorgprofessionals

    • Wees je ervan bewust dat bij problemen met het denkvermogen de aandacht van de patiënt beperkt is. Houd daarom de aandachtsboog klein en overzichtelijk.
    • Voorkom dan ook dat een patiënt meerdere taken tegelijk moet uitvoeren.
    • Geduld en empathie helpen iemand vooruit, daarmee voorkom je onnodige negatieve ervaringen en stress.
  • Tips voor collega’s, werkgevers, UWV & bedrijfsarts

    • Geef aanwijzingen en hints om de taak op een ordelijke, rustige manier te doen. Het is fijn als je collega een bezigheid kan doen of iets kan leren, zonder dat hij of zij het gevoel heeft te falen.
    • Bekijk ook video’s en ervaringsverhalen om je in te leven in de wereld van de patiënt.

Tips voor mantelzorgers en naasten

  • Houd een dagboek bij waarin je samen met de patiënt het herstelproces beschrijft. Hierin kun je ook bijhouden wanneer bijzondere gedragsproblemen gebeuren. Daar kun je dan weer wat beter rekening mee houden.
  • Ga samen bewegen en oefenen, zo kun je tot steun zijn bij het revalidatieproces.
  • Goed met elkaar praten kan soms lastig zijn. Vat daarom informatie samen, herhaal belangrijke informatie en schrijf het als het niet anders kan op in een notitieblokje.
  • Zoek samen naar een oplossing. Praat met elkaar als er onprettige situaties zijn gebeurd.
  • Stimuleer dat de patiënt zich kan redden. Zeker na verloop van tijd is het belangrijk dat de patiënt weer zelf dingen gaat oppakken.
  • Geef complimenten bij succes, hoe klein ook. Dit is de beste manier om gewenst gedrag te laten groeien. Ook ontstaat er zo meer vertrouwen over en weer en een prettige manier van communicatie.
  • Plan vooral ook tijd voor jezelf in. Het helpen tijdens de revalidatie kan ook invloed hebben op je eigen (mentale) gezondheid.
  • Leg bij problemen met het denkvermogen iets op een makkelijke, heldere manier uit. Geef de ander tijd om te begrijpen en wacht even met verder praten. Geef je naaste tijd om te reageren.
  • Wees bij problemen met het denken praktisch in wat je zegt. Maak duidelijk wat je verwacht.
  • Let erop dat de patiënt vooral routinematige taken uitvoert. Vermijd taken of bezigheden die zorgen voor frustratie omdat het niet ‘goed’ gaat.
  • Zorg goed voor jezelf. Blijf je eigen dingen doen. Je bent meestal het middelpunt en het anker voor je naaste. Dat moet je kunnen volhouden. Vraag daarom ook andere familieleden of vrienden, om mee te helpen bij de zorg voor de patiënt.
  • Bekijk eens of een partner-patiënt educatie programma iets voor jou is.

Tips voor zorgprofessionals

  • Wees je ervan bewust dat bij problemen met het denkvermogen de aandacht van de patiënt beperkt is. Houd daarom de aandachtsboog klein en overzichtelijk.
  • Voorkom dan ook dat een patiënt meerdere taken tegelijk moet uitvoeren.
  • Geduld en empathie helpen iemand vooruit, daarmee voorkom je onnodige negatieve ervaringen en stress.

Tips voor collega’s, werkgevers, UWV & bedrijfsarts

  • Geef aanwijzingen en hints om de taak op een ordelijke, rustige manier te doen. Het is fijn als je collega een bezigheid kan doen of iets kan leren, zonder dat hij of zij het gevoel heeft te falen.
  • Bekijk ook video’s en ervaringsverhalen om je in te leven in de wereld van de patiënt.

Danny stond heel energiek en positief in het leven. Tot hij een paar jaar geleden een beroerte kreeg, zomaar op vakantie in het zwembad. Sindsdien is hij een andere man en voert hij elke dag een gevecht met zichzelf. Hij is overgevoelig voor prikkels en vaak somber. Licht, geluiden, geuren, alles is hem te veel. Een verhaal over leven en óverleven.

Behandeling van een beroerte

Bij een herseninfarct kan je in bepaalde gevallen binnen enkele uren na het ontstaan van de eerste kenmerken een bloedverdunnend medicijn krijgen. Dit lost het bloedstolsel op. Deze behandeling heet trombolyse. Soms kan er tot zes uur na de eerste kenmerken ook een katheter via een bloedvat in de lies worden ingebracht. Langs deze weg kan een arts de klont proberen te verwijderen. Hoe eerder zo’n behandelingen kan starten, hoe groter de kans op een goed herstel is.

Bij een hersenbloeding kunnen medicijnen helpen om de bloedstolling te verbeteren. Bij sommige patiënten stopt de bloeding niet vanzelf. In bepaalde gevallen kan er een operatie nodig zijn om de bloeding te verwijderen. Daarmee zal de druk in de hersenen kleiner worden.

Beter worden met een speciale arts

Het is belangrijk dat je snel probeert beter te worden (revalidatie). Vaak al in het ziekenhuis. Het kan zijn dat je last houdt van een of meer handicaps. Dan ga je samen met de revalidatiearts op zoek naar mogelijkheden om hiermee om te leren gaan. Een arts kan je naar iemand doorsturen als extra hulp.

Fysiotherapeuten en ergotherapeuten helpen bij de revalidatie van bewegingsfuncties en normale taken. Ook kan fysiotherapie en ergotherapie je helpen je conditie weer te verbeteren.

Als je last hebt van spraak- taal- en slikproblemen, kan een logopedist je hiermee helpen. Soms heb je nog klachten met je geheugen. Dan kan een psycholoog je helpen om hier mee om te gaan. Zo kun je weer beter in je vel komen te zitten.

Latere klachten

Soms komen de klachten pas later aan het licht. Bijvoorbeeld wanneer er thuis of op het werk weer dingen van je worden verwacht. Denk daarbij aan gevolgen als vermoeidheid, moeite met plannen, overprikkeling of geheugenproblemen. Deze klachten zijn voor de buitenwereld onzichtbaar. Maar ze kunnen je dagelijks leven flink remmen. Vraag dan je huisarts naar hulp op het gebied van omgaan met hersenschade: neuropsychologische (cognitieve) revalidatie.

Als je na een beroerte niet meer bent wie je was – lichamelijk en/of mentaal – kan dat veel invloed hebben op je relaties en zorgen voor spanningen in je omgeving. Voor je partner en familie kan het uiteindelijk net zo moeilijk zijn om met de gevolgen van een beroerte om te gaan als voor jou zelf. Zowel patiënten als naasten kunnen zich aanmelden bij een patiëntenvereniging voor lotgenotencontact. Hier kun je terecht voor meer hulp en steun.

Meer uitzicht op herstel na een beroerte door bestaand medicijn

Er zijn nog geen behandelingen die een jaar na een beroerte helpen om klachten te verminderen en het leven van patiënten verbeteren. De onderzoeksgroep van prof. dr. Arjan Blokland werkt aan een medicijn dat de hersenen helpt om ook na het eerste jaar na een beroerte te herstellen. Ze willen onderzoeken of patiënten door dit medicijn beter kunnen nadenken, zich prettiger voelen en meer mee kunnen doen in de maatschappij.

Gevolgen van een beroerte

Veel voorkomende gevolgen van een beroerte in het kort:

  • verlamming in het lichaam of gezicht, vaak aan één kant van je lichaam
  • eenzijdige gevoelloosheid en tintelingen, vaak aan één kant van je lichaam
  • problemen met spreken of het vinden van woorden
  • problemen met zien
  • (zware) vermoeidheid
  • overgevoeligheid voor prikkels in je omgeving (overprikkeling)
  • angst, stemmingswisselingen of instabiele emoties
  • moeite met plannen en organiseren.

Na een beroerte kun je last houden van de gevolgen. De zichtbare, lichamelijke problemen vallen de meeste mensen in je omgeving vaak direct op. De onzichtbare problemen zijn minder opvallend en merk je zelf vaak later. Niet iedereen heeft dezelfde problemen en bij de een is het minder hevig dan bij de ander.

  • Gevolgen voor je lichaam
    • verlamming aan één kant van je lichaam
    • gedeeltelijke verlamming of verlies van spierkracht aan één kant van je lichaam
    • een slecht gevoel aan één kant van je lichaam, bijna altijd aan de kant van de verlamming. Voor iedere persoon kan het verschillen wat je minder voelt: pijn, warmte, kou, hoe je zit, of beweegt.
    • één helft van het gezichtsveld doet ineens niet meer mee. De oorzaak ligt in de schade aan je hersenen. Er is niets mis met je ogen.
    • incontinentie, dus je plas niet kunnen ophouden of het niet goed helemaal uit kunnen plassen
    • epilepsie: de grootste kans hierop bestaat in de eerste maanden na een beroerte.
    • problemen met slikken
    • problemen met coördinatie of je evenwicht
    • dubbelzien
    • problemen met spraak: als de spieren van de mond verlamd zijn of je ze niet gecoördineerd kunt bewegen. Je spraak wordt dan voor anderen moeilijk verstaanbaar.
  • Gevolgen voor je denken
    • moeite met aandacht- en concentratie: je hebt moeite om ergens je aandacht bij te houden. Of met het verdelen van aandacht. Je denkt wat trager en doet er langer over om informatie te verwerken.
    • overgevoeligheid voor prikkels van buiten: voor geluid of voor licht
    • een slecht geheugen: opgeslagen informatie kun je niet meer (goed) terughalen. Herinneringen die vers zijn (korte termijn geheugen) of langer geleden (lange termijn geheugen).
    • problemen met het plannen en doen van dingen met een duidelijk doel. Of je hebt moeite met de goede volgorde van bepaalde activiteiten. Bijvoorbeeld met koffie zetten of koken.
    • constant moe zijn: 70% van de patiënten heeft last van ongewoon en extreem lang moe zijn. Het moe zijn staat los van je lichamelijke inspanning en duurt lang.
    • verwaarlozen van één kant van het lichaam.
    • je kunt voorwerpen, geluiden of gezichten niet makkelijk herkennen.
    • moeite met taal: moeite met het vinden van woorden, problemen met het vormen of begrijpen van taal (afasie). Je gebruikt rare woorden en zinnen. Of je gebruikt lange zinnen of praat teveel. Of je neemt informatie letterlijk op in plaats van figuurlijk.
  • Gevolgen voor je gedrag
    • Je hebt moeite om te leren van ervaringen. Als je geen of minder ziekte-inzicht hebt kan dat kan leiden tot overmoedig en riskant gedrag. Je kunt jezelf overschatten.
    • Je hebt minder controle over jezelf. Je bent bijvoorbeeld minder flexibel, ongeduldig, impulsief, rusteloos of gejaagd, prikkelbaar of zelfs agressief.
    • Je kunt niet goed voor jezelf zorgen met waardigheid. Soms neem je daardoor minder vaak de eerste stap naar iemand toe. Of trek je jezelf terug uit sociale activiteiten.
    • Je hebt problemen in je seksuele relatie.

    Praktisch betekent het dat je thuis extra verzorging nodig kunt hebben. En dat autorijden niet meer vanzelfsprekend kan zijn.

  • Gevolgen voor je emoties

    Soms heb je een depressieve stemming, soms een overmatige vrolijkheid. Andere karakterveranderingen kunnen zijn: boos worden, sociaal niet aangepast gedrag, vloeken en agressiviteit, snel huilen, verhoogde prikkelbaarheid. Je kunt er zelfs een ander gevoel voor humor eraan over houden. Dit kunnen allemaal gevolgen zijn van de schade die de beroerte aan je hersenen heeft veroorzaakt.

    Soms heb je een minder zelfvertrouwen, last van somberheid en depressie. Of je voelt je onzeker, je bent bang dat je een nieuwe beroerte krijgt. Of je voelt je gefrustreerd en machteloos. Dit kunnen allemaal reacties zijn op je klachten, of op de reacties die je uit je omgeving krijgt.

  • verlamming aan één kant van je lichaam
  • gedeeltelijke verlamming of verlies van spierkracht aan één kant van je lichaam
  • een slecht gevoel aan één kant van je lichaam, bijna altijd aan de kant van de verlamming. Voor iedere persoon kan het verschillen wat je minder voelt: pijn, warmte, kou, hoe je zit, of beweegt.
  • één helft van het gezichtsveld doet ineens niet meer mee. De oorzaak ligt in de schade aan je hersenen. Er is niets mis met je ogen.
  • incontinentie, dus je plas niet kunnen ophouden of het niet goed helemaal uit kunnen plassen
  • epilepsie: de grootste kans hierop bestaat in de eerste maanden na een beroerte.
  • problemen met slikken
  • problemen met coördinatie of je evenwicht
  • dubbelzien
  • problemen met spraak: als de spieren van de mond verlamd zijn of je ze niet gecoördineerd kunt bewegen. Je spraak wordt dan voor anderen moeilijk verstaanbaar.
  • moeite met aandacht- en concentratie: je hebt moeite om ergens je aandacht bij te houden. Of met het verdelen van aandacht. Je denkt wat trager en doet er langer over om informatie te verwerken.
  • overgevoeligheid voor prikkels van buiten: voor geluid of voor licht
  • een slecht geheugen: opgeslagen informatie kun je niet meer (goed) terughalen. Herinneringen die vers zijn (korte termijn geheugen) of langer geleden (lange termijn geheugen).
  • problemen met het plannen en doen van dingen met een duidelijk doel. Of je hebt moeite met de goede volgorde van bepaalde activiteiten. Bijvoorbeeld met koffie zetten of koken.
  • constant moe zijn: 70% van de patiënten heeft last van ongewoon en extreem lang moe zijn. Het moe zijn staat los van je lichamelijke inspanning en duurt lang.
  • verwaarlozen van één kant van het lichaam.
  • je kunt voorwerpen, geluiden of gezichten niet makkelijk herkennen.
  • moeite met taal: moeite met het vinden van woorden, problemen met het vormen of begrijpen van taal (afasie). Je gebruikt rare woorden en zinnen. Of je gebruikt lange zinnen of praat teveel. Of je neemt informatie letterlijk op in plaats van figuurlijk.
  • Je hebt moeite om te leren van ervaringen. Als je geen of minder ziekte-inzicht hebt kan dat kan leiden tot overmoedig en riskant gedrag. Je kunt jezelf overschatten.
  • Je hebt minder controle over jezelf. Je bent bijvoorbeeld minder flexibel, ongeduldig, impulsief, rusteloos of gejaagd, prikkelbaar of zelfs agressief.
  • Je kunt niet goed voor jezelf zorgen met waardigheid. Soms neem je daardoor minder vaak de eerste stap naar iemand toe. Of trek je jezelf terug uit sociale activiteiten.
  • Je hebt problemen in je seksuele relatie.

Praktisch betekent het dat je thuis extra verzorging nodig kunt hebben. En dat autorijden niet meer vanzelfsprekend kan zijn.

Soms heb je een depressieve stemming, soms een overmatige vrolijkheid. Andere karakterveranderingen kunnen zijn: boos worden, sociaal niet aangepast gedrag, vloeken en agressiviteit, snel huilen, verhoogde prikkelbaarheid. Je kunt er zelfs een ander gevoel voor humor eraan over houden. Dit kunnen allemaal gevolgen zijn van de schade die de beroerte aan je hersenen heeft veroorzaakt.

Soms heb je een minder zelfvertrouwen, last van somberheid en depressie. Of je voelt je onzeker, je bent bang dat je een nieuwe beroerte krijgt. Of je voelt je gefrustreerd en machteloos. Dit kunnen allemaal reacties zijn op je klachten, of op de reacties die je uit je omgeving krijgt.

Heb je vragen over (de gevolgen van) een hersenaandoening of over behandelingen? Onze medewerkers van de infolijn helpen je graag. Neem gerust contact op via mail of telefoon.

Risico op een beroerte verkleinen

Wat kun je zelf doen om de kans op een beroerte kleiner maken? Een gezonde manier van leven kan je helpen gezond oud te worden. Probeer het natuurlijke proces van slagaderverkalking niet te versnellen. Zorg daarbij dat je goed slaapt. Slecht en kort slapen kan het risico op hart- en vaatziekten vergroten. Het lijkt erop dat slapeloosheid deze ziekten erger kan maken. 

Hoe kun je gezond blijven en de kans op een beroerte kleiner maken?

Tips

  • Stop met roken, hoe moeilijk het ook is.
  • Gebruik geen drugs en drink geen alcohol of in ieder geval niet meer dan één glas per dag.
  • Eet gezond en verschillende dingen.
  • Voorkom overgewicht.
  • Zorg voor voldoende beweging.
  • Gebruik weinig suiker, voorkom suikerziekte (diabetes).
  • Vermijd stress en een te hoge bloeddruk.
  • Laat regelmatig je bloeddruk en cholesterolgehalte controleren.
  • Zorg ervoor dat je voldoende en goed slaapt.

Deze tekst over beroerte is gemaakt in samenwerking met:

  • p​rof. dr. L. Jaap Kappelle, neuroloog, UMC Utrecht
  • ​p​rof. dr. Robert J. van Oostenbrugge, neuroloog, Maastricht UMC+

Gerelateerde blog berichten