Kenmerken van katatonie

Door een katatonie kun je je op verschillende manieren gaan gedragen. Soms beweeg je urenlang. Of je bent juist heel lang stijf en stil. Als patiënt begrijp je zelf niet goed wat er tijdens de katatonie gebeurt.

Er zijn meer dan 12 kenmerken waaraan iemand in je omgeving kan herkennen dat je katatonisch bent. Er is sprake van een katatonie als je minstens 3 van deze kenmerken hebt.

Dit zijn een paar belangrijke kenmerken van katatonie:

  • je reageert niet goed of helemaal niet op de omgeving
  • je lichaam staat in een bepaalde stand en blijft in deze houding
  • je praat niet meer
  • je maakt steeds dezelfde beweging
  • je trekt rare gezichten
  • je doet iemand na

Deze kenmerken kunnen wisselen in de loop van de dag.

Diagnose van katatonie

Tijdens een katatonie kun je geen contact met anderen maken. Vaak maak je rare bewegingen. Of je lichaam zit vast in een bepaalde houding. Met deze klachten komt je naaste vaak eerst bij de huisarts.

De huisarts kan je doorverwijzen naar een speciale arts in het ziekenhuis, zoals een neuroloog of psychiater. Als een arts de katatonie goed, op tijd en lang genoeg behandelt, kan je weer helemaal beter worden. De kans op blijvende schade is dan ook kleiner.

Soms kan een arts een katatonie niet herkennen. Of het duurt weken of maanden voordat dit gebeurt en je een behandeling krijgt. Dat komt doordat bepaalde kenmerken van katatonie kunnen lijken op de kenmerken van andere aandoeningen. Zoals een manie, delier of epilepsie. Ook bijwerkingen van bepaalde medicijnen, antipsychotica, kunnen lijken op katatonie.

Een arts zal vaak eerst onderzoeken of je niet een van deze aandoeningen of bijwerkingen hebt. Het kan dan langer duren voordat je de goede behandeling krijgt.

Oorzaken van katatonie

Je kunt katatonisch worden als je lange tijd bepaalde drugs gebruikt. Zoals cocaïne, LSD, amfetamine of XTC. Ook kan het een bijwerking zijn van bepaalde medicijnen. Zoals sommige medicijnen tegen psychoses, trombose of ontstekingen.

Katatonie kan ook ontstaan door een stofwisselingsziekte. Of door bepaalde aandoeningen. Zoals een bipolaire stoornis, PTSS, autisme of een depressie.

Ook een foutje in je genen kan katatonie veroorzaken. Mensen met het Prader-Willi-syndroom (PWS) of het Kleine-Levin-syndroom (KLS) hebben meer kans op een katatonie.

Behandeling van katatonie

Tijdens de katatonie reageer je vaak weinig of helemaal niet op de omgeving. Soms heb je een lange tijd niets gegeten of gedronken. Een behandelaar zal je dan eerst iets te drinken of te eten geven.

Volgens een speciale lijst, de Bush-Francis Catatonia Rating Scale, kan de arts bepalen hoe ernstig de katatonie is. Zo kan de arts ook een geschikte behandeling kiezen.

Artsen kunnen een katatonie vaak goed behandelen met een combinatie van medicijnen en ECT (elektroconvulsietherapie). Soms zijn er meer behandelingen met ECT nodig.

Het is belangrijk dat je een behandeling krijgt totdat de katatonie helemaal verdwenen is. Als je niet wordt behandeld, kun je maanden of zelfs jaren katatonisch blijven.

Gevolgen van katatonie

Katatonie hoeft niet altijd gevolgen te hebben. Soms hou je er niks aan over en word je weer helemaal beter. Maar je kunt er ook ernstige lichamelijke schade en problemen met onthouden aan overhouden.

Katatonie kan verschillende gevolgen hebben voor je dagelijks leven:

  • Iets begrijpen: de hersencellen geven boodschappen niet op de goede manier door. Daardoor kun je niet goed begrijpen wat er tijdens de katatonie gebeurt. Je kunt wat verward zijn en tijdelijk geheugenproblemen hebben. Ook na behandelingen met ECT kun je problemen met onthouden krijgen.
  • Jezelf verplaatsen: je hebt geen controle over je lichaam tijdens een katatonie. Jezelf verplaatsen lukt dan ook niet. Als de katatonie niet wordt behandeld, kun je stijve spieren, een hogere kans op trombose en een bloedprop in je longen krijgen (longembolie).
  • Jezelf verzorgen: tijdens de katatonie kun je niet eten, drinken of jezelf verzorgen. Als de katatonie niet wordt behandeld, kun je uitdrogen en ondervoed raken.
  • Omgaan met anderen: je kunt tijdens een katatonie geen contact maken met anderen.
  • Dagelijkse activiteiten: tijdens de katatonie heb je meestal veel moeite met dagelijkse activiteiten. Mogelijk kun je dan helemaal geen dagelijkse activiteiten meer doen.
  • Meedoen aan de wereld: meestal kun je na een katatonie weer goed meedoen aan de wereld.

De Hersenstichting heeft bij het opstellen van deze tekst dankbaar gebruik gemaakt van adviezen van:

  • Dr. Eric van Exel, psychiater, GGZ inGeest en Amsterdam UMC