Kenmerken

Door te weinig zuurstof in je hersenen kunnen er allerlei lichamelijke en mentale klachten ontstaan. De kenmerken zijn voor elke patiënt weer anders. Hoe ernstiger de schade, hoe meer klachten.

Lichamelijke kenmerken

Je kunt last krijgen van lichamelijke klachten, zoals:

Mentale kenmerken of problemen met denken

Ook kunnen er mentale klachten of problemen met denken ontstaan, zoals:

Diagnose

Hersenschade door een gebrek aan zuurstof ontstaat meestal in situaties waarbij je leven in gevaar is. De kans is dus groot dat je al opgenomen bent op de intensive care in het ziekenhuis.

Hier zal een speciale arts, zoals een neuroloog of cardioloog, je lichaam onderzoeken. Als je kunt praten, zal de arts ook vragen stellen over je klachten.

Met een MRI-scan(Magnetic Resonance Imaging), een SPECT-scan (Single Photon Emission Computed Tomography) of een EEG-onderzoek kan de neuroloog je hersenen onderzoeken. Dit maakt duidelijk of er hersenschade te zien is en hoe ernstig de schade is.

Soms kan het zijn dat je wél klachten hebt terwijl er op de scan of EEG geen schade te zien is.

Oorzaken

Een gebrek aan zuurstof in je hersenen kan ontstaan door een oorzaak van buitenaf. Zoals het gebruik van alcohol of drugs. Of door een gevaarlijke situatie waarin je niet meer goed kunt ademen. Bijvoorbeeld doordat je bijna verdrinkt of bijna stikt. Of omdat je een giftige stof inademt, zoals koolmonoxide.

Een oorzaak van binnenin kan ook tot een gebrek aan zuurstof leiden. Zoals een hartstilstand, een hartinfarct, ernstige longproblemen, of een lange aanval van epilepsie.

Behandeling

Als je hersenen langer dan 6 minuten geen zuurstof krijgen, dan leidt dat bijna altijd tot schade die niet kan worden genezen: niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Een team van speciale zorgverleners kan je helpen om beter met je klachten te leren leven.

Zo kan een neuropsycholoog je problemen met denken beoordelen en behandelen. Als je problemen hebt met praten, dan kan een logopedist je helpen. En als het lastig is om te bewegen, dan kan een fysiotherapeut je leren om makkelijker te bewegen.

Verder kan een ergotherapeut je nieuwe manieren leren om dagelijkse activiteiten zoveel mogelijk zelf te blijven doen. En als je moeite hebt met het accepteren van je problemen, dan kunnen een psycholoog en een maatschappelijk werker je hiermee helpen.

Soms reageer je door een gebrek aan zuurstof niet of nauwelijks op je omgeving. Bijvoorbeeld omdat je in coma bent geraakt na een reanimatie. Als dat zo is, dan word je in het ziekenhuis behandeld door speciale artsen: een neuroloog en een intensivist. 

Zij geven je slaapmiddelen en zorgen dat je lichaam wordt gekoeld. Dit voorkomt dat je hersenen verder beschadigd raken. Ook krijg je sondevoeding: vloeibaar eten via een dun plastic slangetje dat naar je maag loopt. Vaak moet je ook beademd worden door een speciaal apparaat.

Het doel van deze behandeling is om je te voorkomen dat je lichaam verder achteruit gaat. Artsen kunnen er niet voor zorgen dat je sneller uit de coma komt. Of dat je sneller herstelt van de hersenschade.

Wanneer het na de coma weer mogelijk is om kleine dagelijkse dingen zelf te doen, dan kan je bij de revalidatie terecht. Daar leer je weer je leven op te pakken.

Als iemand uit coma komt maar niet goed wakker wordt, dan starten artsen een speciale behandeling voor een langdurige bewustzijnsstoornis (LBS).

Gevolgen

Als je hersenen te lang onvoldoende zuurstof krijgen, dan heeft dat bijna altijd blijvende gevolgen. De gevolgen verschillen per persoon. Het kan zijn dat je klachten hebt waar je prima mee kunt leven. Maar de schade kan ook zo ernstig zijn dat je in coma raakt en niet meer wakker wordt. Of dat je eraan komt te overlijden.

Er kunnen gevolgen zijn voor allerlei gebieden van je leven:

  • Iets begrijpen: door problemen met onthouden en ergens je aandacht bijhouden kan het lastiger worden om de wereld om je heen te begrijpen.
  • Jezelf verplaatsen: het kan zijn dat je moeite hebt met bewegen of lopen. Ook kun je sneller verdwalen, omdat je niet meer herkent waar je bent.
  • Jezelf verzorgen: het is moeilijker om voor jezelf te zorgen als je problemen hebt met plassen, zien, bewegen en/of onthouden. Bij ernstige klachten kan het zijn dat je hulp van anderen nodig hebt.
  • Omgaan met anderen: soms vergeet je wat iemand tegen je gezegd heeft. Of je hebt moeite met het vinden van woorden. Dat maakt het lastig om gesprekken te voeren en te volgen. Als je karakter veranderd is, dan kan dat ook grote invloed hebben op je sociale leven.
  • Dagelijkse activiteiten: bij ernstige klachten kunnen dagelijkse activiteiten, zoals koken en sporten, een flinke uitdaging worden. Het kan ook zijn dat je vaak erg moe bent en daardoor weinig energie hebt voor dingen.
  • Meedoen aan de wereld: hersenschade kan leiden tot lichamelijke klachten en problemen met denken. Hoe ernstiger je klachten, hoe moeilijker het is om mee te doen aan de wereld.

De Hersenstichting heeft bij het opstellen van deze tekst dankbaar gebruik gemaakt van adviezen van:

  • Dr. Liesbeth van der Wal, beleidsadviseur, Hartstichting