Op het blauwe antislipmatje draai ik de percolator met één hand open, schep er twee flinke lepels koffie in en zet hem op het gas, klop de melk op waarna het schuim, als altijd, in het pannetje blijft en alleen een plets melk in de koffie belandt. De chocolaatjes van de bakker zijn met een plakbandstrip of te wel met een zakkensluiter [zo heet echt echt] hermetisch gesloten. ‘Merde’. De schaar lomp in het knisperende cellofaan gestoken, wat niet alle chocolaatjes overleven, maar genoeg om mee voor de dag te komen voor een vriendin.

File

Het is vaak een valse start met de visite: mijn stem moet warm draaien, de woordenlijst opgestart en heel gênant: al mijn sombere gedachtes komen er als eerste uit. Halverwege het gejammer beginnen de neuronen in mijn hoofd te zoemen en de synapsen te kraken als een oververhitte laptop die het zo gaat begeven. Het is spitsuur voor de prikkels en het wegennet in mijn hoofd slibt dicht. Ik laat niks merken want mijn vriendin heeft niet de hele reis gemaakt om vervolgens binnen een half uur weer uitgezwaaid te worden.

Heimwee

Wat heb ik op zo’n moment heimwee naar wie ik was, naar mijn oude staat van zijn. Heimwee naar de eigenschappen die me kenmerkten. Prettig gezelschap zijn is ook een eigenschap die ik achter me moet laten; langzamerhand verword ik tot ‘de vrouw zonder eigenschappen’. Pieter Hoexum schrijft over heimwee: ‘Het is ook mogelijk een gelukkige heimweelijder te zijn, of althans: een niet al te ongelukkige. Doe-alsof-je-thuis-bent’ zegt hij. Dat is een goeie tip: doen alsof het gemankeerde lijf bij mij past, voorwenden dat het leven verrukkelijk is terwijl ik wacht, sluimer, mezelf koest houd tot de neuronen en synapsen de prikkels weer kunnen verwerken. De prikkels die dan opnieuw een tijdlang de woorden vormen, het bewegingsapparaat aansturen en mijn zintuigen van dienst zijn.

Mirjam

Mirjam schrijft op haar website kleine columns over het leven na een hersenbloeding ter herkenning en ook ter lering en vermaak.