Home
Actueel
Nieuws
Nederlandse studenten halen lagere cijfers door slaaptekort

Nederlandse studenten halen lagere cijfers door slaaptekort

Geplaatst op 18 maart 2016

Studenten met chronisch slaaptekort halen lagere cijfers en hebben meer moeite met concentreren tijdens het studeren. Ruim een derde voelt zich niet genoeg uitgerust om goed te kunnen studeren. Dat blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Vereniging voor Slaap- en Waak Onderzoek, de Universiteit Leiden en de Hersenstichting. Aan het onderzoek deden bijna 1400 gezonde studenten van Nederlandse universiteiten en hogescholen mee.

Ruim een derde slaapt onvoldoende
Jonge volwassenen hebben 8 tot 9 uur slaap nodig om goed te kunnen functioneren (national Sleepfoundation). Ruim een derde van de onderzochte studenten in het Nederlandse hoger onderwijs voelt zich niet uitgeslapen bij studieactiviteiten. Studenten met een chronisch slaaptekort scoren een significant lager cijfer voor het laatste tentamen in het huidige studiejaar (2015/2016, gemiddeld 0.8 lager) en hebben een significant lager cijfergemiddelde dan studenten zonder slaaptekort (gemiddeld 0.5 lager). Bovendien kunnen zij zich moeilijker concentreren tijdens het studeren.

Nationale Slaapweek
De resultaten zijn afkomstig van een landelijk onderzoek onder bijna 1400 gezonde studenten aan Nederlandse universiteiten en hogescholen en worden nu bekend gemaakt in het kader van de Nationale Slaapweek van 21 tot 26 maart.

Relatie voor het eerst aangetoond bij studenten
Hoofdonderzoeker dr. Kristiaan van der Heijden van de Universiteit Leiden stelt: ‘Het is al langer bekend dat slaaptekort en slaapproblemen kunnen leiden tot concentratieproblemen en slechtere studieprestaties, maar nu tonen we dat voor de eerste keer aan studenten in het hoger onderwijs.'

Chronisch slaaptekort
De gemiddelde student in Nederland gaat om 23:35 uur naar bed en heeft 26 minuten nodig om in slaap te vallen. Opstaan gebeurt rond 8:17 uur; een student heeft dan 8 uur en 16 minuten geslapen. 65% van de studenten geeft aan langer te willen slapen, met gemiddeld anderhalf uur, 28% slaapt precies genoeg en 7% zou korter willen slapen.

 

Avond- of ochtendmens
Van de respondenten geeft 32% aan een avondmens te zijn en 7% een ochtendmens (61% geen van beide). De avondtypes gaan later naar bed (00:15 uur) dan gemiddelde types (23:20 uur) en ochtendmensen (22:35 uur). Avondtypes slapen significant korter (8 uur, 6 minuten) dan gemiddelde types (8 uur, 20 minuten) en ochtendtypes (8 uur, 28 minuten). De avondtypes hebben vaker moeite om hun ogen open te houden als ze een tijd bij een college of werkgroep zitten (18% versus 12% en 8%) en hebben vaker geen zin om te studeren, omdat ze slaperig zijn (36% versus 22% en 13%). De verminderde slaap heeft duidelijk gevolgen voor de studieresultaten: hun laatste tentamencijfer (6.9) is een stuk lager dan de gemiddelde types (7.2) en ochtendtypes (7.3).

Regelmatige bedtijden cruciaal
Van der Heijden: ‘Doordat avondtypes elke dag korter slapen dan gemiddelde- en ochtendtypes, bouwen ze over een langere periode een slaapschuld op. Ook moeten avondtypes vaker opstaan in de ochtend terwijl hun biologische klok nog niet een signaal heeft gegeven om wakker te worden. Dat kan een negatief effect hebben op de rest van de dag.' Avondtypes hebben vaak een genetische gevoeligheid om avondtype te zijn, maar door goed op slaapgewoontes te letten, kunnen ze problemen verminderen. ‘Regelmatige bedtijden zijn dan extra belangrijk en tot in de middag doorslapen om slaaptekort in te halen, is funest voor het slaapritme.'

Misvattingen
Studenten zijn het er bijna allemaal over eens dat het drinken van koffie of andere cafeïne-houdende dranken na het avondeten een negatieve invloed heeft op de slaap. Maar van sommige negatieve gewoontes en gedragingen denken veel studenten dat die positief zijn, en andersom. Zo vindt 52% van de studenten dat intensief sporten vlak voor het slapen gaan een positieve invloed heeft op de slaap, terwijl dat doorgaans niet zo is. Ook over alcoholgebruik bestaat een misverstand: 30% denkt dat het een positief effect heeft op de slaap, terwijl onderzoek het tegenovergestelde heeft aangetoond.

Te weinig kennis over gezonde slaapgedrag
Uit het onderzoek blijkt dat studenten met een goede kennis over gezonde slaapgewoontes hogere cijfers halen. Dr. Laura Smit-Rigter van de Hersenstichting: ‘Gezien het belang van een goede slaap is het noodzakelijk dat mensen de juiste kennis hebben en deze ook toepassen. Op een speciale webpagina van de Hersenstichting kunnen mensen daarom lezen wat te doen om beter te slapen.