1 op de 5 Nederlanders krijgt in hun leven ooit te maken met depressie. Zij voelen zich langere tijd somber, leeg of uitgeput. De hulp die nodig is, bestaat vaak wel, maar niet altijd op de juiste plek. Daarom slaan DepressieNet en de Hersenstichting de handen ineen om zorg en kennis te verbinden, zodat mensen sneller passende hulp krijgen.

Depressie is een van de meest voorkomende psychische aandoeningen. Ongeveer één op de vijf mensen krijgt er in zijn leven mee te maken. Voor veel mensen zijn de gevolgen ingrijpend. Psychiater Christiaan Vinkers, een van de oprichters van DepressieNet, ziet dagelijks hoeveel leed depressie veroorzaakt. “Het is een ernstige aandoening, ook al zie je dat niet altijd aan de buitenkant. Mensen kunnen er jarenlang onder lijden. Als hulp te laat komt of niet goed aansluit, wordt herstel moeilijker.”

Krachten bundelen

Naast Christiaan Vinkers staat psychiater Jeanine Kamphuis als mede-oprichter van DepressieNet. Zij legt uit waarom DepressieNet in het leven is geroepen: “De zorg voor mensen met depressie is overal anders. Zo kan iemand uit Maastricht een andere behandeling krijgen dan iemand uit Groningen. Welke zorg je krijgt, hangt dus eigenlijk af van waar je woont. Er zijn veel goede behandelingen, maar ze staan allemaal los van elkaar. Wij vonden dat het tijd was om de krachten van verschillende zorgverleners en onderzoekers te bundelen. Zodat we allemaal de juiste kennis hebben en de beste zorg op het juiste moment kunnen aanbieden aan mensen met depressie.”

Het netwerk verbindt behandelaren, onderzoekers en mensen met een depressie. Niet door een nieuwe therapie toe te voegen, maar door bestaande kennis en therapieën samen te brengen. “Je kunt het zien als een puzzel”, zegt Christiaan. “Er zijn veel losse stukjes. DepressieNet wil helpen om die bij elkaar te leggen.” Het doel is helder: snellere en beter passende zorg, meer samenhang tussen zorg en onderzoek en uiteindelijk een betere kwaliteit van leven voor mensen met depressie.

‘Je kunt het niet alleen’

De Hersenstichting speelt hierin een belangrijke rol. Directeur David Verschoor zag de problemen in de zorg rondom depressie al langer. “Iedere zorgverlener doet zijn best, maar vaak naast elkaar. Wat dit initiatief zo sterk maakt, is dat mensen bewust hun krachten bundelen. Dat past precies bij hoe wij als Hersenstichting willen werken: samen impact maken. Want je kunt het niet alleen.”

Met financiële en inhoudelijke steun van de Hersenstichting kon DepressieNet vorig jaar van start. Er kwam een klein projectbureau, een programmamanager en een groeiend netwerk van betrokken partijen. In september vond de officiële kick-off plaats, met een groot aantal huisartsen, psychologen, onderzoekers en ggz-instellingen. “De reacties waren positief. Veel mensen zeiden: ‘Eindelijk, dit hadden we nodig’”, vertelt Jeanine.

DepressieNet staat nog aan het begin. “Het is een lange adem om zoiets op te zetten”, aldus Christiaan. “Maar de trein rijdt en er zitten al veel passagiers aan boord.” In verschillende regio’s ontstaan nu projecten en samenwerkingen. Bijvoorbeeld bijeenkomsten waar onderzoekers nieuwe bevindingen delen en in gesprek gaan met psychologen. “Ook andere initiatieven zijn altijd welkom.” David kijkt hoopvol vooruit. “Depressies zullen niet verdwijnen. Maar als we met elkaar kunnen zorgen voor sneller herstel, minder terugval en betere ondersteuning, dan maken we echt verschil. Dit initiatief laat zien dat het kan, als je het samen doet.”

Meer weten over de aanpak, ambities en projecten van DepressieNet?
Neem een kijkje op de website