Het verhaal van Henny

Henny ging van CEO naar leven in de groene zone: “Ik wilde alles overeind houden, maar dat gaat niet meer” 

Als eerste vrouwelijke CEO van Westland Kaas leeft Henny Westland (57) op topsnelheid. Het familiebedrijf verkoopt kaas in zestig landen, ze reist de wereld over en bruist van de energie. Meerdere keren wordt ze gevraagd als Zakenvrouw van het Jaar. Tot een ernstig auto-ongeluk in 2016 alles verandert. Voor het eerst vertelt ze over het ongeluk, de strijd om door te gaan en het leven dat ze opnieuw moest vormgeven. 

Het ongeluk 

Het is 28 juli 2016 als Henny in haar gloednieuwe Tesla terugrijdt van een werkbezoek in België. Een vrachtwagen die op het laatste moment moet uitwijken komt recht op haar af. “Ik zag hem binnenkomen en werd een heel stuk meegesleept. De airbags klapten uit, er was overal rook. En omdat die auto’s nog zo nieuw waren, dacht ik: hij vliegt in brand.” Omstanders trekken Henny uit de auto. “Ik leef nog – tot op de dag van vandaag blijft dat een wonder. Het was nog niet mijn tijd.”  

Haar elfjarige zoon zou eigenlijk met haar meegaan die dag, maar gaat op het laatste moment naar zijn opa. “Hij had het niet overleefd. Ik ben elke dag dankbaar voor zijn leven.” Ze praat niet vaak over het ongeluk. “Het blijft heftig om te vertellen.”  

Doorgaan 

In de ambulance lijkt de ernst mee te vallen en Henny wil naar huis. Maar vanaf de volgende dag kan ze alleen nog maar liggen. “Ik kon helemaal niets hebben: geen licht, geen geluid. Die overprikkeling is nooit meer overgegaan.” Toch gaat ze na een paar weken weer aan het werk. “Ik was CEO, ik moest door. Volgende week ben ik er wel weer, dacht ik. Ik had geen idee.” 

Wat er met haar aan de hand is, laat ze niet zien. “In een harde retailwereld toon je geen zwakte.” Ze vindt manieren om het vol te houden. “Op mijn kantoor lag ik regelmatig op de grond, met mijn jas en sjaal over me heen, tegen de prikkels. Daarna kon ik weer naar de volgende vergadering.” Haar secretaresse ziet hoe zwaar ze het heeft en bestelt een bankje en kussentjes voor haar.  

Omdat vergaderen in volle ruimtes te zwaar wordt, gaat Henny dat wandelend en één-op-één doen. “De gesprekken werden beter. Je loopt naast elkaar, mensen praten vrijer. Ik was eigenlijk een betere leider na mijn ongeluk.” 

Het bedrijf draait goed, maar Henny gaat eraan onderdoor. ’s Avonds ligt ze om half acht uitgeput in bed. De volgende ochtend staat ze er weer. “Niemand zag mij op dat bankje liggen tussendoor. Mijn bedrijf stond op één, twee en drie. Dan pas mijn gezin. Ik kwam zelf op de zevende plaats. Shocking, achteraf.” 

Roofbouw 

In 2019 reist ze naar Utah voor de intensieve CFX-behandeling. Daar vertellen ze haar wat er aan de hand is: “Je filtersysteem is weggeslagen. Alle prikkels komen ongefilterd binnen. Je fight-flight-freeze-systeem staat altijd aan. Met deze baan pleeg jij roofbouw; je moet serieus nadenken over stoppen.” 

Eind 2019 besluit ze haar vertrek voor te bereiden. Dan breekt corona uit. De horeca sluit, de kaasmarkt wordt hard geraakt. “Een kapitein kan het schip niet verlaten. In plaats van drie tandjes terug, moest ik er tien bij doen.” Ze gaat door tot eind 2021. Het bedrijf maakt dat jaar winst, maar met haar gaat het steeds slechter. Kort nadat ze uiteindelijk stopt, gaat bij haar het licht uit. “Begin 2022 kreeg ik een enorme terugval. Daarna ben ik eigenlijk nooit meer echt hersteld.” 

Een neuroloog spreekt haar streng toe. “Al die jaren ben je doorgegaan. Je bent door het oog van de naald gekropen.” De diagnose is duidelijk: niet-aangeboren hersenletsel en een whiplash. Henny wordt 100% arbeidsongeschikt verklaard. “Toen ik dat telefoontje kreeg, begon ik te huilen. Dat is zo’n stempel op je voorhoofd.”  

Hoepels draaiende houden 

Bij een revalidatietraject in Almere krijgt Henny te horen dat herstel geen doel meer is. Ze moet leren accepteren. Centraal staat het stoplichtmodel: in de rode zone mag ze nooit meer komen. Eén oefening blijft haar bij. “Ik kreeg één groene, twee blauwe en twee rode hoepels en moest ze allemaal draaiende houden.” Henny rent hard heen en weer tot er ‘stop’ klinkt. Dan wijst de therapeut naar de vloer. “De groene hoepel staat voor je gezondheid. De blauwe voor je gezin of je werk. De rode moet je altijd op de grond laten liggen.”  

Dan ziet Henny dat er drie rode hoepels liggen. “Ze had er stiekem nog een rode bijgezet – die hield ik óók draaiende. Dat heeft me veel zelfinzicht gegeven. Ik wilde alles overeind houden. Maar dat gaat niet meer.” 

Ook werkt ze in het traject aan ‘levend verlies’. Verlies van gezondheid, werk, status, identiteit. “Ik was iemand. En dat viel weg.” Het onbegrip van anderen vindt ze misschien nog wel het zwaarst. “Ik liep als CEO op een koord. Als je dan valt, hoop je op een warm vangnet. Maar ik ben te pletter gevallen, omdat mensen het niet zagen.” 

Leven in de groene zone 

Tegenwoordig leeft Henny in wat ze een vervroegd pensioen noemt. Ze is regelmatig in Portugal en is veel buiten. “Gezondheid staat nu op één, twee en drie. Dat was vroeger het familiebedrijf.” Toch is er ook gemis. “Als mijn vrienden op maandag weer lekker naar hun werk gaan, is dat soms moeilijk. Ik heb veel talent en drive, en kan dat nu niet ergens inzetten.” 

Voor een feestje of diner gaat ze soms bewust de rode zone in. Dan kiest ze zelf het restaurant, vraagt om een rustige tafel en zit met haar rug naar de drukte. “En soms hoop ik dat niemand een toetje wil.” 

Het onzichtbare zichtbaar maken 

Henny organiseert in haar wijk de collecte voor de Hersenstichting. Ze vraagt haar collectanten altijd waarom ze meelopen. “Doordat ik zelf kwetsbaarder ben en mijn verhaal soms deel, vertellen anderen hun verhaal ook. Dan ontdek je hoeveel mensen iets met hun hersenen hebben. Aan de buitenkant zie je het niet.” 

“Lang heb ik gedacht dat mijn hersenletsel een zwakte was, mijn achillespees. Iets wat je beter verborgen kon houden. Maar als ik mijn kwetsbaarheid veel eerder had geuit, hadden mensen er rekening mee kunnen houden. Dan had ik mijn werk misschien kunnen volhouden.” Ze vindt het jammer dat veel mensen met hersenletsel uitvallen. “Terwijl er vaak nog veel kan met de juiste aanpassingen. Geen kantoortuin, niet de hele dag achter een scherm en tussendoor twintig minuten ontprikkelen.” 

Inmiddels heeft Henny haar situatie geaccepteerd en hoopt ze anderen te helpen door haar verhaal juist wél te vertellen. “Mensen met hersenletsel zijn gewone mensen”, benadrukt ze. “Een ongeluk kan iedereen overkomen – jong, oud, arm of rijk.” Nu begint ze iedere ochtend met haar yoga-oefeningen en staat ze stil bij waar ze dankbaar voor is. “Voor de nieuwe dag. Voor mijn kleinkind. Voor mijn vrienden. Voor ons zorgsysteem. En nog steeds ben ik een ras-optimist.” 


Hersenstichting Collecteweek

Tienduizenden vrijwilligers collecteerden van 26 januari t/m zaterdag 31 januari 2026 voor de Hersenstichting, zowel langs de deuren als online. We willen iedereen bedanken voor de steun, inzet en mooie berichten! Heb je de deur-aan-deur collectant gemist?

Doneren kan nog steeds online