Met een bijdrage van €400.000 van de Hersenstichting doen wetenschappers van het Radboudumc onderzoek naar de hersenaandoening multipele systeem atrofie (MSA). Onder leiding van prof. dr. ir. Marcel Verbeek zoekt het onderzoeksteam uit hoe artsen MSA makkelijker en eerder kunnen herkennen. Dat is nodig om MSA beter te behandelen.  

Wat is MSA?

Bij de zeldzame hersenziekte MSA raken zenuwcellen in de hersenen op verschillende plekken beschadigd. De beschadigde zenuwcellen sterven uiteindelijk af. Dat zorgt voor allerlei klachten. Iemand met MSA krijgt bijvoorbeeld moeite met praten, bewegen en ademhalen. MSA begint meestal tussen de vijftig en zestig jaar. 

MSA is een vorm van parkinsonisme. Dit betekent dat de klachten van MSA kunnen lijken op de ziekte van Parkinson, zonder dat het de ziekte van Parkinson is. Er zijn ook verschillen. Mensen met MSA worden bijvoorbeeld sneller en ernstiger ziek dan mensen met parkinson. 

Diagnose komt vaak laat 

MSA en parkinson lijken in het begin van de ziekte erg op elkaar. Het is daarom lastig voor de arts om te bepalen welke ziekte iemand heeft, oftewel de diagnose te stellen. En dat terwijl het vaststellen van de ziekte MSA belangrijke gevolgen heeft. Parkinsonmedicijnen werken minder goed tegen MSA. Ook hebben mensen met MSA bepaalde klachten waar de arts goed op moet letten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan problemen met het plassen, een te lage bloeddruk of problemen van de stembanden. 

Biomarkers: de sleutel tot een betere diagnose? 

Daarom doet het team wetenschappers van het Radboudumc onderzoek om de diagnose MSA in het begin van de ziekte zo goed mogelijk te kunnen vaststellen. Ze kijken naar speciale metingen en naar signaalstoffen in het lichaam, ook wel biomarkers genoemd. Voorbeelden van biomarkers zijn stoffen in het bloed en in het hersenvocht, hersenafwijkingen op de MRI-scan en afwijkende oogbewegingen. Sommige biomarkers zijn misschien anders bij mensen met MSA dan bij mensen met parkinson. Door de biomarkers goed te bestuderen, kunnen artsen ze in de toekomst mogelijk gebruiken om de diagnose beter en vroeger te stellen. 

“Veel mensen die MSA blijken te hebben, hebben deze diagnose pas jaren na het begin van de klachten te horen gekregen. Dit is een hele frustrerende ervaring, voor zowel de patiënt als de familie. Met dit onderzoek verwachten we in de toekomst sneller duidelijkheid te kunnen geven over de diagnose MSA. Op langere termijn helpt dit onderzoek ook in de zoektocht naar gerichte behandelingen van MSA.”

prof. dr. ir. Marcel Verbeek, hoofdonderzoeker 

Waarom steunt de Hersenstichting dit onderzoek?

Het kan lang duren voordat iemand met MSA de juiste diagnose krijgt. Die onzekerheid kan erg beangstigend en frustrerend zijn voor de persoon met klachten en voor naasten. Een vroegere diagnose geeft duidelijkheid en zorgt dat mensen met MSA sneller en beter begeleid kunnen worden.  

De Hersenstichting wil dat mensen met een hersenaandoening minder last van hun ziekte hebben en ondanks hun aandoening een zo goed mogelijk leven kunnen leiden. Daarom steunt de Hersenstichting dit onderzoek naar de verbetering van de diagnose MSA met €400.000. 

Meer over het onderzoek

Hoe pakken de onderzoekers dit aan?

De wetenschappers bestuderen een groep van 85 mensen met mogelijke MSA, van wie de diagnose op dit moment nog onzeker is. In deze groep onderzoeken ze een aantal veelbelovende biomarkers, zoals bloed en hersenvocht, MRI-scans en oogbewegingen. De onderzoekers herhalen deze testen na 1 jaar en na 2 jaar. Na 3 jaar vergelijken ze de biomarkers met de uiteindelijke diagnose. De wetenschappers bekijken dan welke biomarkers het beste bij MSA passen. Met deze kennis kan de arts in de toekomst direct deze biomarkers bij iemand onderzoeken. Zo kan de arts veel vroeger vaststellen of iemand MSA heeft of niet. 

Welke resultaten verwachten de onderzoekers?

In deze studie (met 85 deelnemers) verwacht het onderzoeksteam verschillende biomarkers te vinden die onderzoekers in een grotere vervolgstudie kunnen bestuderen. De wetenschappers verwachten dat een combinatie van biomarkers helpt bij het vaststellen van MSA in de beginfase van de ziekte. 

Hoe ver is het onderzoek?

De onderzoekers bereiden het onderzoek nu voor. Ze verwachten dat ze in het voorjaar van 2026 beginnen met het zoeken van de eerste deelnemers. 

Wat is de volgende stap?

Na dit project zijn de wetenschappers van plan om verder onderzoek te doen naar de beste combinatie van biomarkers om MSA te kunnen vaststellen. Verder onderzoek met nog meer deelnemers is nodig om de resultaten uit deze studie te bevestigen. Als het duidelijk is welke biomarkers kunnen helpen bij de diagnose, zorgen de onderzoekers dat artsen dit ook weten en de kennis kunnen gebruiken. 

De onderzoekers vertellen mensen met MSA of parkinson en hun naasten wat de resultaten zijn van hun onderzoek. Dit doen ze bijvoorbeeld door een online televisieprogramma (ParkinsonTV.nl) en nieuwsbrieven van de Parkinson(isme)vereniging. Ook komen de onderzoekers naar bijeenkomsten van patiënten om over hun onderzoek te vertellen. Daarnaast praten de onderzoekers met zorgverleners die gespecialiseerd zijn in parkinson.