Home
Actueel
Nieuws
Worden kinderen echt slimmer door gym?

Worden kinderen echt slimmer door gym?

Geplaatst op 17 mei 2019

Hoe kan beweging de leerprestaties van kinderen verbeteren? Dat onderzochten bewegingswetenschapper Esther Hartman van het UMC Groningen in opdracht van het NRO (Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek) en de Hersenstichting. De resultaten van het onderzoek ‘Slim door Gym’ zijn niet eenduidig: uit het literatuuronderzoek komen kleine maar significante effecten, maar deze konden in het experiment niet worden gereproduceerd.

 

Uit eerder onderzoek was al bekend dat sport en bewegen op school positieve effecten heeft op hersenfuncties zoals werkgeheugen en planningsvaardigheden. Maar hoe beïnvloeden sport en bewegen schoolprestaties precies? En wat zijn daarbij dan de bepalende factoren?

Positieve effecten beweging

Dit onderzoek richtte zich op de vraag welk type bewegingsactiviteit het meest effectief is. Met andere woorden: hoe vaak, hoe lang, hoe intensief en complex moeten kinderen bewegen als zij hun schoolprestaties en hersenfuncties willen verbeteren met behulp van beweging?


Voor het literatuuronderzoek zijn eerdere studies naar de effecten van beweging geanalyseerd. Hieruit komt naar voren dat een eenmalige beweegsessie een klein positief effect heeft op de aandacht van kinderen. Als kinderen gedurende een aantal weken of maanden een bewegingsprogramma volgen op school, is het effect op hun aandacht zelfs groot. Het overall resultaat kan worden beschouwd als een sterke aanwijzing voor positieve effecten van beweging, vooral gedurende een langere periode.

Experiment bevestigt niet

Opmerkelijk genoeg konden de bevindingen uit het literatuuronderzoek in het experiment niet worden aangetoond. De groepen die extra gymlessen hadden gevolgd lieten geen betere scores zien bij de onderzochte cognitieve vaardigheden en schoolprestaties dan de controlegroep. Ook voor fitheid, motorische vaardigheden en BMI werd geen verschil tussen de groepen gevonden. Een deelstudie naar hersenfuncties toonde evenmin verschillen aan.

 

De resultaten van het experiment wijzen er wel op dat het uitmaakt hoe intensief en hoe vaak kinderen deelnemen aan een bewegingsinterventie. Maar bovenal maken ze duidelijk dat de achtergrond en de beginsituatie van een kind bepalend zijn voor het effect van de gymles. Wat werkt voor het ene kind, werkt niet voor het andere. In het ideale geval krijgt elk kind zijn eigen benadering, en een aanbod van bewegingslessen op maat.

 

De bijdrage van de Hersenstichting (€150.000) is ingezet om extra onderzoek te doen naar laag presterende leerlingen. Verbetering van hun prestaties zou er voor kunnen zorgen dat overplaatsing naar speciaal onderwijs voor deze groep vermeden kan worden. De resultaten van dit onderzoek, bieden echter te weinig ondersteuning om het beweegonderwijs op basisscholen aan te passen.

Over het onderzoek

Voor dit onderzoek hebben de onderzoekers op 24 basisscholen in West- en Noord-Nederland de effecten van verschillende soorten beweging op de leerprestaties en hersenfuncties van leerlingen gemeten. Verschillende beweeginterventies zijn getest en effecten werden vastgesteld met cognitieve testen en hersenscans. Zo kon worden vastgesteld of laag presterende kinderen extra profiteren, zodat ze uiteindelijk minder risico lopen op schooluitval.

 

Het onderzoek stond onder leiding van bewegingswetenschapper Esther Hartman van het UMC Groningen. Verder waren ook onderwijskundigen van de Rijksuniversiteit Groningen, pedagogen en neuro- en ontwikkelingspsychologen van de Vrije Universiteit Amsterdam en het Cito betrokken bij het onderzoek.

 

Lees de volledige rapportage: Slim door Gym. Effecten van fysieke activiteit op cognitie van kinderen in het primair onderwijs. Universitair Medisch Centrum Groningen, Rijksuniversiteit Groningen en Vrije Universiteit Amsterdam, 2018.

 

 

Drie jaar geleden plaatsten we een nieuwsbericht over de start van dit onderzoek. Lees dat bericht hier terug.