‘Ik had een angst voor de nacht ontwikkeld’
15 October, 2026
Friday 16 october 2026
blemen kunnen eveneens een rol spelen.
Bovendien is de overgang voor veel vrouwen een levensfase waarin er veel tegelijk speelt. Denk aan werk, de zorg voor kinderen of ouders en andere veranderingen in je leven. Al die factoren kunnen invloed hebben op je nachtrust.
Wat komt door de overgang en wat door slecht slapen?
Dat is niet altijd makkelijk uit elkaar te houden. Sommige gevolgen van slecht slapen lijken namelijk op klachten die je ook tijdens de overgang kunt ervaren. Denk aan vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid en sombere gevoelens.
Hormonale veranderingen en overgangsklachten kunnen dus een rol spelen als je bijvoorbeeld een korter lontje hebt of moeite hebt om je te concentreren. Maar slaap verdient ook aandacht, zeker als je al langere tijd slecht slaapt.
Slaapproblemen rond de overgang hebben vaak meerdere oorzaken die tegelijkertijd kunnen spelen. Dat betekent niet dat slecht slapen dé verklaring is voor mentale klachten. Wel kan slaap een belangrijk onderdeel van de puzzel zijn.
Slaap en mentale gezondheid beïnvloeden elkaar
Slaap en mentale gezondheid zijn nauw met elkaar verbonden. Langdurig slecht slapen kan invloed hebben op hoe je je mentaal voelt. Andersom kunnen stress, somberheid, angst en piekeren het juist moeilijker maken om goed te slapen. Zo kunnen klachten elkaar versterken.
Wat er precies speelt, verschilt per persoon. Bij de ene vrouw verstoren opvliegers of nachtelijk zweten de nachtrust. Een ander ligt vooral wakker door piekeren of heeft last van langdurige slapeloosheid. Vaak gaat het om een combinatie.
Juist daarom helpt het om niet alleen naar één klacht te kijken, maar ook naar wat er verder speelt in je leven en hoe je je overdag voelt.
Kijk niet alleen óf je slecht slaapt, maar ook hoe
Als je slecht slaapt, krijg je al snel algemene adviezen: leg je telefoon weg, drink minder koffie, beweeg voldoende en ga op tijd naar bed. Goede slaapgewoonten zijn belangrijk, maar lossen niet ieder slaapprobleem op.
Probeer daarom eens te kijken naar wat jouw slaap verstoort. Word je vooral wakker door opvliegers of nachtzweten? Lig je te piekeren? Val je moeilijk in slaap of word je steeds erg vroeg wakker? Of slaap je lang genoeg, maar word je toch uitgeput wakker?
Het kan helpen om een tijdje een slaapdagboek bij te houden. Noteer bijvoorbeeld wanneer je naar bed gaat, hoe vaak je wakker wordt en hoe je je de volgende dag voelt. Zo kun je patronen ontdekken en beter verwoorden waar je last van hebt.
Wat vervolgens helpt, hangt af van de oorzaak. Als opvliegers of nachtzweten je structureel wakker houden, kan het zinvol zijn om deze klachten met je huisarts te bespreken. Bij langdurige slapeloosheid kan een specifieke behandeling, zoals cognitieve gedragstherapie voor insomnia (CGT-i), helpen.
Wanneer is het verstandig om hulp te zoeken?
Een paar slechte nachten hoeven geen reden tot zorgen te zijn. Maar blijf je langere tijd slecht slapen en merk je daar overdag veel van? Bespreek dit dan met je huisarts. Doe dat ook als je somberheid of angst toeneemt of je steeds minder goed kunt functioneren.
Vertel het hele verhaal: niet alleen dat je slecht slaapt, maar ook dat je mogelijk in de overgang bent, welke andere veranderingen je merkt en wat de klachten overdag met je doen. Andersom geldt hetzelfde. Heb je overgangsklachten, benoem dan ook eventuele slaapproblemen. Zo ontstaat een completer beeld van wat er speelt.
Er wordt nog veel onderzoek gedaan naar slaap tijdens de overgang. Binnen het MenoPause Consortium wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe de slaap tijdens de overgang kan worden verbeterd en of dat ook effect heeft op de stemming. De Hersenstichting draagt bij aan dit onderzoeksconsortium.
Je slaap is dus niet het enige waar je naar hoeft te kijken. Door aandacht te hebben voor je slaap, je overgangsklachten en hoe je je overdag voelt, kun je beter begrijpen wat er speelt en welke hulp bij jou past.