Slaap en leefstijl: hoe beïnvloeden ze elkaar?
15 October, 2026
Thursday 15 october 2026
Jarenlang was Pleuni bang voor de nacht. Ze lag uren wakker, piekerde over de volgende dag en ontwikkelde een steeds grotere angst om niet te kunnen slapen. Haar slapeloosheid had niet alleen invloed op haar nachten, maar op alles eromheen. Met cognitieve gedragstherapie voor insomnie (CGT-i) leerde ze haar slaap anders te benaderen. Inmiddels gaat het al enkele jaren goed. Toch weet Pleuni dat slechte slaap altijd weer kan terugkomen.
Pleuni is een ochtendmens. Als kind sliep ze graag en veel. Vroeg naar bed en vroeg weer op: ze vond het heerlijk. Toch veranderde dat, ongeveer 25 jaar geleden, toen ze ging samenwonen. Haar partner had een ander slaapritme en ze woonden in een flatgebouw met veel omgevingsgeluiden. Als Pleuni eenmaal een paar uur had geslapen en daarna wakker werd, lukte het vaak niet meer om opnieuw in slaap te vallen.
Wat begon met af en toe een paar slechte nachten, groeide in de jaren daarna uit tot langere periodes van slecht slapen. In 2012 werd de slapeloosheid chronisch. Maandenlang waren nachten met twee of drie uur slaap eerder regel dan uitzondering.
Als slapen alles gaat beheersen
‘Zo’n nacht was dramatisch’, vertelt Pleuni. ‘Ik lag alleen maar te zuchten, te draaien en mijzelf druk te maken dat ik er over een aantal uur weer uit moest om te werken. Ik werd gefrustreerd, boos en verdrietig tegelijkertijd. Na paniekaanvallen was rustig inslapen niet meer haalbaar.’
Langzaam ontstond een vicieuze cirkel. ‘Ik was de hele dag bang dat ik weer naar bed moest en wederom wakker zou liggen. Ik had een angst voor de nacht ontwikkeld. In alles wat ik deed of niet deed was ik bezig met slapen. Zou dit of dat helpen? Ik was als het ware bezeten bezig met de nacht door alles erop aan te passen.’
De gevolgen waren groot. Ze kon zich nauwelijks concentreren, had voortdurend een mist in haar hoofd en voelde zich uitgeput. Zelfs autorijden ging op een gegeven moment niet meer.
Ook thuis was goed te merken wat de slapeloosheid met haar deed. Haar kinderen waren toen 7 en 5 jaar oud. ‘Het ergste vond ik dat mijn kinderen mij ‘s morgens heel voorzichtig vroegen hoe ik geslapen had. Als ik positief reageerde, voelde ik meteen vier enthousiaste armpjes om mij heen. Wanneer de nacht waardeloos was geweest, gingen ze braaf en stil aan tafel zitten om hun ontbijt op te eten. Zo’n impact had het op het gezin’
Weer grip op haar slaap
Pleuni probeerde verschillende dingen. Via de huisarts kreeg ze slaapmedicatie. Dat hielp tijdelijk, maar bracht geen blijvende oplossing. Uiteindelijk wees haar huisarts haar op cognitieve gedragstherapie voor insomnia, oftewel CGT-i, bij Kempenhaeghe in Heeze.
CGT-i is een behandeling van langdurige slapeloosheid. De behandeling richt zich onder andere op slaapgedrag, piekeren en gedachten over slaap.
Voor Pleuni maken deze inzichten een groot verschil. ‘De vraag “ben ik moe of heb ik slaap?” Is voor mij heel zinvol geweest. Net als het wachten op de “slaaptrein” voordat je daadwerkelijk naar bed gaat.’
Ook leerde ze anders omgaan met de tijd die ze in bed doorbracht. Met slaaprestrictie – het tijdelijk beperken van de tijd in bed – en een vast slaapritme kreeg ze meer grip op haar slaap.
Het betekende niet dat ze daarna nooit meer slecht sliep. In 2018 en 2024 kreeg Pleuni opnieuw periodes waarin ze maandenlang slecht sliep. Maar ze had inmiddels handvatten om hiermee om te gaan. ‘Tijdens die periodes pakte ik terug op wat ik bij de CGT-i geleerd had: een slaapdagboek bijhouden, slaaprestrictie en structuur toepassen in naar bed gaan en opstaan’.
Een slechte nacht is niet meteen een probleem
Inmiddels gaat het al enkele jaren goed met Pleuni. Ze gaat vrijwel iedere dag rond dezelfde tijd naar bed en staat altijd op hetzelfde tijdstip op: 5:30 uur. Ook na een feestje. Daarnaast sport ze veel en gaat ze iedere dag naar buiten. ‘s Avonds probeert ze op tijd af te schakelen.
Maar misschien wel het belangrijkste: ze probeert niet meer voortdurend met slaap bezig te zijn. ‘Ik probeer niet te denken aan slaap, ook niet als ik ooit een wat kortere nacht heb gehad. Ik heb geleerd dat dat niet meteen het einde van de wereld is.’
Dat haar slaap nu goed gaat, betekent voor Pleuni niet dat ze ervan uitgaat dat het nooit meer misgaat. ‘Ik blijf daar voorzichtig optimistisch over. Spreken over een definitief succes is voor mij nog altijd een heel dun lijntje. Tegelijkertijd laat mijn ervaring wel zien hoe belangrijk de juiste begeleiding en inzichten zijn geweest.’
Alles is beter na een goede nacht
Wat heeft het haar uiteindelijk opgeleverd? Pleuni hoeft daar niet lang over na te denken.
‘Alles, maar echt werkelijk alles, is beter en mooier na een goede nacht slaap. Niets is daarmee te vergelijken’.
Haar verhaal laat zien hoe groot de impact van slapeloosheid kan zijn, maar ook dat er manieren zijn om de vicieuze cirkel te doorbreken.
Herken je jezelf in Pleuni’s verhaal? Heb je regelmatig moeite met slapen en merk je dat je je steeds meer zorgen maakt over je nachtrust? Bespreek je slaapproblemen dan met je huisarts of een andere zorgverlener. CGT-i kan helpen om de vicieuze cirkel van slapeloosheid te doorbreken.