Oproep
05 februari, 2026
Donderdag 05 februari 2026
In groep zes won ik een tekenwedstrijd. Ongetwijfeld niet door mijn tekentalent, maar wel door mijn originele droomhuis. De meeste kinderen schetsten zwembaden, trampolines en voetbalvelden. Mijn huis was slechts een vierkant met een driehoek erop; maar vanuit mijn slaapkamerraam liepen er horizontale trappetjes naar de huizen van mijn vriendinnen.
Na de zesde klas was het dan eindelijk zover. Maar mijn ouders hadden het lege nest nog niet ingericht of hun jongste dochter keerde met loeiende sirenes terug. Ik herinner me hoe mijn zus mij uit de hoogslaper tilde, mijn lichaam niet meewerkend. Dat is het laatste wat ik van mijn huis in Groningen heb gezien.
Na maanden in het ziekenhuis, revalidatiehuis en weer bij mijn ouders, probeerde ik het opnieuw. Dat ging zeker niet altijd goed. Na onderhuur in Delft, leek een studio een beter idee. Minder prikkels, rustigere basis. Maar het verdriet bleek te groot voor 25 vierkante meter. Wonen met huisgenoten bood afleiding en gezelligheid, maar zij leefden het studentenleven. Vaak vroeg ik me af of zieke en gezonde mensen elkaar wel konden verstaan.
Dag in, jaar uit, begon ik me af te vragen wie ik nog was. Ben je nog dezelfde als je niet meer kan wat je kon? Ben je nog sportief, als je lichaam het al jaren niet is? Ben je nog leergierig, wanneer je slechts wat studiepunten sprokkelt? Ben je nog wel een loyale vriendin als je verjaardagen mist, door afspraken heen slaapt, steeds afzegt?
Terwijl die vraag me bezighoudt, verandert de samenstelling van mijn huis. Vanuit mijn bed aanschouw ik de nieuwe meiden. We zouden ruim drie jaar bij elkaar blijven en samensmelten tot een gezinnetje. Mensen die je zo goed kent, die kosten geen energie meer. Je hoeft niet ‘bij te kletsen’. Je laat gewoon een scheet en begint te lachen.
Voor het eerst in jaren deed ik mee met nieuwjaar, doordat we het bij ons thuis organiseerden. Mijn verjaardag werd vanaf nu uitgebreid gevierd, of ik nou wilde of niet. Zelfs die ellendige koningsdagen, waarin iedereen elk jaar op een festival stond, kleurden weer oranje. Ik at de goorste zelfgemaakte tompoezen die ik ooit zou proeven.
Het allergrootste cadeau was mijn huisgenoot die me meenam hardlopen. Natuurlijk had ik ook dat allang geprobeerd, maar het bleef lastig om het, als je al zo moe bent, op te brengen. Plus de angst om de volgende dag door mijn wekkers te slapen. Kilometer voor kilometer herwon ik het vertrouwen in mijn lichaam en een halfjaar later renden we samen de halve marathon. Misschien is rennen wel de enige activiteit waar ik écht energie van krijg. Inmiddels sport ik het liefst elke dag, waarvan drie keer per week met mijn voetbalteam. Sportief zoals vroeger, zoals vóór. Was ik het dan toch altijd geweest?
Mijn droomhuis is tot leven gekomen en ik heb er alles uitgehaald wat erin zat. Nu is het tijd om me wat meer los te weken. Dat is niet mijn keus, maar op een ochtend werd ik wakker, was ik 27, en lagen de prioriteiten van mijn huisgenoten bij hun partners en het starten van hun carrière. Niet zonder dat ze, bij het leeghalen van hun kamer, een laatste puzzelstukje voor mij achterlieten.
Ik crashte volledig in energie, maar was overtuigd dat het door werk kwam. Dat was immers tastbaar en zo had ik dat in het revalidatiehuis geleerd. Ben je moe, moet je terugschakelen in activiteiten. Na twee weken werkverzuim was er echter niks verandert.
Het bleek angst om het zonder mijn huisgenoten te moeten doen. Misschien had ik mijn identiteit, bij gebrek aan ander houvast wel te veel aan hen gekoppeld. In ieder geval zou je denken dat je die zorgen dan wel aanvoelt. Maar ik ken maar één emotie en dat is vermoeidheid. Een gevecht zal ik nooit winnen; je maakt me boos en ik ben al uitgeput voordat ik überhaupt kan terugslaan.
Het goeie nieuws is dat ik hiermee weer een stukje van de code heb gekraakt. Niet mijn agenda, maar juist de zaken die niet tastbaar zijn blijken de grootste boosdoeners. Hier kan ik iets mee. Ik heb weer nieuwe tools. Tools waarmee ik het nog steeds niet win in een gevecht; maar wel steeds vaker van mijn gezondheid. En dat is heerlijk!
Barbara kreeg op haar 18e een hersenbloeding. Ze heeft drie maanden niet thuis gewoond en moest onder andere opnieuw leren lopen. Daarna is het nog twee keer op kleinere schaal gaan bloeden. Zij wil met haar blogs vertellen wat zo’n trauma met je doet en hoe de nasleep zichtbaar is in het studentenleven.