Onderzoek maakt weg vrij voor zorg op maat bij dementie 

Dementie is niet één ziekte. Het is een verzamelnaam voor verschillende hersenaandoeningen die ieder hun eigen verloop hebben. Toch krijgen mensen met dementie vaak nog grotendeels dezelfde onderzoeken en zorg. Om daar verandering in te brengen, startte in 2021 het landelijke onderzoeksprogramma ABOARD.

ABOARD bracht onderzoekers, artsen, patiëntenorganisaties, zorgverleners, verzekeraars en maatschappelijke organisaties samen. Nu, vijf jaar later, loopt het project ten einde. De opbrengst is groot. Onderzoekers weten steeds beter hoe ze dementie eerder kunnen herkennen, welke vorm iemand heeft en hoe de verschillende soorten dementie zich waarschijnlijk zullen ontwikkelen bij iemand. Daarmee komt een persoonlijke behandeling van dementie dichterbij.

“Vroeger konden we vaak alleen een diagnose stellen”, legt hoogleraar neurochemie Charlotte Teunissen van het Amsterdam UMC uit. “Nu kunnen we kijken naar wat iemand precies heeft en welke behandeling daarbij past.”

Een kantelpunt in dementiezorg

Volgens senior onderzoeker Casper de Boer kwam ABOARD precies op het juiste moment. “We bevinden ons op een kantelpunt. We kunnen dementie steeds beter vaststellen en er komen behandelingen beschikbaar. Dat betekent dat we ook anders naar dementie gaan kijken. We kijken per persoon welke behandeling er nodig is. Dat wordt steeds belangrijker.”

Dementie steeds beter herkennen

Een van de belangrijkste ontwikkelingen binnen ABOARD komt uit het biomarkeronderzoek van Charlotte Teunissen en haar collega’s. Biomarkers zijn meetbare stoffen in het lichaam die iets vertellen over wat er in de hersenen gebeurt. Bij dementie gaat het bijvoorbeeld om bepaalde eiwitten die samenhangen met schade aan hersencellen.

Jarenlang waren zulke metingen alleen mogelijk met ingewikkelde onderzoeken in de hersenen, of zelfs pas na iemands overlijden. Inmiddels zijn de technieken veel beter. “Wat we vroeger niet konden meten, kunnen we nu terugvinden in een klein beetje bloed”, vertelt Teunissen. “Dat is een grote doorbraak.”

Onderzoekers ontdekten dat ze een specifieke vorm van het tau-eiwit, die sterk samenhangt met de ziekte van Alzheimer, nu kunnen meten in het bloed. Hierdoor wordt het mogelijk om alzheimer eerder en nauwkeuriger vast te stellen.

Daarnaast deden de onderzoekers een onverwachte ontdekking: tijdens onderzoek naar nieuwe tau-varianten vonden zij een biomarker die mogelijk onderscheid kan maken tussen verschillende vormen van frontotemporale dementie (FTD). Dat onderscheid was jarenlang tijdens iemands leven vaak moeilijk te maken.
“Dat was echt een verrassing”, zegt Teunissen. “Ook zagen we dat deze biomarker ook informatie gaf over hoe snel iemand achteruitgaat. Dat maakt de ontdekking extra waardevol.”

De resultaten zijn inmiddels gepubliceerd in het wetenschappelijke toptijdschrift Nature Medicine. Ze bieden mogelijkheden voor betere diagnoses en gerichtere behandelingen in de toekomst.

De mens achter de dementie

Alleen meten in het bloed of hersenvocht is echter niet genoeg. Ook hoe iemand dementie ervaart, vinden de onderzoekers belangrijk. Daarom zette ABOARD een grote landelijke studie op: een onderzoeksgroep waarin duizenden Nederlanders van 45 jaar en ouder langdurig werden gevolgd.

De deelnemers verschilden sterk van elkaar. Sommigen hadden geen klachten. Anderen maken zich zorgen over hun geheugen. Ook mensen die al een diagnose dementie hebben, deden mee.

Door jaarlijkse vragenlijsten over hun gezondheid, geheugen, kwaliteit van leven en mentale welzijn leerden de onderzoekers meer over de mens achter de dementie.

De betrokkenheid van organisaties als de Hersenstichting is volgens de onderzoekers daarin enorm belangrijk geweest. “Als wetenschapper zit je diep in de inhoud. De Hersenstichting helpt ons steeds weer om de vraag te stellen: wat betekent dit uiteindelijk voor mensen met dementie? Niet alleen het onderzoek naar de hersenaandoening zelf telt, ook hoe iemand zich voelt, welke zorgen er zijn en wat iemand nodig heeft om goed te kunnen leven. Uiteindelijk draait ons onderzoek allemaal om deze mensen.”

De volgende stap

Hoewel ABOARD officieel afloopt, gaat het werk door. Het grote onderzoek krijgt een vervolg onder een nieuwe naam: het Alzheimer Register Nederland. Daardoor kunnen onderzoekers deelnemers blijven volgen en nieuwe inzichten blijven verzamelen.

“We hebben met ABOARD nog niet alle puzzelstukjes gelegd”, zegt De Boer. “Maar we hebben samen wel een deel van de puzzel opgelost.”

De onderzoekers van ABROAD zijn met 300.000 euro van de Hersenstichting een nieuw project begonnen: ABOARD-translational. De wetenschappers maken hersencellen van mensen met alzheimer na in het laboratorium. Die hersencellen kunnen de wetenschappers gebruiken om medicijnen op te testen. Dit project loopt tot 2029.

Dit artikel verscheen ook in de HersenMagazine van september 2026. Wilt u het HersenMagazine gratis thuis ontvangen? Vanaf een bijdrage van 25 euro per jaar aan de Hersenstichting, krijgt u het blad met prachtige verhalen en onderzoek 3x per jaar gratis thuisbezorgd.

De Hersenstichting droeg 250.000 euro bij aan het ABOARD-project via het Bomers-Marres Fonds. Een Fonds op Naam dat is opgericht vanuit een nalatenschap met als doel alzheimeronderzoek te financieren.

Ook interesse in nalaten aan de Hersenstichting? Kijk hier voor meer informatie:
hersenstichting.nl/nalaten