Zo ergens rond de helft van december begon ik ze op te merken, hartkloppingen. Hoewel ik ze de afgelopen jaren al wel af en toe vernomen had, zeker op momenten dat er teveel gevraagd of verwekt moest worden, liep het nu de spuitgaten uit. 

Het bonkte en fladderde een eind in de rondte en ik werd er compleet naar van. Liep ik de trap op dan was ik boven aan de trap aan het eind van mijn latijn en ging mijn tong op het derde knoopsgat. Dit kende ik niet van mezelf en ook al speelde ik in eerste instantie voor struisvogel, uiteindelijk realiseerde ik me dat het nu wel erg vaak gebeurde. Het voelde niet fijn en daarbij voelde ik me ook gewoon niet goed.

Naar de huisarts

En zo kwam het dat ik op de laatste dag van het jaar al vroeg bij de huisarts zat. Vroeg, in de hoop dat het dan nog een beetje rustig was op straat, maar ook vroeg omdat er op dat tijdstip nog een ‘spoed’ plekje was waar ik mooi tussen paste. Gelukkig had ik een fijne huisarts. 

Na een gesprekje een onderzoek, en wat er ook hoor- en voelbaar was, géén hartkloppingen, natuurlijk niet. Zelfs na talloze kniebuigingen niet, niks. Gelukkig had ik een goed meedenkende huisarts die gezien de klachten en de zelfgemeten hartslag van 34! – een screenshot was het bewijs – toch besloot een bloed- en holteronderzoek te doen en dan meteen maar voor drie dagen – die holter dan –  zodat de kans om te ontdekken waar het zat, het grootst was. 

Een paar plakkers en een kastje rijker mocht ik meteen ook voor al die dagen een dagboek bij gaan houden. Dat was al een prikkel op zich want elke bezigheid, elke activiteit en elke klacht – of niet – moest genoteerd worden, doodmoe werd ik ervan. 

Angst voor de uitslag

Vervolgens had ik het kastje weer keurig ingeleverd, wachtte ik op de uitslag, en toen werd ik door de assistente gebeld. Ik hoorde achter elkaar ‘de bloeduitslagen zijn binnen’, ‘de uitslag van de holter is binnen’, ‘afwijkend’, ‘niet goed, dus verder kijken’, ‘opnieuw bloedonderzoek’ en ‘ga maar naar het MST’. BAM! Paniek, stress … en hartkloppingen. 

Geen kans om iets te vragen, geen kans om rustig na te denken. Dit was weer zo’n typisch voorbeeld dat mijn brein al die informatie tegelijk niet kon verwerken, plus natuurlijk de pure angst dat er iets mis was, helemaal mis. Op dat moment stelde het me zelfs niet gerust dat ik direct gebeld zou worden als bleek dat de uitslag echt heel slecht zou te zijn en dat, als ik dus niet gebeld werd, het ook een stuk minder ernstig zou zijn.

Na dat nieuwe bloedonderzoek was ik kapot. Doodmoe was ik, maar nog veel heftiger waren de angst en het verdriet. Waarom? Waarom kreeg ik dit er nu ook nog weer bij? Eerlijk, een pieper was ik niet, en ik kon heel wat aan, maar dit… er was voor mij nog genoeg om voor te leven, genoeg om van te genieten en nu… mijn motortje was toch best een essentieel onderdeel. 

Afwijkend hartritme

Uiteindelijk werd duidelijk dat mijn hart werkte met een afwijkend ritme en vanuit de kamer een extra slagje sloeg. Heel naar, echt vervelend, veel voorkomend op deze leeftijd – en bedankt -, gelukkig niet gevaarlijk, maar wél medicatie.

Voor mij betekende het daarnaast: geen koffie – ahh!-, geen alcohol – dronk ik toch al nauwelijks -, cafeïne vrije thee – smaakt prima -, geen pieksporten – helemaal niet erg -, met een strakke agenda leven, regelmatige rustmomenten, voldoende ontspannen, genieten en geen stress. 

En bij dat laatste zat hem dan nou net de kneep, want met een zenuwstelsel dat voortdurend paraat stond, was dat nou net wat het moeilijk maakte. Op de vraag aan mijn huisarts hoe ik dat dan ging doen was zijn eerlijke antwoord: ‘Dat is niet te doen…’

Overigens hebben we – mijn huisarts en ik – nog wel even gezocht naar de oorzaak van die ongekende heftigheid. De enige conclusie uiteindelijk… prikkels! 

K*#%T NAH… 


In maart 2019 krijgt Renate een vreselijk auto-ongeluk en loopt daardoor hersenletsel op. Ze blogt ook op haar eigen website Heibel in mijn hersenpan over de zoektocht naar haar nieuwe ik.

Lees hier de vorige blogs van Renate

Fotocredits: Marloes Bosch – Tijdschrift Margriet