Delen
 

Epilepsie

Epilepsie is een verzamelnaam voor aandoeningen waarbij regelmatig aanvallen optreden van veranderingen in de elektrische activiteit in de hersenen. Door het afgeven van elektrische impulsen communiceren hersencellen met elkaar. Bij een epilepsieaanval worden sommige hersencellen overactief en gaan in het wilde weg elektrische signalen afgeven. Het is te vergelijken met onweer in de hersenen: abnormale ontladingen van elektriciteit verstoren het normale functioneren. (Het Oudgriekse epileptein betekent 'overvallen'.) De aanval, ook insult genoemd, duurt meestal maar kort. De verschijnselen hangen samen met de ernst en de plaats van de 'kortsluiting' in de hersenen.

Oorzaak

Bij de helft van de epilepsiepatiënten is er geen aanwijsbare oorzaak. Bij de anderen is epilepsie het gevolg van andere hersenaandoeningen, zoals hersenletsel door een ongeluk, een hersentumor, een ontsteking in de hersenen, een beroerte of zuurstoftekort. Daarnaast zijn er omstandigheden waarin een aanval wordt vergemakkelijkt, zoals stress of slaaptekort. Verstandelijk gehandicapten hebben vaker last van epilepsie dan anderen.

 

Er zijn ook diverse syndromen waarbij epilepsie voorkomt. Bij een syndroom is sprake van verschillende verschijnselen en klachten die samen kunnen voorkomen. Een zeldzaam epilepsiesyndroom is het Dravetsyndroom. Patiënten met dit syndroom hebben epileptische aanvallen die meestal erg moeilijk behandelbaar zijn. De aanvallen beginnen al in het eerste levensjaar. Bij het Sturge-Weber syndroom heeft zo'n 75 tot 90% van de kinderen een vorm van epilepsie.

Symptomen

De symptomen van een epilepsieaanval kunnen zijn: onwillekeurige lichamelijke bewegingen en een daling (ook verlies) van het bewustzijn. Voorafgaand kan de patiënt via de zintuigen vreemde gewaarwordingen krijgen, zoals het zien van lichtflitsen of het ruiken van geuren - dit heet een aura. Een epilepsieaanval valt niet altijd op, soms is iemand alleen maar even 'afwezig' (dit heet een absence). Ruwweg heeft eenderde van de patiënten minder dan één aanval per jaar, eenderde heeft één aanval per maand en eenderde meer dan één aanval per maand.

Behandeling

De behandeling vindt plaats binnen de normale gezondheidszorg; daarnaast bestaan er gespecialiseerde epilepsiecentra voor verzorging. Omdat epileptische aanvallen meer kans op ongevallen geven, krijgen patiënten 'leefregels' zoals niet meer zwemmen of (tijdelijk) niet meer autorijden.
Bij de groep, waarbij de epilepsie geen duidelijk aanwijsbare oorzaak heeft, is de aandoening in het algemeen goed onder controle te krijgen met medicijnen (anti-epileptica genaamd). Mocht een patiënt onvoldoende reageren op de medicijnen of onaanvaardbare bijwerkingen krijgen, dan is soms een operatie mogelijk. Dit is alleen mogelijk wanneer één aanwijsbaar gedeelte van de hersenen verantwoordelijk is voor het ontstaan van de aanvallen. Tijdens de operatie wordt dit gedeelte verwijderd. Hiervoor moet het gedeelte niet diep in de hersenen liggen of op een moeilijk te bereiken plaats.

Op dit moment zijn er twee centra in Nederland waar diagnose en (operatieve) behandeling van epilepsie op één plek plaatsvindt via een multidisciplinaire aanpak, in Amsterdam en Maastricht.  

Cijfers

In het algemeen geldt dat hoe sneller de aanvallen onder controle worden gebracht, hoe beter de vooruitzichten zijn. Ongeveer de helft van de epilepsiepatiënten heeft twintig jaar na de diagnose minstens vijf jaar geen aanval meer gehad en hoeft geen anti-epileptica meer te slikken. In Nederland hebben ongeveer 120.000 mensen epilepsie.

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Aanmelden Stel uw vraag online
Dit is contactinfo