Afgelopen week was zo’n week waarin je met een ei in je hand de koelkastdeur opendoet en het flesje balsamico-frambozenazijn pakt en niet het flesje Diksap. Wat ben ik moe.

Inderdaad, er komt meer leven en drukte op ons af. De maatregelen versoepelen maar dat zorgt er ook voor dat het aardig busy in de headquarters (mijn brein) wordt.

Weer eens naar de supermarkt

De supermarkt is nog steeds een dingetje hoor, dat went niet. Iedereen schiet langs me heen en staat te wachten tot ik een hoek omga, die ik helemaal niet om wil gaan. Ik word bijna emotioneel als de kassadame aangeeft dat ze me wel gemist heeft hoor. “Wat leuk dat u de boodschappen weer doet.” “Wat aardig dat je dat zegt.” “Er moet wel andere muziek aan hoor. Weet je, deze muziek komt niet zo lekker mijn oor binnen.” “Oh”, zegt ze, “daar kunnen wij ook niks aan doen, u moet een mailtje sturen naar het hoofdkantoor”. “Bedankt voor de tip zeg ik.” Dat gaat dus niet gebeuren, denk ik.

Thuisgekomen leg ik de boodschappen op het aanrecht. “Heb je nu een afwasborstel meegenomen?”, vraagt Kees. “Er staat afwasmiddel op het lijstje. Je wilde iets met ecoline in je atelier gaan doen.”

En dan word ik superblij en kijkt Kees stomverbaasd en vraagt uitleg. “Nou”, zeg ik, “er had ook een pak suiker kunnen staan maar een afwasborstel is toch een beetje van dezelfde afdeling. Het begint allebei met afwas. Volgende keer zal ik het hele briefje lezen hoor, echt!!”

“Dat brein van jou”, zucht Kees, “is toch wel een geweldig brein…”