Denk je aan zelfdoding en heb je hulp nodig? Bel dan direct de gratis hulplijn 0800-0113.
Soms kun je je zo slecht voelen dat je niet verder wilt leven. Praten over zelfdoding kan bij deze landelijke hulplijn voor zelfmoordpreventie. Je kunt ook terecht op de website 113.nl, bijvoorbeeld om te chatten met een hulpverlener.
Praat er ook over met je huisarts. Vraag om een dubbele afspraak buiten het spreekuur, dan heb je meer tijd.
Kenmerken van PTSS
De klachten bij PTSS kunnen per persoon verschillen. De meest voorkomende kenmerken van PTSS zijn:
- je hebt ongewenste herinneringen aan de traumatische gebeurtenis die steeds terugkeren
- niet in de buurt willen zijn van plekken, mensen of dingen die je aan de traumatische gebeurtenis herinneren
- angst, verdriet of spanning voelen als je aan de traumatische gebeurtenis denkt of erover praat
- de hele tijd op je hoede zijn en snel schrikken
- moeite hebben om ergens je aandacht bij te houden
- nare dromen hebben over (onderdelen van) de traumatische gebeurtenis
- moeite hebben met slapen
- je niet verbonden voelen met anderen (vervreemding)
- weinig contact zoeken met anderen
Kenmerken van CPTSS
CPTSS heeft dezelfde kenmerken als PTSS. Daarnaast kun je last hebben van nog meer klachten. Wetenschappers en behandelaren hebben veel discussies of CPTSS wel echt een andere aandoening is dan PTSS. Misschien is het een vorm van langdurige PTSS die deel van iemands persoonlijkheid is geworden. Iemand kan er dan elke dag last van hebben. Langdurig trauma in de jeugd leidt vaker tot meer klachten dan alleen de klassieke kenmerken van PTSS. Experts zijn het niet altijd eens met elkaar over wat CPTSS precies is. Met CPTSS kun je last hebben van:
- dissociatieve momenten. Het kan dan voelen alsof je losstaat van je omgeving. Of dat je omgeving niet echt is of dat gedachten, gevoelens, emoties, of herinneringen niet van jou zijn.
- heftige emoties en hier moeilijk mee om kunnen gaan (problemen met emotieregulatie)
- gevaarlijk gedrag of jezelf beschadigen
- een blijvend negatief zelfbeeld
- problemen bij het aangaan en behouden van relaties en vriendschappen
Diagnose van PTSS
Heb je iets heftigs meegemaakt? En kreeg je daarna klachten die lijken op de kenmerken van PTSS? Ga dan eerst bij je huisarts langs. Deze kan je doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater.
Deze arts zal je vragen naar je klachten en je vragenlijsten laten invullen. Meestal zal de psycholoog of psychiater na een paar gesprekken bepalen of je klachten passen bij de kenmerken van PTSS.
Oorzaken van PTSS
Iedereen kan iets ergs overkomen. Daarom kan ook iedereen te maken krijgen met PTSS.
Als je een heftige en schokkende gebeurtenis meemaakt en deze niet goed verwerkt, dan kun je PTSS krijgen. Dit kan bijvoorbeeld een situatie zijn waarin je leven gevaar liep. Zoals een natuurramp, een oorlog, of een overval.
Maar het kan ook een situatie zijn waarin iemand je als kind veel pijn deed. Of een gebeurtenis waarbij je ernstig lichamelijk gewond raakte, zoals een verkeersongeluk of mishandeling. Ook een aanranding of verkrachting kan leiden tot PTSS. Daarnaast kun je ook PTSS krijgen door de plotselinge dood van een dierbare.
Onderzoek: Een betere behandeling van depressie na jeugdtrauma
De Hersenstichting draagt bij aan onderzoek van Amsterdam UMC en LUMC. Het onderzoek staat onder leiding van Christiaan Vinkers en Onno Meijer. De onderzoekers willen een medicijn testen om mensen met depressie na een jeugdtrauma beter te helpen herstellen.
Behandeling van PTSS
PTSS is goed te behandelen en de klachten kunnen daardoor helemaal verdwijnen. Als een psycholoog of psychiater de diagnose PTSS stelt, dan zijn er verschillende manieren om de klachten te behandelen. Traumagerichte therapie kan zorgen dat de klachten verminderen of verdwijnen. Dit werkt bij de meeste mensen. Een therapeut kan, in overleg met jou, je partner of een andere naaste bij de therapie betrekken.
Zoals bij alle psychologische behandeling werkt niet alles voor iedereen. De behandeling van complexe PTSS duurt vaak langer. Daarnaast herstelt niet iedereen volledig. Sommige mensen blijven klachten houden, ondanks psychologische zorg. Bij sommige mensen blijven de klachten wisselen. Hun klachten gaan dan soms weg, en komen soms ook weer terug.
Therapie
Samen met de therapeut bespreek je hoe de behandeling eruit gaat zien. Vaak is de behandeling een combinatie van therapieën. Bijvoorbeeld:
- EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing). Bij deze therapie vraagt de therapeut je terug te denken aan de heftige gebeurtenis terwijl je wordt afgeleid. Door dit een aantal keren te doen verwerk je de herinnering.
- Imaginaire exposure. Bij deze therapie praat je met je therapeut over de heftige gebeurtenis. Je kunt je verhaal ook opschrijven. Daarna lees of luister je dit verhaal vaak terug. In de imaginaire exposure ga je terug in je traumatische herinnering. Je herbeleeft het moment en onderzoekt of je angstige verwachting, verbonden aan de herinnering, uitkomt.
- TG-CGT (traumagerichte cognitieve gedragstherapie). Hierbij vertelt de therapeut meer over trauma en leer je oefeningen om je gevoel en gedrag beter te herkennen. Ook leer je manieren om met de gevolgen van het trauma om te gaan.
- CPT (cognitive processing therapy). Bij CPT leer je negatieve overtuigingen die te maken hebben met het trauma uitdagen en veranderen.
- Imaginaire rescripting. Net als bij imaginaire exposure denk je terug aan het trauma. Maar dan bedenk je samen met je therapeut een ander einde aan de gebeurtenis.
- NET (narratieve exposure therapie). Deze therapie lijkt op imaginaire exposure. Bij NET denk je niet alleen terug aan moeilijke herinneringen, maar ook aan mooie momenten uit je leven.
- BEPP (Beknopte Eclectische Psychotherapie). Dit is een behandeling met verschillende onderdelen die helpen met het toelaten van heftige emoties. Ook rouw je om wat je kwijt bent geraakt.
- Vaktherapie of lichaamsgerichte therapie. Deze therapieën worden vaak als aanvulling op andere behandelingen gegeven. Hierbij ligt de nadruk op doen en ervaren. Denk bijvoorbeeld aan beeldende therapie en danstherapie.
Medicijnen
Als deze behandelingen niet genoeg helpen, dan kan een arts je medicijnen geven. Dit gaat dan bijna altijd om antidepressiva zoals SSRI’s (selectieve serotonine-heropnameremmers). Een arts kan deze antidepressiva ook geven als een patiënt met PTSS erg somber is.
Gevolgen van PTSS
PTSS kan leiden tot verschillende lichamelijke en mentale klachten. In het dagelijks leven kunnen deze klachten je erg in de weg zitten. Dat kan op verschillende gebieden.
-
Thuis
Je kunt onder andere last krijgen van slaapproblemen, psychische klachten en lichamelijke klachten. Door je klachten kun je minder goed voor jezelf gaan zorgen. Soms probeer je ook op een ongezonde manier aan de nare herinneringen te ontsnappen. Bijvoorbeeld door veel te roken of veel alcohol te drinken. Dit kan tot een verslaving leiden.
-
Werk en school
Omdat je slecht slaapt, heb je overdag weinig energie. Ook vind je het lastig om je aandacht ergens bij te houden. Daardoor krijg je moeite met werk, je studie of school. Ook klachten zoals flashbacks en angst kunnen in de weg staan van je dagelijks leven.
-
Vrije tijd
Mogelijk haal je met PTSS minder plezier uit je hobby’s. Of je doet er alles aan om uit de buurt te blijven van plekken en situaties die je aan het trauma herinneren, waardoor sommige onderdelen van je leven niet meer mogelijk voor je zijn. Het kan ook moeilijk zijn om je aandacht ergens bij te houden. Dit kan ervoor zorgen dat je het lastiger vindt om nieuwe dingen te leren of begrijpen.
-
Sociale contacten
Je bent vaak onrustig, bang, boos, somber of gespannen. Of je voelt juist veel minder emoties. Dit kan in de weg gaan staan van de relatie met vrienden, familie en/of partner. Ook haal je misschien weinig plezier uit dingen doen met anderen. Je kunt jezelf daardoor terug gaan trekken en sociale contacten gaan vermijden.
Je kunt onder andere last krijgen van slaapproblemen, psychische klachten en lichamelijke klachten. Door je klachten kun je minder goed voor jezelf gaan zorgen. Soms probeer je ook op een ongezonde manier aan de nare herinneringen te ontsnappen. Bijvoorbeeld door veel te roken of veel alcohol te drinken. Dit kan tot een verslaving leiden.
Omdat je slecht slaapt, heb je overdag weinig energie. Ook vind je het lastig om je aandacht ergens bij te houden. Daardoor krijg je moeite met werk, je studie of school. Ook klachten zoals flashbacks en angst kunnen in de weg staan van je dagelijks leven.
Mogelijk haal je met PTSS minder plezier uit je hobby’s. Of je doet er alles aan om uit de buurt te blijven van plekken en situaties die je aan het trauma herinneren, waardoor sommige onderdelen van je leven niet meer mogelijk voor je zijn. Het kan ook moeilijk zijn om je aandacht ergens bij te houden. Dit kan ervoor zorgen dat je het lastiger vindt om nieuwe dingen te leren of begrijpen.
Je bent vaak onrustig, bang, boos, somber of gespannen. Of je voelt juist veel minder emoties. Dit kan in de weg gaan staan van de relatie met vrienden, familie en/of partner. Ook haal je misschien weinig plezier uit dingen doen met anderen. Je kunt jezelf daardoor terug gaan trekken en sociale contacten gaan vermijden.
De Hersenstichting heeft bij het opstellen van deze tekst dankbaar gebruik gemaakt van adviezen van:
- Prof. Dr. mr. Christiaan H. Vinkers, psychiater, Amsterdam UMC
- Anouk Gathier, onderzoeker, Amsterdam UMC
- Jasmijn Geerlings, klinisch psycholoog-psychotherapeut GGZinGeest
Laatste update: januari 2026