Delen

Dwangstoornis

Een dwangstoornis wordt gekenmerkt door dwanggedachten (obsessies) en/of dwanghandelingen (compulsies). Omdat deze vaak in combinatie voorkomen, wordt ook wel gesproken van een obsessieve compulsieve stoornis (OCS).

Symptomen

Dwanggedachten zijn heel uiteenlopend. Een voorbeeld is de steeds terugkerende gedachte van iemand dat zijn moeder een ongeluk zal krijgen. De persoon weet dat het vreemde en irrationele gedachten zijn, maar wordt bang voor de eigen gedachten die niet te onderdrukken zijn. De persoon schaamt zich voor dergelijke gedachten en gaat vaak aan zichzelf twijfelen. Om dergelijke dwanggedachten te neutraliseren en/of als ‘straf', ontstaan dwanghandelingen: gedragingen of handelingen die voortdurend herhaald moeten worden, zoals continu tellen.

Oorzaak

Bij mensen met een dwangstoornis is de hersenactiviteit verhoogd in de voorste hersenkwabben en in dieper gelegen hersenstructuren, de zogeheten orbitofrontale cortex en nucleus caudatus. Deze gebieden zijn betrokken bij het reguleren van ingewikkelde motorische gedragingen, het formuleren van langetermijnplannen en het ontwikkelen van abstracte gedachten. De verhoogde activiteit wordt weer normaal na succesvolle behandeling.

 

Mensen met een ouder met een dwangstoornis hebben een verhoogde kans om ook een dwangstoornis te krijgen, wat betekent dat er waarschijnlijk ook erfelijke factoren bij betrokken zijn.

Behandeling

Bij OCS wordt onderzoek gedaan naar de behandeling met diepe hersenstimulatie (Deep Brain Stimulation, DBS). Hierbij worden elektroden in de hersenen geplaatst en wordt een specifiek hersengebied geremd door elektrische stimulatie. Het voordeel van DBS is dat de behandeling kan worden aangepast in de loop van de tijd. Tot nu toe is het effect bij ongeveer zeventig OCS-patiënten onderzocht. Het is nog te vroeg om een definitieve conclusie te trekken, maar de eerste resultaten met DBS zijn hoopgevend.

Dit is contactinfo