De agent pakt mij bij de schouders en geeft aan dat ik op de vangrail moet blijven zitten. “Of u nu ADHD heeft of niet, iedereen schrikt zich rot als hij aangereden wordt! Ik ga de situatie inschatten en foto’s maken.” De agent loopt weg.

Foto’s maken, dat moet ik natuurlijk ook doen. Ik sta op en grijp in mijn jaszak naar mijn telefoon. Oh, ligt zeker in de auto. Ik doe twee passen en ga dan gauw weer op de vangrail zitten. Zitten blijven!!!

Verder rijden

Wat een ellende, ik kijk naar links en zie rijen auto’s. “Nee nee, geen paniek het is niet mijn schuld.” Ondertussen voel ik me verre van blij. “Kunt u rijden?”, vraagt de agent dan weer.
“Gauw ja zeggen”, geeft een stemmetje in mijn hoofd aan. Dan kan je naar huis.
“Jazeker”, zeg ik dapper. De headquarters ( mijn brein ) zijn overbelast. “Rijd u even naar die parkeerplaats aan de overkant van de weg dan regelen we het daar verder.” Dat komt dus niet binnen en ik geef aan dat ik geen idee heb hoe ik daar komen moet. “Ik rijd met u mee om te kijken of u nog rijden kunt”, zegt de agent.

De agent neemt plaats op de passagiersstoel, geeft aan dat hij geen riem om doet en dat ik kan gaan rijden. “Nou, wie betaalt dan de bekeuring?”, piep ik nog. Niet te hard natuurlijk want ik ben veel te bang dat de agent uitstapt en wat dan…

Schadeformulier

Eenmaal op de parkeerplaats heb ik een schadeformulier nodig. Ja, dat hebben Kees en ik al wat ingevuld, weet ik nog. “Ik ga mijn eigen schadeformulier pakken hoor”, maar dan roept de andere chauffeur: “ik heb er al een!”
Je hebt er maar een nodig. Ik wil mijn eigen formulier en loop door.

“Wilt u soms van auto ruilen?”, vraagt de agent. Ik blijk in de auto van de agenten te zijn gestapt! Dezelfde kleur als onze auto maar verder houdt de gelijkenis op.

Ik stap in onze auto en zie nog wel dat hij nodig gewassen moet worden, hij ziet er gewoon dof uit! WAT!!! Er liggen drie batterijen op het dashboard. Waar komen die nou vandaan? Levensgevaarlijk volgens Kees, die houdt daar helemaal niet van. Nou moe, ik vind de auto ook zo stoffig. Nou, eerst maar formulier pakken. Dan gaat het portier ineens open. “Wilt u soms van auto ruilen?”, vraagt de agent. Ik blijk in de auto van de agenten te zijn gestapt! Dezelfde kleur als onze auto maar verder houdt de gelijkenis op. “Ik ben echt heel erg geschrokken”, geef ik nog maar aan.

Dan gaan we invullen en de agenten geven een hand. “Wij gaan weer, u komt er samen wel uit.” Nu is mijn aanrijder een aardige jongen hoor, niks mis mee maar ik schiet in de paniek. Het hele stemmenkoor in mijn hoofd gilt, “neeeee”.
“Wilt u niet blijven?”, vraag ik dan. “Ik voel me erg onbehaaglijk als u nu weggaat.” Wat denk je? “Geen probleem hoor”, hij geeft nog wat door in zijn oortelefoontje en we schrijven verder. Dan pakt de agent mijn schouders weer beet. Dat doet hij goed, want zo heeft hij mijn volledige aandacht.

Ik voel me stoer

“U kunt rijden?” “Jazeker, ik kan zelf naar huis rijden en dank u wel dat u gebleven bent. Nu weet ik zeker dat alles is gedaan wat gedaan moet worden.” Wat voel ik me stoer dat ik dit zo goed heb gedaan! Maar zeker weten… zonder die aardige agent had het heel anders af kunnen lopen….


Lees de vorige blog van Pip