Kenmerken van ataxie

Door ataxie krijg je meestal last van een paar van deze kenmerken:

  • problemen met je evenwicht, zoals wankel lopen
  • trillende handen
  • misgrijpen als je iets wil pakken
  • moeite met soepele bewegingen maken
  • problemen met zien, zoals dubbelzien
  • moeite met slikken
  • onduidelijk praten

Diagnose van ataxie

Door ataxie wordt het moeilijker om soepel te lopen en je evenwicht te bewaren. Ook kun je dubbelzien, regelmatig misgrijpen en onduidelijk gaan praten. Met deze klachten kom je vaak eerst bij de huisarts.

De huisarts kan je doorverwijzen naar een speciale arts in het ziekenhuis: een neuroloog. Om te bepalen of er sprake is van ataxie zal de neuroloog je lichaam onderzoeken en vragen naar je precieze klachten.

Als blijkt dat je ataxie hebt, dan zal de arts hierna meestal een MRI-scan (Magnetic Resonance Imaging) van je hersenen maken. Zo kan de neuroloog de oorzaak ontdekken. Soms is het onderzoeken van je bloed of een ruggenprik ook nodig.

Als één of meer mensen in je familie ongeveer dezelfde klachten hebben, dan kan de oorzaak erfelijk zijn. In dat geval zal de neuroloog onderzoeken of er een bepaald foutje in je genen zit. Je kunt dan een erfelijke vorm van ataxie hebben, zoals ADCA/SCA of Ataxie van Friedreich.

Oorzaken van ataxie

Door een beschadiging of ziekte van je kleine hersenen kan er ataxie ontstaan. Dit kan op verschillende manieren gebeuren. Bijvoorbeeld door een beroerte, een hersentumor, MS, een stofwisselingsziekte, of een ontsteking in de kleine hersenen.

Verder kan ataxie een bijwerking van bepaalde medicijnen zijn, zoals benzodiazepinen. Ook kan deze ziekte ontstaan als je te lang te veel alcohol drinkt.

Sommige vormen van ataxie zijn erfelijk. Deze ontstaan door een foutje in je genen.

Twijfel je over jouw situatie? Wil je even met iemand overleggen voor je naar de dokter gaat? Neem gerust even contact op met een van onze medewerkers van de infolijn.

Behandeling van ataxie

Wanneer de oorzaak van de ataxie bekend is, dan kan een arts de ziekte in sommige gevallen behandelen.

Als de ataxie bijvoorbeeld ontstaan is door een bepaald medicijn, dan kun je in overleg met je arts met dit middel stoppen. En als een tumor in de kleine hersenen een oorzaak is van je klachten, dan kan deze met een operatie worden verwijderd.

Als de oorzaak van de ataxie niet behandeld kan worden, dan houd je er last van. Wel kan een team van speciale zorgverleners zorgen dat je minder last hebt van klachten. En dat je beter met de ziekte kunt leven.

Zo kunnen een fysiotherapeut en een ergotherapeut je leren om makkelijker te bewegen en je evenwicht beter te bewaren. En een logopedist kan helpen bij problemen met praten en slikken.

Gevolgen van ataxie

Het verloop van deze ziekte is voor iedereen anders en hangt af van verschillende factoren. Zoals welk type ataxie je hebt en de leeftijd waarop je de ziekte krijgt.

Het kan zijn dat je langzaam steeds meer klachten krijgt. Maar het kan ook zijn dat je klachten hetzelfde blijven. Ataxie kan verschillende gevolgen hebben:

  • Iets begrijpen: het kan zijn dat je problemen met plannen, organiseren en onthouden krijgt.
  • Jezelf verplaatsen: door de verschillende problemen met bewegen, lopen en je evenwicht kan het moeilijk zijn om je van A naar B te verplaatsen. Bij ernstige klachten heb je misschien een rolstoel of rollator nodig.
  • Jezelf verzorgen: omdat je minder controle hebt over je bewegingen, is het vaak lastiger om jezelf te wassen en te verzorgen. Ook kun je door problemen met slikken moeite krijgen met eten en drinken.
  • Omgaan met anderen: de spieren in je mond en keel gaan minder goed werken. Hierdoor kun je minder duidelijk praten en is het moeilijker om gesprekken te voeren.
  • Dagelijkse activiteiten: bij ernstige klachten kan het zijn dat je dagelijkse dingen niet meer kan doen. Zoals werken, sporten en koken. Ook kun je je erg moe, somber of verdoofd voelen.
  • Meedoen aan de wereld: hoe ernstiger de klachten, hoe moeilijker het is om mee te blijven doen aan de wereld.

De Hersenstichting heeft bij het opstellen van deze tekst dankbaar gebruik gemaakt van adviezen van:

  • Dr. Bart van de Warrenburg, neuroloog, Radboud UMC en het Donders Instituut te Nijmegen