Kenmerken van PANDAS

Door PANDAS krijg je opeens klachten, van de ene op de andere dag. 

Zo kun je last krijgen van OCS: herhalende opdringende gedachten en handelingen die je van jezelf moet uitvoeren, zonder dat je dit wil. Zoals 5 keer achter elkaar je handen wassen, omdat je denkt dat er anders iets ergs gebeurt. 

Ook kun je tics ontwikkelen: plotselinge bewegingen, geluiden of gedachten waar je weinig controle over hebt. Zoals steeds met je hoofd schudden of korte fluitgeluiden maken. 

Verder kun je last hebben van één of meer van deze klachten: 

  • je emoties wisselen erg
  • je hebt moeite met je aandacht ergens bijhouden 
  • je bent vaak moe 
  • je hebt problemen met eten, zoals te veel of juist te weinig eten 
  • je hebt moeite met slapen 
  • je hebt problemen met bewegen, waardoor je bijvoorbeeld een ander handschrift krijgt of schokkende spieren in je arm, been of romp 
  • je bent ziek en hebt bijvoorbeeld een keelontsteking, oorontsteking, amandelontsteking, of roodvonk 

Soms heb je een tijdje minder of helemaal geen klachten. Daarna kunnen de klachten weer terugkomen.

Diagnose van PANDAS

Als je PANDAS hebt, dan kun je je bijvoorbeeld plots anders gedragen. Of je krijgt problemen met Als je PANDAS hebt, dan kun je je bijvoorbeeld plots anders gedragen. Of je krijgt problemen met bewegen, slapen of eten. Met deze klachten kom je vaak eerst bij de huisarts. 

De huisarts zal je vragen stellen over je klachten. Bij een vermoeden van PANDAS krijg je een doorverwijzing naar een speciale arts in het ziekenhuis. Zoals een kinderarts of neuroloog. 

Om de diagnose te stellen zal deze arts onderzoeken of er sprake is van al deze 5 dingen: 

  • je hebt nare herhalende dwanggedachten en herhalende dwanghandelingen en/of tics 
  • je hebt ook bepaalde andere klachten, zoals druk gedrag, problemen met onthouden en moeilijk stilzitten 
  • de klachten zijn snel ontstaan en wisselen in ernst 
  • de klachten zijn ontstaan voor het 12e levensjaar 
  • je hebt minder dan een maand geleden een infectie door de streptokok-bacterie gehad. Je kunt deze bacterie krijgen via de lucht of door aanraken. 

Soms is een MRI-scan en een EEG (hersenfilmpje) ook nodig. De arts kan hiermee vaststellen dat de klachten niet worden veroorzaakt door een andere aandoening.

Oorzaken van PANDAS

Wetenschappers zijn het nog niet eens over de oorzaak van PANDAS. Sommige wetenschappers denken dat de tics en andere klachten ontstaan door een infectie met een bepaalde bacterie: de groep-A-streptokok. Door deze bacterie kun je ziek worden. Je kunt er bijvoorbeeld een keelontsteking of oorontsteking van krijgen. 

Als je een infectie door de streptokok krijgt, dan zal je lichaam deze bacterie proberen aan te vallen. Bij sommige mensen gaat dit niet goed en begint het lichaam ook je eigen cellen aan te vallen. 

Artsen noemen dit een auto-immuunreactie. Deze auto-immuunreactie veroorzaakt PANDAS. 

Andere wetenschappers denken dat de klachten niet direct te maken hebben met deze auto-immuunreactie op een streptokok-infectie. 

Of de klachten nou wel of niet door een bacterie komen, het is altijd belangrijk om hulp te zoeken voor een passende behandeling. 

Behandeling van PANDAS

Als een arts de infectie met de streptokok-bacterie snel en goed behandelt met antibiotica, dan kan dit de kans op een auto-immuunreactie zoals PANDAS kleiner maken en tegenhouden. 

Soms is het niet meer mogelijk om helemaal beter te worden. Een team van speciale zorgverleners kan je dan helpen om met de stoornis te leren leven. 

Als je tics of andere problemen met je gedrag zoals dwang hebt, dan kan een orthopedagoog of psycholoog je helpen met cognitieve gedragstherapie. Bepaalde medicijnen kunnen er soms voor zorgen dat je minder last hebt van tics of dwang. Ook voldoende rust, slaap en regelmaat kunnen je klachten verminderen. 

Soms zijn je klachten voor een korte tijd ernstiger. Dan kan het nodig zijn dat verschillende zorgverleners een behandelplan maken. Zo’n plan bestaat meestal uit behandelingen door een psychiater, een psycholoog en een medisch team.

Gevolgen van PANDAS

Een kleine groep mensen houdt hun leven lang last van PANDAS. Het kan zijn dat de klachten komen en gaan. Er zijn dan dus periodes waarin je helemaal geen klachten hebt. 

De klachten kunnen weer terugkomen of erger worden als je bijvoorbeeld ziek wordt, veel stress hebt of moe bent. Ook veranderingen in je hormonen kunnen voor meer klachten zorgen. 

PANDAS kan allerlei gevolgen hebben voor je dagelijks leven: 

  • Thuis

    Er kunnen problemen zijn met bewegen, eten, slapen en plassen. Kinderen met PANDAS hebben vaak behoefte aan veel rust en regelmaat in hun leven. Dit betekent bijvoorbeeld elke dag op dezelfde tijden opstaan, eten en slapen.  

    PANDAS heeft vaak veel invloed op het gezinsleven. Een maatschappelijk werkende of een psycholoog kan het gezin ondersteunen. 

  • School en werk

    Door de stoornis kan het lastiger worden om ergens de aandacht bij te houden. Kinderen met PANDAS kunnen vaak gewoon naar school. Wel kan extra begeleiding en aandacht nodig zijn. Kinderen met gedragsproblemen kunnen naar een speciale school. Hier zijn de klassen kleiner en hebben de leraren ervaring met kinderen met gedragsproblemen. 

  • Vrije tijd

    Wat een kind met PANDAS kan doen in zijn of haar vrije tijd, hangt af van de klachten. Van sporten en douchen tot spelen: bij ernstige klachten kan het een uitdaging worden om simpele dagelijkse dingen te doen.  

  • Sociale contacten en stemming

    Door de stoornis kan een kind zich anders gaan gedragen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een kind sneller boos wordt. Of een kind is erg angstig, somber of onrustig zijn. Dit kan het lastig maken om met anderen om te gaan. Gedragstherapie kan hierbij helpen. 

    Ook als volwassene kun je last blijven houden van klachten zoals somberheid, ernstige angsten, OCS en ADHD/ADD. Cognitieve gedragstherapie kan het makkelijker maken om mee te blijven doen aan de wereld. 

Er kunnen problemen zijn met bewegen, eten, slapen en plassen. Kinderen met PANDAS hebben vaak behoefte aan veel rust en regelmaat in hun leven. Dit betekent bijvoorbeeld elke dag op dezelfde tijden opstaan, eten en slapen.  

PANDAS heeft vaak veel invloed op het gezinsleven. Een maatschappelijk werkende of een psycholoog kan het gezin ondersteunen. 

Door de stoornis kan het lastiger worden om ergens de aandacht bij te houden. Kinderen met PANDAS kunnen vaak gewoon naar school. Wel kan extra begeleiding en aandacht nodig zijn. Kinderen met gedragsproblemen kunnen naar een speciale school. Hier zijn de klassen kleiner en hebben de leraren ervaring met kinderen met gedragsproblemen. 

Wat een kind met PANDAS kan doen in zijn of haar vrije tijd, hangt af van de klachten. Van sporten en douchen tot spelen: bij ernstige klachten kan het een uitdaging worden om simpele dagelijkse dingen te doen.  

Door de stoornis kan een kind zich anders gaan gedragen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat een kind sneller boos wordt. Of een kind is erg angstig, somber of onrustig zijn. Dit kan het lastig maken om met anderen om te gaan. Gedragstherapie kan hierbij helpen. 

Ook als volwassene kun je last blijven houden van klachten zoals somberheid, ernstige angsten, OCS en ADHD/ADD. Cognitieve gedragstherapie kan het makkelijker maken om mee te blijven doen aan de wereld. 

Onderzoek naar PANDAS

Wetenschappers doen veel onderzoek naar PANDAS. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat PANDAS als aandoening niet echt bestaat. In bepaalde onderzoeken konden wetenschappers bijvoorbeeld geen duidelijk verband vinden tussen tics en een besmetting met de streptokokkenbacterie.  

Ook doen wetenschappers onderzoek naar PANDAS en een andere aandoening met tics: Gilles de la Tourette. Wetenschappers dachten dat PANDAS misschien een oorzaak was van Gilles de la Tourette. Maar nieuw onderzoek kan geen verband tussen de aandoeningen vinden. 

Ook weten wetenschappers niet zeker op welke leeftijd PANDAS precies ontstaat. Het zou kunnen dat klachten ook na het 12e levensjaar ontstaan.  

Kortom, er is nog veel onduidelijk over PANDAS. Er is meer onderzoek nodig om een betere diagnose te kunnen stellen en een passende behandeling te vinden. 

De Hersenstichting heeft bij het opstellen van deze tekst dankbaar gebruik gemaakt van adviezen van:

  • Dr. Chaim Huijser, kinder- en jeugdpsychiater, Levvel te Amsterdam

Laatste update: januari 2026