Delen
 

Dementie

Dementie is de verzamelnaam voor verschillende hersenziektes waarbij de verstandelijke vermogens (bijvoorbeeld geheugen, taal) achteruit gaan.

 

Dementie wordt vaak geassocieerd met ouderdom, maar het is geen onvermijdelijk gevolg van ouderdom. De meeste 65-plussers functioneren verstandelijk gezien goed. Alleen zijn bepaalde cognitieve capaciteiten minder goed dan in de 'jonge jaren', wat een heel natuurlijk proces is.

Verschillende vormen

Er zijn veel vormen van dementie, en er zijn ook aandoeningen waarbij bepaalde symptomen van dementie voorkomen. De bekendste vorm van dementie en meest voorkomende (70% ) is de ziekte van Alzheimer. Vasculaire dementie ontstaat door een beperkte doorbloeding (herseninfarct, hersenbloeding). Andere vormen zijn frontotemporale dementie (vroeger ook wel ziekte van Pick genoemd) en Lewy-Body dementie. Voorbeelden van andere aandoeningen waarbij dementie kan optreden zijn de ziekte van Parkinson, de ziekte van Huntington, aids en OPS.

 

In vijf procent van de gevallen is dementie een omkeerbaar proces. In die gevallen is bijvoorbeeld ernstige depressie of medicijnvergiftiging de oorzaak.

 

Erfelijke vormen van dementie zijn zeldzaam. Deze vormen van dementie treffen mensen vaak al ver voor het 65e levensjaar.

Symptomen

Dementie veroorzaakt een combinatie van bepaalde symptomen (ziekteverschijnselen). Deze symptomen zijn:

  • ernstige problemen met het geheugen
  • zich niet meer goed kunnen uitdrukken met woorden of woorden niet meer goed kunnen begrijpen (afasie)
  • problemen met het uitvoeren van handelingen (apraxie)
  • problemen met het herkennen van objecten (agnosie)
  • niet meer goed logisch kunnen denken, gevolgtrekkingen maken of plannen
  • problemen met de aandacht, concentratie, snelheid van denken
  • problemen met visueel-ruimtelijke vaardigheden

 

In de meeste gevallen is het eerste symptoom van dementie de geheugenproblemen. In het begin tast dementie het kortetermijngeheugen het meest aan. Later breiden de problemen zich ook uit over het lange termijngeheugen. Het opnemen van nieuwe informatie lukt niet meer, en er ontstaan problemen met lezen, praten, schrijven en rekenen. Zelfstandig handelen en het nemen van initiatieven worden bemoeilijkt en raken onder het vroegere niveau.

 

Ook persoonlijkheids- en gedragsveranderingen kunnen optreden, zoals de versterking van karaktereigenschappen. Vaak raakt iemand gedesoriënteerd in tijd en/of plaats en gaan sociale vaardigheden verloren. Veel patiënten krijgen klachten van een depressieve aard. In de laatste fase van het ziekteproces is de patiënt zeer hulpbehoevend en herkent hij zijn familie en omgeving niet of nauwelijks meer.

Diagnose

Het stellen van een diagnose is belangrijk zodat de juiste behandeling en passende zorg ingezet kunnen worden. De diagnose dementie wordt gesteld bij een ernstige neurocognitieve stoornis (in de meeste gevallen een geheugenstoornis) in combinatie met minstens één ander probleem: een verstoord taalbegrip, voorwerpen niet meer kunnen herkennen terwijl de zintuigen nog werken (agnosie), meervoudige handelingen niet kunnen uitvoeren (apraxie) en problemen met het intellectuele vermogen (plannen, regelen en abstract denken). Voor de diagnose moeten deze problemen het dagelijks functioneren in enige mate verstoren.

 

De diagnose dementie kan onder andere gesteld worden door de huisarts, in geheugenpoliklinieken en alzheimercentra. De verschillende vormen van dementie kunnen worden onderscheiden door middel van gedragstesten en -observaties in combinatie met beeldvormend onderzoek en soms met onderzoek van hersenvocht. Dit gebeurt in geheugenpoliklinieken en alzheimercentra.

De huisarts

De huisarts zal vragen stellen over de veranderingen of klachten, zoals bijvoorbeeld de geheugenklachten. Er worden niet alleen vragen gesteld aan degene die klachten heeft (anamnese), maar ook aan de partner of naaste (heteroanamnese). Daarnaast kan bloedonderzoek en lichamelijk onderzoek gedaan worden, en korte testjes voor het geheugen en de uitvoerende functies.

 

De huisarts probeert andere oorzaken van de klachten uit te sluiten. Indien noodzakelijk, zal de patiënt worden verwezen naar een geheugenpoli of alzheimercentrum voor aanvullend onderzoek.

 

Geheugenpoli

In een geheugenpoli werken meerdere specialisten (o.a. neurologen en neuropsychologen) samen om tot een diagnose te komen. De werkwijze en samenstelling van zo'n multidisciplinair team kunnen per geheugenpoli verschillen. Vaak wordt er een neuropsychologisch onderzoek (NPO) uitgevoerd. Hierbij wordt gekeken naar de verschillende functies van de hersenen zoals motoriek, taal, geheugen, aandacht en concentratie. Er wordt in kaart gebracht welke functies achteruit zijn gegaan, en welke het goed doen. Voor een bezoek aan de geheugenpoli is een verwijzing nodig.

Beeldvormende technieken

In combinatie met de neuropsychologische tests kan beeldvorming door bijvoorbeeld MRI- of CT-scans de diagnose dementie bevestigen. De scans brengen afwijkingen van (delen van) de hersenen in beeld, waardoor de specifieke diagnose bevestigd kan worden. Tegenwoordig kan ook met de PET-scan, de stofwisseling van de hersenen (of, in het geval van dementie, de vermindering daarvan) in beeld worden gebracht.

De bovenste rij PET-scans laat het glucoseverbruik zien van een gezond persoon; de onderste die van een patiënt met dementie.

Hersenvocht

Ook het testen van het hersenvocht (liquorpunctie) voor de diagnose is op veel plaatsen mogelijk. In het hersenvocht kunnen bepaalde eiwitten gemeten worden. Bij de ziekte van Alzheimer zijn de eiwitten - afkomstig van de tangles en plaques - bijvoorbeeld meetbaar in het hersenvocht. In combinatie met andere diagnostische middelen kan een liquorpunctie extra informatie opleveren voor het bepalen van de oorzaak van dementie. Deze is echter niet altijd nodig voor het stellen van de juiste diagnose.

Behandeling

Behalve in het geval van dementie bij een omkeerbaar proces (zoals bij dementie symptomen door een medicijnvergiftiging) is het genezen van dementie nog niet mogelijk. Wel bestaan voor sommige dementievormen medicijnen die de symptomen remmen.

 

Behandeling met medicijnen

Bij de ziekte van Alzheimer en de dementie met Lewylichaampjes zijn medicijnen geïndiceerd die volledig vergoed worden, maar alleen voorgeschreven mogen worden door een specialist, meestal werkend in de geheugenpoli of alzheimercentrum. Het doel van deze medicatie is de symptomen te verbeteren dan wel gelijk te houden. De reacties van patiënten op deze medicijnen kunnen erg verschillen en zijn helaas niet te voorspellen. Daarom dient regelmatige controle (doorgaans eens per drie tot zes maanden) plaats te vinden.

Voor de overige vormen van dementie zijn geen specifieke medicijnen beschikbaar. Wel zijn er medicijnen beschikbaar wanneer er sprake is van angst, rusteloosheid, slaapproblemen, hallucinaties of wanen.

 

Behandeling zonder medicijnen
De behandeling van mensen met dementie is gericht op de kwaliteit van leven en op ondersteuning van de patiënt en van de mantelzorger. Er wordt vaak naar gestreefd om mensen met dementie zo lang mogelijk thuis te houden, in een vertrouwde omgeving.
Hulp voor mensen met dementie en hun naasten bij het verwerken van de diagnose is erg belangrijk. Daarnaast is het van belang dat zij leren omgaan met dementie in het dagelijks leven. Ergotherapie helpt hen hierbij. Je leert hoe je de alledaagse dingen die nu moeilijker gaan, bijvoorbeeld jezelf aankleden, toch zelf kunt blijven doen. Wanneer er sprake is van problemen met taal en spreken kan logopedie ingezet worden. Verder is het belangrijk dat mensen met dementie blijven bewegen. 

 

Cijfers

Naar schatting zijn er in Nederland 260.000 mensen met een vorm van dementie.

De oorzaken van dementie overlappen elkaar vaak waardoor het totaal meer dan 100% is:

  • Rest <5%, waaronder:

 

Onderzoek

De Hersenstichting maakt al jaren onderzoek mogelijk naar dementie. Dit kan gaan om onderzoek naar risicofactoren voor dementie, onderzoek om achter de oorzaak te komen, of onderzoek naar de behandeling van dementie.
Onderzoek is belangrijk. Door wetenschappelijk onderzoek over de hele wereld is er in de afgelopen decennia al veel geleerd. Wij zijn dementie beter gaan begrijpen. Zo weet men nu dat dementiesymptomen op oudere leeftijd vaak veroorzaakt worden door een mix van dementievormen; zoals Alzheimerdementie met vasculaire dementie. 

 

Dit is contactinfo