Dementie - Hersenstichting
Delen

Dementie

Dementie is de verzamelnaam voor ziekteverschijnselen die voorkomen bij verschillende hersenziekten. Kenmerkend is dat niet alleen het geheugen, maar alle cognitieve functies langzaam achteruitgaan. Soms zijn eerst alleen geheugenproblemen
merkbaar en daarna pas andere problemen.

Wat zijn de oorzaken?

Dementie kan veroorzaakt worden door meer dan zestig aandoeningen. De vier meest voorkomende zijn de Ziekte van Alzheimer, dementie met Lewy lichaampjes (DLB), frontotemporale dementie (FTD) en vasculaire dementie.

 

Ziekte van Alzheimer

De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer. Alzheimer kenmerkt zich door twee specifieke eiwitten die zich ophopen in de hersenen: de zogenaamde amyloïde plaques en tangles. Deze zorgen eerst voor verminderde communicatie tussen hersencellen en later voor het afsterven van de cellen. Op oudere leeftijd (± 85jaar) gebeurt dit meestal als eerste in die delen van de hersenen die betrokken zijn bij het geheugen. Geheugenstoornissen en traagheid zijn dan de symptomen die op de voorgrond treden. Bij jongere mensen (± 75 jaar) komen de executieve stoornissen meer voor. Zoals moeite met plannen en overzicht houden. De ziekte van Alzheimer kan ook voorkomen in combinatie met een andere dementievorm. In de loop van de ziekte kunnen patiënten bovendien last krijgen van stijfheid, langzame beweging, hallucinaties, wanen en epilepsie.

 

Lewy body dementie (DLB)

Bij Lewy body dementie (DLB) is er sprake van eiwitafzettingen in zogenoemde Lewy lichaampjes. Deze hopen zich op in de hersencellen in de hersenschors en verstoren daar de signaaloverdracht tussen de hersencellen. Het geheugen blijft in het begin nog gespaard. De eerste symptomen zijn problemen met aandacht, alertheid en ruimtelijk inzicht en oriëntatie.

 

Frontotemporale dementie (FTD, voorheen de ziekte van Pick)

Bij FTD worden met name de voorste delen van de hersenen aangetast: de frontaalkwab en de temporale slaapkwabben. Deze gebieden zijn verantwoordelijk voor de hogere cognitieve functies zoals planning, impulscontrole en taal. Maar ook het regelen van gedrag en emoties.

 

Vasculaire dementie

Vasculaire dementie is na Alzheimer de meest voorkomende vorm van dementie (15-20% van alle gevallen). Deze vorm van dementie ontstaat door schade aan de bloedvaten, veroorzaakt door grote, maar soms ook heel kleine herseninfarcten. Door die schade krijgt het hersenweefsel onvoldoende bloed en zuurstof en sterft het af. De symptomen zijn afhankelijk van de plaats van het infarct. Veel mensen met vasculaire dementie hebben een voorgeschiedenis van hart- en vaatziekten. Pure vasculaire dementie begint vaak plotseling en de achteruitgang verloopt in sprongen of blijft zelfs stabiel. Veel vaker dan deze pure vorm komt de gemengde vorm met de ziekte van Alzheimer voor, vooral op oudere leeftijd.

Risicofactoren

Bij het ontstaan van dementie spelen zowel omgevingsfactoren, leefstijl als erfelijke aanleg een rol. Leeftijd is veruit de belangrijkste risicofactor. Hoe ouder, hoe groter de kans op dementie. Daarnaast heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat de volgende factoren het risico kunnen verhogen: 

  • roken
  • onvoldoende lichaamsbeweging
  • ernstig overgewicht
  • hoge bloeddruk
  • diabetes
  • depressie

 

Erfelijkheid speelt soms een rol

Erfelijke factoren spelen vooral een rol bij dementie op jonge leeftijd (onder de 60 jaar). Slechts één op de tien jongere
patiënten heeft een puur erfelijke vorm en 50 procent kans om dit aan een kind door te geven. Op latere leeftijd verhogen risicogenen de kans op het krijgen van dementie enigszins. De belangrijkste erfelijke factor is het APOE-4-eiwit.

Hoe herken je dementie?

Voor de diagnose dementie moet een combinatie van onderstaande symptomen zodanig aanwezig zijn, dat ze het dagelijks functioneren beperken: 

  • geheugenproblemen, juist met het recente geheugen
  • moeite met taal: woorden vinden of begrijpen, een e-mail schrijven of een boek lezen
  • voorwerpen niet herkennen, zoals naast een kopje grijpen of het pak melk in een volle koelkast niet kunnen vinden
  • simpele handelingen niet meer kunnen uitvoeren, bijvoorbeeld klusjes in huis
  • moeite met plannen, regelen, twee dingen tegelijk doen, overzicht houden, abstract denken en complexe handelingen (zoals internetbankieren)
  • problemen met aandacht, concentratie en snelheid van denken
  • verlies van sociale vaardigheden in de omgang met anderen, bijvoorbeeld met (klein)kinderen
  • visueel-ruimtelijke stoornissen, zoals desoriëntatie: bijvoorbeeld je auto niet terug kunnen vinden op een parkeerplaats
  • veranderingen in het gedrag en/of persoonlijkheid

Gevolgen van dementie

De combinatie van symptomen en wanneer ze optreden verschilt per persoon en is afhankelijk van de vorm van dementie. De achteruitgang gaat geleidelijk en verloopt in fasen. In de laatste fase is de patiënt zeer hulpbehoevend en herkent hij of
zij de familie en omgeving niet of nauwelijks meer. Een patiënt overlijdt niet aan de ziekte zelf, maar aan de gevolgen ervan, zoals een longontsteking of niet meer kunnen slikken. De gemiddelde levensduur na de diagnose varieert tussen de 2 en 20 jaar.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Het stellen van de diagnose dementie is door de aard van de klachten niet eenvoudig en verdient specialistische aandacht. De eerste stap is de huisarts. Die kan veel doen om tot de juiste diagnose en behandelplan te komen. In een deel van de gevallen is meer zekerheid over de diagnose het beste te verkrijgen met een bezoek aan een geheugenpolikliniek bij u in de buurt, of bij een  hooggespecialiseerd Alzheimercentrum. Voor beiden is een verwijzing van de huisarts of specialist nodig.

 

Een bezoek aan de geheugenpoli

In een geheugenpoli werken meerdere specialisten samen om tot een diagnose te komen. De werkwijze en aanwezige specialisten kunnen per geheugenpoli verschillen. Altijd wordt er lichamelijk-, laboratorium- en een uitgebreid neuropsychologisch onderzoek (NPO) verricht. Het laboratoriumonderzoek bestaat uit een standaard bloedonderzoek (nier- en schildklierfunctie, glucosespiegel en ontstekingsmarkers). Tijdens een NPO wordt gekeken naar verschillende cognitieve functies, zoals geheugen, taal, aandacht en de uitvoerende functies.

 

Beeldvormende technieken

Beelvormende onderzoeken door middel van MRI- of CT-scans kunnen de diagnose dementie bevestigen. De scans brengen verlies van hersenweefsel en schade aan bloedvaten in beeld.

 

Aanvullende onderzoeken

Soms zijn er nog meer onderzoeken nodig om de diagnose te bevestigen. Dit kan een EEG (elektro-encefalogram) zijn om de hersenactiviteit te meten of een PET-scan waarop amyloid-eiwitophopingen zichtbaar kunnen zijn. Deze laatste is vooral bedoeld om Alzheimer aan te tonen of uit te sluiten. Met een PET-scan kan, vooral bij frontotemporale dementie ook de suikerstofwisseling van de hersenen worden gemeten. Daarnaast kan er hersenvocht afgenomen worden met een ruggenprik om het gehalte van de tau-eiwitten en amyloïde te bepalen.

Hoe is dementie te behandelen?

Dementie is helaas nog niet te genezen. Er zijn wel mogelijkheden tot behandeling, maar deze richten zich vooral op het verminderen van symptomen en het behoud van de kwaliteit van leven.

 

Behandeling met medicijnen

Bij de ziekte van Alzheimer en Lewy body dementie kan de specialist medicijnen voorschrijven die de ziekte enigszins kunnen afremmen en symptomen kunnen tegengaan of gelijk houden. Dit zijn de zogenaamde cholinesteraseremmers die effect hebben op het geheugen, alertheid en gedrag, met name in de eerste jaren. Daarnaast kan medicatie tijdelijk een oplossing bieden wanneer er sprake is van angst, rusteloosheid, slaapproblemen, wanen of hallucinaties.

 

Behandeling zonder medicijnen

Door het bieden van goede zorg en ondersteuning aan mensen met dementie wordt geprobeerd hen zo lang mogelijk thuis te houden, in een vertrouwde omgeving. Denk hierbij aan een gezonde levensstijl, aanpassingen en hulpmiddelen in huis, maar ook thuiszorg en psychologische hulp. Aanpassing kan soms geholpen worden met psychologische begeleiding. Daarnaast kunnen ergotherapie, fysiotherapie en/of logopedie helpen om de vaardigheden van de patiënt te ondersteunen.

Cijfers

In 2016 waren 153.100 mensen met een vorm van dementie geregistreerd bij de huisarts en/of bekend bij verpleeghuizen.

De oorzaken van dementie overlappen elkaar vaak waardoor het totaal meer dan 100% is:

Onderzoek

De Hersenstichting maakt al jaren onderzoek mogelijk naar dementie. Dit kan gaan om onderzoek naar risicofactoren voor dementie, onderzoek om achter de oorzaak te komen, of onderzoek naar de behandeling van dementie. Onderzoek is belangrijk. Door wetenschappelijk onderzoek over de hele wereld is er in de afgelopen decennia al veel geleerd. Wij zijn dementie beter gaan begrijpen. Zo weet men nu dat dementiesymptomen op oudere leeftijd vaak veroorzaakt worden door een mix van dementievormen; zoals alzheimerdementie met vasculaire dementie. 

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u in voor onze digitale nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ons laatste nieuws.

Aanmelden Stel uw vraag online
Dit is contactinfo